Übersetzungen für je
je
hat 8 BedeutungenNiederländisch Niederländisch
je (bezittelijk bijvoeglijk nw. - enk., bez. bijv. nw. - mv. - één pers., algemeen, persoonlijk vnw. - lijdend vw. - enk., wederkerend vnw. - enk., persoonlijk vnw. - meewerkend vw. - enk., persoonlijk vnw. - onderwerp - enk., wederkerend voornaamwoord - mv.)
Französisch
je Niederländisch » Französisch
Neues Wort vorschlagen
ton
(a)
[m.]
(bezittelijk bijvoeglijk nw. - enk.)
ton
(a)
[m.]
(bez. bijv. nw. - mv. - één pers.)
ta
(a)
(bezittelijk bijvoeglijk nw. - enk.)
ta
(a)
(bez. bijv. nw. - mv. - één pers.)
tes
(a)
(bez. bijv. nw. - mv. - één pers.)
tes
(a)
(bezittelijk bijvoeglijk nw. - enk.)
vous
(o)
(algemeen)
vous
(o)
(persoonlijk vnw. - lijdend vw. - enk.)
vous
(o)
(wederkerend vnw. - enk.)
vous
(o)
(persoonlijk vnw. - meewerkend vw. - enk.)
vous
(o)
(persoonlijk vnw. - onderwerp - enk.)
vous
(o)
(wederkerend voornaamwoord - mv.)
tu
(o)
(algemeen)
tu
(o)
(persoonlijk vnw. - lijdend vw. - enk.)
tu
(o)
(wederkerend vnw. - enk.)
tu
(o)
(persoonlijk vnw. - meewerkend vw. - enk.)
tu
(o)
(persoonlijk vnw. - onderwerp - enk.)
tu
(o)
(wederkerend voornaamwoord - mv.)
toi
(o)
(algemeen)
toi
(o)
(persoonlijk vnw. - lijdend vw. - enk.)
toi
(o)
(wederkerend vnw. - enk.)
toi
(o)
(persoonlijk vnw. - meewerkend vw. - enk.)
toi
(o)
(persoonlijk vnw. - onderwerp - enk.)
toi
(o)
(wederkerend voornaamwoord - mv.)
te
(o)
(algemeen)
te
(o)
(persoonlijk vnw. - lijdend vw. - enk.)
te
(o)
(wederkerend vnw. - enk.)
te
(o)
(persoonlijk vnw. - meewerkend vw. - enk.)
te
(o)
(persoonlijk vnw. - onderwerp - enk.)
te
(o)
(wederkerend voornaamwoord - mv.)
Italienisch
je Niederländisch » Italienisch
Neues Wort vorschlagen
i tuoi (a) (bez. bijv. nw. - mv. - één pers.)
i tuoi (a) (bezittelijk bijvoeglijk nw. - enk.)
il tuo (a) (bezittelijk bijvoeglijk nw. - enk.)
il tuo (a) (bez. bijv. nw. - mv. - één pers.)
la tua (a) (bezittelijk bijvoeglijk nw. - enk.)
la tua (a) (bez. bijv. nw. - mv. - één pers.)
le tue (a) (bez. bijv. nw. - mv. - één pers.)
le tue (a) (bezittelijk bijvoeglijk nw. - enk.)
lei
(o)
(algemeen)
lei
(o)
(persoonlijk vnw. - onderwerp - enk.)
lei
(o)
(persoonlijk vnw. - lijdend vw. - enk.)
lei
(o)
(wederkerend vnw. - enk.)
lei
(o)
(wederkerend voornaamwoord - mv.)
lei
(o)
(persoonlijk vnw. - meewerkend vw. - enk.)
loro
(o)
(algemeen)
loro
(o)
(persoonlijk vnw. - onderwerp - enk.)
loro
(o)
(persoonlijk vnw. - lijdend vw. - enk.)
loro
(o)
(wederkerend vnw. - enk.)
loro
(o)
(wederkerend voornaamwoord - mv.)
loro
(o)
(persoonlijk vnw. - meewerkend vw. - enk.)
te
(o)
(algemeen)
te
(o)
(persoonlijk vnw. - onderwerp - enk.)
