Übersetzungen für kalmeren

Suchbegriff:

kalmeren

  hat 7 Bedeutungen, 5 Synonymgruppen & 14 Synonyme

Niederländisch Niederländisch

kalmeren (afkoelen, pijn, sussen, algemeen, ongerustheid, woede, baby)

Französisch kalmeren Niederländisch » Französisch Neues Wort vorschlagen

se calmer (v) (afkoelen)

s'apaiser (v) (afkoelen)

consoler (v) (pijn)

consoler (v) (sussen)

consoler (v) (algemeen)

consoler (v) (ongerustheid)

consoler (v) (woede)

apaiser (v) (pijn)

apaiser (v) (sussen)

apaiser (v) (algemeen)

apaiser (v) (ongerustheid)

apaiser (v) (woede)

calmer (v) (pijn)

calmer (v) (sussen)

calmer (v) (algemeen)

calmer (v) (ongerustheid)

calmer (v) (woede)

soulager (v) (pijn)

soulager (v) (sussen)

soulager (v) (algemeen)

soulager (v) (ongerustheid)

soulager (v) (woede)

alléger (v) (pijn)

alléger (v) (sussen)

alléger (v) (algemeen)

alléger (v) (ongerustheid)

alléger (v) (woede)

adoucir (v) (pijn)

adoucir (v) (sussen)

adoucir (v) (algemeen)

adoucir (v) (ongerustheid)

adoucir (v) (woede)

tranquilliser (v) (pijn)

tranquilliser (v) (sussen)

tranquilliser (v) (algemeen)

tranquilliser (v) (ongerustheid)

tranquilliser (v) (woede)

rassurer (v) (algemeen)

rassurer (v) (ongerustheid)

rassurer (v) (woede)

rassurer (v) (pijn)

rassurer (v) (sussen)

faire taire (v) (baby)

Italienisch kalmeren Niederländisch » Italienisch Neues Wort vorschlagen

acquietare (v) (pijn)

acquietare (v) (algemeen)

acquietare (v) (woede)

acquietare (v) (sussen)

acquietare (v) (ongerustheid)

alleviare (v) (pijn)

alleviare (v) (sussen)

alleviare (v) (algemeen)

alleviare (v) (ongerustheid)

alleviare (v) (woede)

attenuare (v) (pijn)

attenuare (v) (sussen)

attenuare (v) (algemeen)

attenuare (v) (ongerustheid)

attenuare (v) (woede)

calmare (v) (algemeen)

calmare (v) (ongerustheid)

calmare (v) (woede)

calmare (v) (pijn)

calmare (v) (sussen)

calmarsi (v) (afkoelen)

far stare zitto (v) (baby)

far tacere (v) (baby)

lenire (v) (pijn)

lenire (v) (sussen)

lenire (v) (algemeen)

lenire (v) (ongerustheid)

lenire (v) (woede)

mitigare (v) (pijn)

mitigare (v) (sussen)

mitigare (v) (algemeen)

mitigare (v) (ongerustheid)

mitigare (v) (woede)

pacificare (v) (algemeen)

pacificare (v) (woede)

pacificare (v) (pijn)

pacificare (v) (sussen)

pacificare (v) (ongerustheid)

placare (v) (algemeen)

placare (v) (ongerustheid)

placare (v) (woede)

placare (v) (pijn)

placare (v) (sussen)

placarsi (v) (afkoelen)

raffreddarsi (v) (afkoelen)

rassicurare (v) (algemeen)

rassicurare (v) (ongerustheid)

rassicurare (v) (woede)

rassicurare (v) (pijn)

rassicurare (v) (sussen)

sedare (v) (pijn)

sedare (v) (sussen)

sedare (v) (algemeen)

sedare (v) (ongerustheid)

sedare (v) (woede)

tranquillare (v) (algemeen)

tranquillare (v) (ongerustheid)

tranquillare (v) (woede)

tranquillare (v) (pijn)

tranquillare (v) (sussen)

tranquillizzare (v) (algemeen)

tranquillizzare (v) (ongerustheid)

tranquillizzare (v) (woede)

tranquillizzare (v) (pijn)

tranquillizzare (v) (sussen)

