Übersetzungen für intrigeren
intrigeren
hat 2 Bedeutungen, 5 Synonymgruppen & 17 SynonymeNiederländisch Niederländisch
intrigeren (misdaad, interesseren)
Französisch
intrigeren Niederländisch » Französisch
Neues Wort vorschlagen
intrigue
(n)
[f.]
(misdaad)
fasciner
(v)
(interesseren)
conjuration
(n)
[f.]
(misdaad)
intriguer
(v)
(interesseren)
connivence
(n)
[f.]
(misdaad)
complot
(n)
[m.]
(misdaad)
conspiration
(n)
[f.]
(misdaad)
Italienisch
intrigeren Niederländisch » Italienisch
Neues Wort vorschlagen
affascinare
(v)
(interesseren)
avvincere (v) (interesseren)
complotto
(n)
[m.]
(misdaad)
congiura
(n)
[f.]
(misdaad)
connivenza
(n)
[f.]
(misdaad)
cospirazione
(n)
[f.]
(misdaad)
destare l'interesse di (v) (interesseren)
incuriosire
(v)
(interesseren)
intrigare
(v)
(interesseren)
Englisch
intrigeren Niederländisch » Englisch
Neues Wort vorschlagen
connivance (n) (misdaad)
conspiring (n) (misdaad)
intriguing
(n)
(misdaad)
colluding (n) (misdaad)
plotting
(n)
(misdaad)
intrigue
(v)
(interesseren)
fascinate
(v)
(interesseren)
Deutsch
intrigeren Niederländisch » Deutsch
Neues Wort vorschlagen
Verschwörung (n) [f.] (misdaad)
Intrige (n) [f.] (misdaad)
Konspiration (n) [f.] (misdaad)
Komplott (n) [n.] (misdaad)
faszinieren (v) (interesseren)
Spanisch
intrigeren Niederländisch » Spanisch
Neues Wort vorschlagen
complot
(n)
[m.]
(misdaad)
confabulación (n) [f.] (misdaad)
connivencia (n) [f.] (misdaad)
conspiración
(n)
[f.]
(misdaad)
fascinar
(v)
(interesseren)
intriga
(n)
[f.]
(misdaad)
intrigar
(v)
(interesseren)
Schwedisch
intrigeren Niederländisch » Schwedisch
Neues Wort vorschlagen
fascinera (v) (interesseren)
väcka intresse hos (v) (interesseren)
Portugiesisch
intrigeren Niederländisch » Portugiesisch
Neues Wort vorschlagen
maquinação (n) [f.] (misdaad)
fascinar (v) (interesseren)
intrigar (v) (interesseren)
conivência (n) [f.] (misdaad)
conspiração (n) [f.] (misdaad)
intriga (n) [f.] (misdaad)
conluio (n) [m.] (misdaad)
Verbformen von intrigeren
| - | - | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | intrigerend | und | geïntrigeerd |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | intrigeer | intrigeert | intrigeert | intrigeren | intrigeren | intrigeren |
| Imperfect | intrigeerde | intrigeerde | intrigeerde | intrigeerden | intrigeerden | intrigeerden |
| Toekomende tijd I | zal intrigeren | zult intrigeren | zal intrigeren | zullen intrigeren | zullen intrigeren | zullen intrigeren |
| Conditionalis I | zou intrigeren | zou intrigeren | zou intrigeren | zouden intrigeren | zouden intrigeren | zouden intrigeren |
| Perfectum | heb geïntrigeerd | hebt geïntrigeerd | heeft geïntrigeerd | hebben geïntrigeerd | hebben geïntrigeerd | hebben geïntrigeerd |
| Voltooid verleden tijd | had geïntrigeerd | had geïntrigeerd | had geïntrigeerd | hadden geïntrigeerd | hadden geïntrigeerd | hadden geïntrigeerd |
| Toekomende tijd II | zal geïntrigeerd hebben | zult geïntrigeerd hebben | zal geïntrigeerd hebben | zullen geïntrigeerd hebben | zullen geïntrigeerd hebben | zullen geïntrigeerd hebben |
| Conditionalis II | zou hebben geïntrigeerd | zou hebben geïntrigeerd | zou hebben geïntrigeerd | zouden hebben geïntrigeerd | zouden hebben geïntrigeerd | zouden hebben geïntrigeerd |
| Imperatief | - | intrigeer | - | - | intrigeert | - |