te
(o)
(persoonlijk vnw. - lijdend vw. - enk.)
te
(o)
(wederkerend vnw. - enk.)
te
(o)
(wederkerend voornaamwoord - mv.)
te
(o)
(persoonlijk vnw. - meewerkend vw. - enk.)
ti
(o)
(algemeen)
ti
(o)
(persoonlijk vnw. - onderwerp - enk.)
ti
(o)
(persoonlijk vnw. - lijdend vw. - enk.)
ti
(o)
(wederkerend vnw. - enk.)
ti
(o)
(wederkerend voornaamwoord - mv.)
ti
(o)
(persoonlijk vnw. - meewerkend vw. - enk.)
tu
(o)
(algemeen)
tu
(o)
(persoonlijk vnw. - onderwerp - enk.)
tu
(o)
(persoonlijk vnw. - lijdend vw. - enk.)
tu
(o)
(wederkerend vnw. - enk.)
tu
(o)
(wederkerend voornaamwoord - mv.)
tu
(o)
(persoonlijk vnw. - meewerkend vw. - enk.)
vi
(o)
(algemeen)
vi
(o)
(persoonlijk vnw. - onderwerp - enk.)
vi
(o)
(persoonlijk vnw. - lijdend vw. - enk.)
vi
(o)
(wederkerend vnw. - enk.)
vi
(o)
(wederkerend voornaamwoord - mv.)
vi
(o)
(persoonlijk vnw. - meewerkend vw. - enk.)
voi
(o)
(algemeen)
voi
(o)
(persoonlijk vnw. - onderwerp - enk.)
voi
(o)
(persoonlijk vnw. - lijdend vw. - enk.)
voi
(o)
(wederkerend vnw. - enk.)
voi
(o)
(wederkerend voornaamwoord - mv.)
voi
(o)
(persoonlijk vnw. - meewerkend vw. - enk.)
Englisch
je Niederländisch » Englisch
Neues Wort vorschlagen
your
(a)
(bez. bijv. nw. - mv. - één pers.)
your
(a)
(bezittelijk bijvoeglijk nw. - enk.)
you
(o)
(algemeen)
you
(o)
(persoonlijk vnw. - lijdend vw. - enk.)
you
(o)
(persoonlijk vnw. - meewerkend vw. - enk.)
you
(o)
(persoonlijk vnw. - onderwerp - enk.)
yourselves (o) (wederkerend voornaamwoord - mv.)
yourself
(o)
(wederkerend vnw. - enk.)
Deutsch
je Niederländisch » Deutsch
Neues Wort vorschlagen
deine (a) (bez. bijv. nw. - mv. - één pers.)
dein (a) (bezittelijk bijvoeglijk nw. - enk.)
deine (a) (bezittelijk bijvoeglijk nw. - enk.)
Sie (o) (algemeen)
du (o) (algemeen)
ihr (o) (algemeen)
dich (o) (algemeen)
euch (o) (algemeen)
Ihnen (o) (algemeen)
sich (o) (algemeen)
dir (o) (algemeen)
dich (o) (persoonlijk vnw. - lijdend vw. - enk.)
dir (o) (persoonlijk vnw. - meewerkend vw. - enk.)
du (o) (persoonlijk vnw. - onderwerp - enk.)
euch (o) (wederkerend voornaamwoord - mv.)
dich (o) (wederkerend vnw. - enk.)
Spanisch
je Niederländisch » Spanisch
Neues Wort vorschlagen
le (o) (algemeen)
le (o) (persoonlijk vnw. - lijdend vw. - enk.)
le (o) (wederkerend vnw. - enk.)
le (o) (persoonlijk vnw. - meewerkend vw. - enk.)
le (o) (persoonlijk vnw. - onderwerp - enk.)
le (o) (wederkerend voornaamwoord - mv.)
les (o) (algemeen)
les (o) (persoonlijk vnw. - lijdend vw. - enk.)
les (o) (wederkerend vnw. - enk.)
les (o) (persoonlijk vnw. - meewerkend vw. - enk.)
les (o) (persoonlijk vnw. - onderwerp - enk.)
