Übersetzungen für kleineren
kleineren
hat 2 Bedeutungen, 4 Synonymgruppen & 10 SynonymeNiederländisch Niederländisch
kleineren (waarde, afbreken)
Französisch
kleineren Niederländisch » Französisch
Neues Wort vorschlagen
Italienisch
kleineren Niederländisch » Italienisch
Neues Wort vorschlagen
deprezzare
(v)
(waarde)
deprezzare
(v)
(afbreken)
screditare
(v)
(afbreken)
screditare
(v)
(waarde)
sminuire
(v)
(waarde)
sminuire
(v)
(afbreken)
sottovalutare
(v)
(waarde)
sottovalutare
(v)
(afbreken)
svilire (v) (waarde)
svilire (v) (afbreken)
Englisch
kleineren Niederländisch » Englisch
Neues Wort vorschlagen
Deutsch
kleineren Niederländisch » Deutsch
Neues Wort vorschlagen
herabsetzen (v) (waarde)
schmälern (v) (afbreken)
herabsetzen (v) (afbreken)
heruntersetzen (v) (afbreken)
Spanisch
kleineren Niederländisch » Spanisch
Neues Wort vorschlagen
denigrar
(v)
(waarde)
denigrar
(v)
(afbreken)
desacreditar
(v)
(waarde)
desacreditar
(v)
(afbreken)
despreciar (v) (waarde)
despreciar (v) (afbreken)
menospreciar
(v)
(waarde)
menospreciar
(v)
(afbreken)
Schwedisch
kleineren Niederländisch » Schwedisch
Neues Wort vorschlagen
nedvärdera (v) (waarde)
nedvärdera (v) (afbreken)
förklena (v) (waarde)
förklena (v) (afbreken)
tala nedsättande om (v) (waarde)
tala nedsättande om (v) (afbreken)
nedsätta (v) (waarde)
nedsätta (v) (afbreken)
racka ner på (v) (waarde)
racka ner på (v) (afbreken)
Portugiesisch
kleineren Niederländisch » Portugiesisch
Neues Wort vorschlagen
depreciar (v) (waarde)
depreciar (v) (afbreken)
denegrir (v) (afbreken)
denegrir (v) (waarde)
difamar (v) (afbreken)
difamar (v) (waarde)
subestimar (v) (waarde)
subestimar (v) (afbreken)
Verbformen von kleineren
| - | - | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | kleinerend | und | gekleineerd |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | kleineer | kleineert | kleineert | kleineren | kleineren | kleineren |
| Imperfect | kleineerde | kleineerde | kleineerde | kleineerden | kleineerden | kleineerden |
| Toekomende tijd I | zal kleineren | zult kleineren | zal kleineren | zullen kleineren | zullen kleineren | zullen kleineren |
| Conditionalis I | zou kleineren | zou kleineren | zou kleineren | zouden kleineren | zouden kleineren | zouden kleineren |
| Perfectum | heb gekleineerd | hebt gekleineerd | heeft gekleineerd | hebben gekleineerd | hebben gekleineerd | hebben gekleineerd |
| Voltooid verleden tijd | had gekleineerd | had gekleineerd | had gekleineerd | hadden gekleineerd | hadden gekleineerd | hadden gekleineerd |
| Toekomende tijd II | zal gekleineerd hebben | zult gekleineerd hebben | zal gekleineerd hebben | zullen gekleineerd hebben | zullen gekleineerd hebben | zullen gekleineerd hebben |
| Conditionalis II | zou hebben gekleineerd | zou hebben gekleineerd | zou hebben gekleineerd | zouden hebben gekleineerd | zouden hebben gekleineerd | zouden hebben gekleineerd |
| Imperatief | - | kleineer | - | - | kleineert | - |
