Übersetzungen für kantelen
kantelen
hat 2 Bedeutungen, 3 Synonymgruppen & 10 SynonymeNiederländisch Niederländisch
kantelen (voorwerpen, militair)
Französisch
kantelen Niederländisch » Französisch
Neues Wort vorschlagen
basculer
(v)
(voorwerpen)
renverser
(v)
(voorwerpen)
incliner
(v)
(voorwerpen)
retourner
(v)
(voorwerpen)
faire pencher (v) (voorwerpen)
faire tomber (v) (voorwerpen)
se renverser (v) (voorwerpen)
faire basculer (v) (voorwerpen)
Italienisch
kantelen Niederländisch » Italienisch
Neues Wort vorschlagen
alzare da una parte (v) (voorwerpen)
capovolgere
(v)
(voorwerpen)
capovolgersi
(v)
(voorwerpen)
inclinare
(v)
(voorwerpen)
ribaltare
(v)
(voorwerpen)
ribaltarsi
(v)
(voorwerpen)
rivoltare
(v)
(voorwerpen)
rovesciare
(v)
(voorwerpen)
rovesciarsi
(v)
(voorwerpen)
Englisch
kantelen Niederländisch » Englisch
Neues Wort vorschlagen
battlement (n) (militair)
crenellation (n) (militair)
turn over
(v)
(voorwerpen)
tip over (v) (voorwerpen)
cant
(v)
(voorwerpen)
fall over
(v)
(voorwerpen)
topple over (v) (voorwerpen)
Deutsch
kantelen Niederländisch » Deutsch
Neues Wort vorschlagen
Spanisch
kantelen Niederländisch » Spanisch
Neues Wort vorschlagen
dar la vuelta a (v) (voorwerpen)
darse vuelta (v) (voorwerpen)
inclinar
(v)
(voorwerpen)
ladear (v) (voorwerpen)
volcar
(v)
(voorwerpen)
volcarse
(v)
(voorwerpen)
Schwedisch
kantelen Niederländisch » Schwedisch
Neues Wort vorschlagen
tippa (v) (voorwerpen)
kantra (v) (voorwerpen)
ställa på lut (v) (voorwerpen)
tippa på (v) (voorwerpen)
välta (v) (voorwerpen)
stjälpa (v) (voorwerpen)
lyfta upp ena sidan (v) (voorwerpen)
välta omkull (v) (voorwerpen)
tippa omkull (v) (voorwerpen)
Portugiesisch
kantelen Niederländisch » Portugiesisch
Neues Wort vorschlagen
virar (v) (voorwerpen)
cair (v) (voorwerpen)
derrubar (v) (voorwerpen)
inclinar (v) (voorwerpen)
levantar um lado (v) (voorwerpen)
erguer um lado (v) (voorwerpen)
virar de cabeça para baixo (v) (voorwerpen)
lançar por terra (v) (voorwerpen)
Verbformen von kantelen
| - | - | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | kantelend | und | gekanteld |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | kantel | kantelt | kantelt | kantelen | kantelen | kantelen |
| Imperfect | kantelde | kantelde | kantelde | kantelden | kantelden | kantelden |
| Toekomende tijd I | zal kantelen | zult kantelen | zal kantelen | zullen kantelen | zullen kantelen | zullen kantelen |
| Conditionalis I | zou kantelen | zou kantelen | zou kantelen | zouden kantelen | zouden kantelen | zouden kantelen |
| Perfectum | heb gekanteld | hebt gekanteld | heeft gekanteld | hebben gekanteld | hebben gekanteld | hebben gekanteld |
| Voltooid verleden tijd | had gekanteld | had gekanteld | had gekanteld | hadden gekanteld | hadden gekanteld | hadden gekanteld |
| Toekomende tijd II | zal gekanteld hebben | zult gekanteld hebben | zal gekanteld hebben | zullen gekanteld hebben | zullen gekanteld hebben | zullen gekanteld hebben |
| Conditionalis II | zou hebben gekanteld | zou hebben gekanteld | zou hebben gekanteld | zouden hebben gekanteld | zouden hebben gekanteld | zouden hebben gekanteld |
| Imperatief | - | kantel | - | - | kantelt | - |