Englisch kalmeren Niederländisch » Englisch Neues Wort vorschlagen

tranquilize (v) (algemeen)

tranquillize (v) (algemeen)

soothe (v) (ongerustheid)

soothe down (v) (woede)

calm down (v) (woede)

alleviate (v) (pijn)

assuage (v) (pijn)

relieve (v) (pijn)

soothe (v) (pijn)

lessen (v) (pijn)

calm (v) (pijn)

ease (v) (pijn)

comfort (v) (pijn)

pacify (v) (pijn)

hush (v) (baby)

make quiet (v) (baby)

appease (v) (sussen)

calm (v) (sussen)

pacify (v) (sussen)

quiet (v) (sussen)

quiet down (v) (sussen)

conciliate (v) (sussen)

placate (v) (sussen)

lull (v) (sussen)

cool down (v) (afkoelen)

cool off (v) (afkoelen)

calm down (v) (afkoelen)

Deutsch kalmeren Niederländisch » Deutsch Neues Wort vorschlagen

beruhigen (v) (algemeen)

beschwichtigen (v) (algemeen)

beruhigen (v) (ongerustheid)

beruhigen (v) (woede)

beschwichtigen (v) (woede)

erleichtern (v) (pijn)

besänftigen (v) (pijn)

mildern (v) (pijn)

lindern (v) (pijn)

beruhigen (v) (pijn)

beschwichtigen (v) (pijn)

zum Schweigen bringen (v) (baby)

beschwichtigen (v) (sussen)

besänftigen (v) (sussen)

beruhigen (v) (sussen)

sich beruhigen (v) (afkoelen)

abkühlen (v) (afkoelen)

Spanisch kalmeren Niederländisch » Spanisch Neues Wort vorschlagen

aliviar (v) (pijn)

aliviar (v) (sussen)

aliviar (v) (algemeen)

aliviar (v) (ongerustheid)

aliviar (v) (woede)

apaciguar (v) (pijn)

apaciguar (v) (sussen)

apaciguar (v) (algemeen)

apaciguar (v) (ongerustheid)

apaciguar (v) (woede)

aplacar (v) (pijn)

aplacar (v) (sussen)

aplacar (v) (algemeen)

aplacar (v) (ongerustheid)

aplacar (v) (woede)

aquietar (v) (pijn)

aquietar (v) (sussen)

aquietar (v) (algemeen)

aquietar (v) (ongerustheid)

aquietar (v) (woede)

callar (v) (baby)

calmar (v) (pijn)

calmar (v) (sussen)

calmar (v) (algemeen)

calmar (v) (ongerustheid)

calmar (v) (woede)

calmarse (v) (afkoelen)

hacer callar (v) (baby)

mitigar (v) (pijn)

mitigar (v) (sussen)

mitigar (v) (algemeen)

mitigar (v) (ongerustheid)

mitigar (v) (woede)

reasegurar (v) (algemeen)

reasegurar (v) (ongerustheid)

reasegurar (v) (woede)

reasegurar (v) (pijn)

reasegurar (v) (sussen)

serenarse (v) (afkoelen)

sosegar (v) (pijn)

sosegar (v) (sussen)

sosegar (v) (algemeen)

sosegar (v) (ongerustheid)

sosegar (v) (woede)

tranquilizar (v) (pijn)

tranquilizar (v) (sussen)

tranquilizar (v) (algemeen)

tranquilizar (v) (ongerustheid)

tranquilizar (v) (woede)

Schwedisch kalmeren Niederländisch » Schwedisch Neues Wort vorschlagen

minska (v) (algemeen)

minska (v) (ongerustheid)

minska (v) (woede)

minska (v) (pijn)

minska (v) (sussen)

lugna ner sig (v) (afkoelen)

bli lugn (v) (afkoelen)

dämpa (v) (algemeen)

dämpa (v) (ongerustheid)

dämpa (v) (woede)

dämpa (v) (pijn)

dämpa (v) (sussen)

lugna (v) (algemeen)

lugna (v) (ongerustheid)

lugna (v) (woede)

lugna (v) (pijn)

lugna (v) (sussen)

stilla (v) (algemeen)

stilla (v) (ongerustheid)

stilla (v) (woede)

stilla (v) (pijn)

stilla (v) (sussen)

mildra (v) (algemeen)

mildra (v) (ongerustheid)

mildra (v) (woede)

mildra (v) (pijn)

mildra (v) (sussen)

lindra (v) (algemeen)

lindra (v) (ongerustheid)

lindra (v) (woede)

lindra (v) (pijn)

lindra (v) (sussen)

lätta (v) (algemeen)

lätta (v) (ongerustheid)

lätta (v) (woede)

lätta (v) (pijn)

lätta (v) (sussen)

