Übersetzungen für houden
houden
hat 4 Bedeutungen, 5 Synonymgruppen & 13 SynonymeNiederländisch Niederländisch
houden (algemeen, toespraak, positie, beroep)
Französisch
houden Niederländisch » Französisch
Neues Wort vorschlagen
Italienisch
houden Niederländisch » Italienisch
Neues Wort vorschlagen
continuare a tenere a servizio (v) (beroep)
declamare
(v)
(toespraak)
fare
(v)
(algemeen)
fare
(v)
(toespraak)
fare
(v)
(positie)
parlare in modo retorico (v) (toespraak)
pronunciare
(v)
(algemeen)
pronunciare
(v)
(toespraak)
pronunciare
(v)
(positie)
tenere
(v)
(algemeen)
tenere
(v)
(toespraak)
tenere
(v)
(positie)
tenere
(v)
(beroep)
Englisch
houden Niederländisch » Englisch
Neues Wort vorschlagen
Deutsch
houden Niederländisch » Deutsch
Neues Wort vorschlagen
Spanisch
houden Niederländisch » Spanisch
Neues Wort vorschlagen
dar (v) (algemeen)
dar (v) (toespraak)
dar (v) (positie)
declamar
(v)
(toespraak)
mantener (v) (beroep)
mantener (v) (algemeen)
mantener (v) (toespraak)
mantener (v) (positie)
orar
(v)
(toespraak)
pronunciar (v) (algemeen)
pronunciar (v) (toespraak)
pronunciar (v) (positie)
recitar
(v)
(toespraak)
retener (v) (beroep)
sermonear (v) (toespraak)
tener (v) (algemeen)
tener (v) (toespraak)
tener (v) (positie)
Schwedisch
houden Niederländisch » Schwedisch
Neues Wort vorschlagen
Portugiesisch
houden Niederländisch » Portugiesisch
Neues Wort vorschlagen
segurar (v) (algemeen)
segurar (v) (toespraak)
segurar (v) (positie)
fazer (v) (algemeen)
fazer (v) (toespraak)
fazer (v) (positie)
manter (v) (beroep)
manter (v) (algemeen)
manter (v) (toespraak)
manter (v) (positie)
declamar (v) (toespraak)
fazer discurso (v) (toespraak)
discursar (v) (toespraak)
orar (v) (toespraak)
ter (v) (algemeen)
ter (v) (toespraak)
ter (v) (positie)
Verbformen von houden
| irr. | - | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | houdend | und | gehouden |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | houd | houdt | houdt | houden | houden | houden |
| Imperfect | hield | hield | hield | hielden | hielden | hielden |
| Toekomende tijd I | zal houden | zult houden | zal houden | zullen houden | zullen houden | zullen houden |
| Conditionalis I | zou houden | zou houden | zou houden | zouden houden | zouden houden | zouden houden |
| Perfectum | heb gehouden | hebt gehouden | heeft gehouden | hebben gehouden | hebben gehouden | hebben gehouden |
| Voltooid verleden tijd | had gehouden | had gehouden | had gehouden | hadden gehouden | hadden gehouden | hadden gehouden |
| Toekomende tijd II | zal gehouden hebben | zult gehouden hebben | zal gehouden hebben | zullen gehouden hebben | zullen gehouden hebben | zullen gehouden hebben |
| Conditionalis II | zou hebben gehouden | zou hebben gehouden | zou hebben gehouden | zouden hebben gehouden | zouden hebben gehouden | zouden hebben gehouden |
| Imperatief | - | houd | - | - | houdt | - |
