Übersetzungen für kakelen

Suchbegriff:

kakelen

  hat Eine Bedeutung, eine Synonymgruppe & 4 Synonyme

Niederländisch Niederländisch

kakelen (klokken)

Französisch kakelen Niederländisch » Französisch Neues Wort vorschlagen

glousser (v) (klokken)

caqueter (v) (klokken)

gloussement (n) [m.] (klokken)

caquètement (n) [m.] (klokken)

Italienisch kakelen Niederländisch » Italienisch Neues Wort vorschlagen

chiocciare (n) [m.] (klokken)

chiocciare (v) [m.] (klokken)

coccodè (n) [m.] (klokken)

fare coccodè (v) (klokken)

Englisch kakelen Niederländisch » Englisch Neues Wort vorschlagen

clucking (n) (klokken)

cackling (n) (klokken)

chucking (n) (klokken)

chuckling (n) (klokken)

cluck (v) (klokken)

cackle (v) (klokken)

chuck (v) (klokken)

chuckle (v) (klokken)

Deutsch kakelen Niederländisch » Deutsch Neues Wort vorschlagen

Glucken (n) [n.] (klokken)

Gackern (n) [n.] (klokken)

glucken (v) (klokken)

gackern (v) (klokken)

Spanisch kakelen Niederländisch » Spanisch Neues Wort vorschlagen

cacarear (v) (klokken)

cacareo (n) [m.] (klokken)

cloquear (v) (klokken)

cloqueo (n) [m.] (klokken)

Schwedisch kakelen Niederländisch » Schwedisch Neues Wort vorschlagen

skrocka (v) (klokken)

klucka (v) (klokken)

kackla (v) (klokken)

skrockande (n) [n.] (klokken)

kacklande (n) [n.] (klokken)

kluckande (n) [n.] (klokken)

Portugiesisch kakelen Niederländisch » Portugiesisch Neues Wort vorschlagen

cacarejar (v) (klokken)

cocoricar (v) (klokken)

cacarejo (n) [m.] (klokken)

cocoricó (n) [m.] (klokken)

     

Verbformen von kakelen

- -
Tegenwoordig en verleden deelwoord kakelend und gekakeld
  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens kakel kakelt kakelt kakelen kakelen kakelen
Imperfect kakelde kakelde kakelde kakelden kakelden kakelden
Toekomende tijd I zal kakelen zult kakelen zal kakelen zullen kakelen zullen kakelen zullen kakelen
Conditionalis I zou kakelen zou kakelen zou kakelen zouden kakelen zouden kakelen zouden kakelen
Perfectum heb gekakeld hebt gekakeld heeft gekakeld hebben gekakeld hebben gekakeld hebben gekakeld
Voltooid verleden tijd had gekakeld had gekakeld had gekakeld hadden gekakeld hadden gekakeld hadden gekakeld
Toekomende tijd II zal gekakeld hebben zult gekakeld hebben zal gekakeld hebben zullen gekakeld hebben zullen gekakeld hebben zullen gekakeld hebben
Conditionalis II zou hebben gekakeld zou hebben gekakeld zou hebben gekakeld zouden hebben gekakeld zouden hebben gekakeld zouden hebben gekakeld
Imperatief - kakel - - kakelt -
kakelen - Niederländisch Wörterbuch | Übersetzung - kakelen übersetzen