les (o) (wederkerend voornaamwoord - mv.)
os (o) (algemeen)
os (o) (persoonlijk vnw. - lijdend vw. - enk.)
os (o) (wederkerend vnw. - enk.)
os (o) (persoonlijk vnw. - meewerkend vw. - enk.)
os (o) (persoonlijk vnw. - onderwerp - enk.)
os (o) (wederkerend voornaamwoord - mv.)
te (o) (algemeen)
te (o) (persoonlijk vnw. - lijdend vw. - enk.)
te (o) (wederkerend vnw. - enk.)
te (o) (persoonlijk vnw. - meewerkend vw. - enk.)
te (o) (persoonlijk vnw. - onderwerp - enk.)
te (o) (wederkerend voornaamwoord - mv.)
ti (o) (algemeen)
ti (o) (persoonlijk vnw. - lijdend vw. - enk.)
ti (o) (wederkerend vnw. - enk.)
ti (o) (persoonlijk vnw. - meewerkend vw. - enk.)
ti (o) (persoonlijk vnw. - onderwerp - enk.)
ti (o) (wederkerend voornaamwoord - mv.)
tu (a) (bezittelijk bijvoeglijk nw. - enk.)
tu (a) (bez. bijv. nw. - mv. - één pers.)
tú (o) (algemeen)
tú (o) (persoonlijk vnw. - lijdend vw. - enk.)
tú (o) (wederkerend vnw. - enk.)
tú (o) (persoonlijk vnw. - meewerkend vw. - enk.)
tú (o) (persoonlijk vnw. - onderwerp - enk.)
tú (o) (wederkerend voornaamwoord - mv.)
usted (o) (algemeen)
usted (o) (persoonlijk vnw. - lijdend vw. - enk.)
usted (o) (wederkerend vnw. - enk.)
usted (o) (persoonlijk vnw. - meewerkend vw. - enk.)
usted (o) (persoonlijk vnw. - onderwerp - enk.)
usted (o) (wederkerend voornaamwoord - mv.)
ustedes (o) (algemeen)
ustedes (o) (persoonlijk vnw. - lijdend vw. - enk.)
ustedes (o) (wederkerend vnw. - enk.)
ustedes (o) (persoonlijk vnw. - meewerkend vw. - enk.)
ustedes (o) (persoonlijk vnw. - onderwerp - enk.)
ustedes (o) (wederkerend voornaamwoord - mv.)
vosotros (o) (algemeen)
vosotros (o) (persoonlijk vnw. - lijdend vw. - enk.)
vosotros (o) (wederkerend vnw. - enk.)
vosotros (o) (persoonlijk vnw. - meewerkend vw. - enk.)
vosotros (o) (persoonlijk vnw. - onderwerp - enk.)
vosotros (o) (wederkerend voornaamwoord - mv.)
vuestros (a) (bez. bijv. nw. - mv. - één pers.)
vuestros (a) (bezittelijk bijvoeglijk nw. - enk.)
Schwedisch
je Niederländisch » Schwedisch
Neues Wort vorschlagen
er (o) (algemeen)
er (o) (persoonlijk vnw. - lijdend vw. - enk.)
er (o) (persoonlijk vnw. - meewerkend vw. - enk.)
er (o) (persoonlijk vnw. - onderwerp - enk.)
er (o) (wederkerend voornaamwoord - mv.)
er (o) (wederkerend vnw. - enk.)
din (a) (bez. bijv. nw. - mv. - één pers.)
din (a) (bezittelijk bijvoeglijk nw. - enk.)
ditt (a) (bez. bijv. nw. - mv. - één pers.)
ditt (a) (bezittelijk bijvoeglijk nw. - enk.)
dina (a) (bez. bijv. nw. - mv. - één pers.)
dina (a) (bezittelijk bijvoeglijk nw. - enk.)
du (o) (algemeen)
du (o) (persoonlijk vnw. - lijdend vw. - enk.)
du (o) (persoonlijk vnw. - meewerkend vw. - enk.)
du (o) (persoonlijk vnw. - onderwerp - enk.)
du (o) (wederkerend voornaamwoord - mv.)