döva (v) (algemeen)

döva (v) (ongerustheid)

döva (v) (woede)

döva (v) (pijn)

döva (v) (sussen)

blidka (v) (algemeen)

blidka (v) (ongerustheid)

blidka (v) (woede)

blidka (v) (pijn)

blidka (v) (sussen)

tysta (v) (algemeen)

tysta (v) (ongerustheid)

tysta (v) (woede)

tysta (v) (pijn)

tysta (v) (baby)

tysta (v) (sussen)

inge ny tillförsikt (v) (algemeen)

inge ny tillförsikt (v) (ongerustheid)

inge ny tillförsikt (v) (woede)

inge ny tillförsikt (v) (pijn)

inge ny tillförsikt (v) (sussen)

lugna ned (v) (algemeen)

lugna ned (v) (ongerustheid)

lugna ned (v) (woede)

lugna ned (v) (pijn)

lugna ned (v) (sussen)

hyssja åt (v) (baby)

Portugiesisch kalmeren Niederländisch » Portugiesisch Neues Wort vorschlagen

acalmar-se (v) (afkoelen)

esfriar a cabeça (v) (afkoelen)

abrandar (v) (pijn)

abrandar (v) (sussen)

abrandar (v) (algemeen)

abrandar (v) (ongerustheid)

abrandar (v) (woede)

aliviar (v) (pijn)

aliviar (v) (sussen)

aliviar (v) (algemeen)

aliviar (v) (ongerustheid)

aliviar (v) (woede)

aplacar (v) (pijn)

aplacar (v) (sussen)

aplacar (v) (algemeen)

aplacar (v) (ongerustheid)

aplacar (v) (woede)

contentar (v) (algemeen)

contentar (v) (woede)

contentar (v) (pijn)

contentar (v) (sussen)

contentar (v) (ongerustheid)

acalmar (v) (algemeen)

acalmar (v) (ongerustheid)

acalmar (v) (woede)

acalmar (v) (pijn)

acalmar (v) (sussen)

acalmar (v) (baby)

mitigar (v) (pijn)

mitigar (v) (sussen)

mitigar (v) (algemeen)

mitigar (v) (ongerustheid)

mitigar (v) (woede)

sossegar (v) (pijn)

sossegar (v) (sussen)

sossegar (v) (algemeen)

sossegar (v) (ongerustheid)

sossegar (v) (woede)

apaziguar (v) (algemeen)

apaziguar (v) (woede)

apaziguar (v) (pijn)

apaziguar (v) (sussen)

apaziguar (v) (ongerustheid)

aquietar (v) (algemeen)

aquietar (v) (woede)

aquietar (v) (pijn)

aquietar (v) (sussen)

aquietar (v) (ongerustheid)

tranqüilizar (v) (algemeen)

tranqüilizar (v) (ongerustheid)

tranqüilizar (v) (woede)

tranqüilizar (v) (pijn)

tranqüilizar (v) (sussen)

acalentar (v) (baby)

     

Verbformen von kalmeren

- -
Tegenwoordig en verleden deelwoord kalmerend und gekalmeerd
  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens kalmeer kalmeert kalmeert kalmeren kalmeren kalmeren
Imperfect kalmeerde kalmeerde kalmeerde kalmeerden kalmeerden kalmeerden
Toekomende tijd I zal kalmeren zult kalmeren zal kalmeren zullen kalmeren zullen kalmeren zullen kalmeren
Conditionalis I zou kalmeren zou kalmeren zou kalmeren zouden kalmeren zouden kalmeren zouden kalmeren
Perfectum heb gekalmeerd hebt gekalmeerd heeft gekalmeerd hebben gekalmeerd hebben gekalmeerd hebben gekalmeerd
Voltooid verleden tijd had gekalmeerd had gekalmeerd had gekalmeerd hadden gekalmeerd hadden gekalmeerd hadden gekalmeerd
Toekomende tijd II zal gekalmeerd hebben zult gekalmeerd hebben zal gekalmeerd hebben zullen gekalmeerd hebben zullen gekalmeerd hebben zullen gekalmeerd hebben
Conditionalis II zou hebben gekalmeerd zou hebben gekalmeerd zou hebben gekalmeerd zouden hebben gekalmeerd zouden hebben gekalmeerd zouden hebben gekalmeerd
Imperatief - kalmeer - - kalmeert -
kalmeren - Niederländisch Wörterbuch | Übersetzung - kalmeren übersetzen