Übersetzungen für inoculeren

Suchbegriff:

inoculeren

  hat Eine Bedeutung, eine Synonymgruppe & 2 Synonyme

Niederländisch Niederländisch

inoculeren (geneeskunde)

Französisch inoculeren Niederländisch » Französisch Neues Wort vorschlagen

inoculer (v) (geneeskunde)

vacciner (v) (geneeskunde)

Italienisch inoculeren Niederländisch » Italienisch Neues Wort vorschlagen

inoculare (v) (geneeskunde)

vaccinare (v) (geneeskunde)

Englisch inoculeren Niederländisch » Englisch Neues Wort vorschlagen

inoculate (v) (geneeskunde)

Deutsch inoculeren Niederländisch » Deutsch Neues Wort vorschlagen

impfen (v) (geneeskunde)

Spanisch inoculeren Niederländisch » Spanisch Neues Wort vorschlagen

inocular (v) (geneeskunde)

vacunar (v) (geneeskunde)

Schwedisch inoculeren Niederländisch » Schwedisch Neues Wort vorschlagen

ympa in (v) (geneeskunde)

inympa (v) (geneeskunde)

inokulera (v) (geneeskunde)

vaccinera (v) (geneeskunde)

Portugiesisch inoculeren Niederländisch » Portugiesisch Neues Wort vorschlagen

inocular (v) (geneeskunde)

vacinar (v) (geneeskunde)

     

Verbformen von inoculeren

- -
Tegenwoordig en verleden deelwoord inoculerend und geïnoculeerd
  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens inoculeer inoculeert inoculeert inoculeren inoculeren inoculeren
Imperfect inoculeerde inoculeerde inoculeerde inoculeerden inoculeerden inoculeerden
Toekomende tijd I zal inoculeren zult inoculeren zal inoculeren zullen inoculeren zullen inoculeren zullen inoculeren
Conditionalis I zou inoculeren zou inoculeren zou inoculeren zouden inoculeren zouden inoculeren zouden inoculeren
Perfectum heb geïnoculeerd hebt geïnoculeerd heeft geïnoculeerd hebben geïnoculeerd hebben geïnoculeerd hebben geïnoculeerd
Voltooid verleden tijd had geïnoculeerd had geïnoculeerd had geïnoculeerd hadden geïnoculeerd hadden geïnoculeerd hadden geïnoculeerd
Toekomende tijd II zal geïnoculeerd hebben zult geïnoculeerd hebben zal geïnoculeerd hebben zullen geïnoculeerd hebben zullen geïnoculeerd hebben zullen geïnoculeerd hebben
Conditionalis II zou hebben geïnoculeerd zou hebben geïnoculeerd zou hebben geïnoculeerd zouden hebben geïnoculeerd zouden hebben geïnoculeerd zouden hebben geïnoculeerd
Imperatief - inoculeer - - inoculeert -
inoculeren - Niederländisch Wörterbuch | Übersetzung - inoculeren übersetzen