du (o) (wederkerend vnw. - enk.)
ni (o) (algemeen)
ni (o) (persoonlijk vnw. - lijdend vw. - enk.)
ni (o) (persoonlijk vnw. - meewerkend vw. - enk.)
ni (o) (persoonlijk vnw. - onderwerp - enk.)
ni (o) (wederkerend voornaamwoord - mv.)
ni (o) (wederkerend vnw. - enk.)
dig (o) (algemeen)
dig (o) (persoonlijk vnw. - lijdend vw. - enk.)
dig (o) (persoonlijk vnw. - meewerkend vw. - enk.)
dig (o) (persoonlijk vnw. - onderwerp - enk.)
dig (o) (wederkerend voornaamwoord - mv.)
dig (o) (wederkerend vnw. - enk.)
Eder (o) (algemeen)
Eder (o) (persoonlijk vnw. - lijdend vw. - enk.)
Eder (o) (persoonlijk vnw. - meewerkend vw. - enk.)
Eder (o) (persoonlijk vnw. - onderwerp - enk.)
Eder (o) (wederkerend voornaamwoord - mv.)
Eder (o) (wederkerend vnw. - enk.)
dig själv (o) (algemeen)
dig själv (o) (persoonlijk vnw. - lijdend vw. - enk.)
dig själv (o) (wederkerend vnw. - enk.)
er själva (o) (algemeen)
er själva (o) (wederkerend voornaamwoord - mv.)
Portugiesisch
je Niederländisch » Portugiesisch
Neues Wort vorschlagen
no (o) (algemeen)
no (o) (persoonlijk vnw. - lijdend vw. - enk.)
no (o) (wederkerend vnw. - enk.)
o (o) (algemeen)
o (o) (persoonlijk vnw. - lijdend vw. - enk.)
o (o) (wederkerend vnw. - enk.)
seu (a) (bez. bijv. nw. - mv. - één pers.)
seu (a) (bezittelijk bijvoeglijk nw. - enk.)
sua (a) (bez. bijv. nw. - mv. - één pers.)
sua (a) (bezittelijk bijvoeglijk nw. - enk.)
teu (a) (bez. bijv. nw. - mv. - één pers.)
teu (a) (bezittelijk bijvoeglijk nw. - enk.)
tua (a) (bez. bijv. nw. - mv. - één pers.)
tua (a) (bezittelijk bijvoeglijk nw. - enk.)
você (o) (algemeen)
você (o) (persoonlijk vnw. - onderwerp - enk.)
você (o) (persoonlijk vnw. - lijdend vw. - enk.)
você (o) (wederkerend vnw. - enk.)
você (o) (wederkerend voornaamwoord - mv.)
você (o) (persoonlijk vnw. - meewerkend vw. - enk.)
tu (o) (algemeen)
tu (o) (persoonlijk vnw. - onderwerp - enk.)
tu (o) (persoonlijk vnw. - lijdend vw. - enk.)
tu (o) (wederkerend vnw. - enk.)
tu (o) (wederkerend voornaamwoord - mv.)
tu (o) (persoonlijk vnw. - meewerkend vw. - enk.)
lo (o) (algemeen)
lo (o) (persoonlijk vnw. - lijdend vw. - enk.)
lo (o) (wederkerend vnw. - enk.)
la (o) (algemeen)
la (o) (persoonlijk vnw. - lijdend vw. - enk.)
la (o) (wederkerend vnw. - enk.)
na (o) (algemeen)
na (o) (persoonlijk vnw. - lijdend vw. - enk.)
na (o) (wederkerend vnw. - enk.)
te (o) (algemeen)
te (o) (persoonlijk vnw. - lijdend vw. - enk.)
te (o) (wederkerend vnw. - enk.)
te (o) (persoonlijk vnw. - meewerkend vw. - enk.)
se (o) (algemeen)
se (o) (wederkerend voornaamwoord - mv.)
se (o) (persoonlijk vnw. - lijdend vw. - enk.)
se (o) (wederkerend vnw. - enk.)
lhe (o) (algemeen)
lhe (o) (persoonlijk vnw. - meewerkend vw. - enk.)
