Übersetzungen für horen
horen
hat 6 Bedeutungen, 5 Synonymgruppen & 13 SynonymeNiederländisch Niederländisch
horen (fysiologie, noodzakelijkheid, passen, plaats, anatomie - zoölogie, gedrag)
Französisch
horen Niederländisch » Französisch
Neues Wort vorschlagen
entendre
(v)
(fysiologie)
devoir
(v)
[m.]
(noodzakelijkheid)
aller
(v)
(passen)
aller
(v)
(plaats)
être obligé de (v) (noodzakelijkheid)
être nécessaire (v) (noodzakelijkheid)
convenir à (v) (passen)
corne
(n)
[f.]
(anatomie - zoölogie)
être approprié à (v) (passen)
être à sa place (v) (plaats)
falloir
(v)
(noodzakelijkheid)
Italienisch
horen Niederländisch » Italienisch
Neues Wort vorschlagen
addirsi a (v) (passen)
andare
(v)
(plaats)
avere bisogno di (v) (noodzakelijkheid)
avere il posto (v) (plaats)
bisognare
(v)
(noodzakelijkheid)
confarsi a (v) (passen)
convenire a (v) (passen)
convenirsi a (v) (passen)
corno
(n)
[m.]
(anatomie - zoölogie)
dovere
(v)
[m.]
(noodzakelijkheid)
essere necessario (v) (noodzakelijkheid)
sentire
(v)
(fysiologie)
udire
(v)
(fysiologie)
Englisch
horen Niederländisch » Englisch
Neues Wort vorschlagen
horn
(n)
(anatomie - zoölogie)
ought to (v) (noodzakelijkheid)
should
(v)
(noodzakelijkheid)
need
(v)
(noodzakelijkheid)
belong
(v)
(plaats)
hear
(v)
(fysiologie)
become
(v)
(gedrag)
befit (v) (gedrag)
behoove (v) (gedrag)
behove (v) (gedrag)
suit
(v)
(passen)
fit
(v)
(passen)
befit (v) (passen)
become
(formal) (v)
(passen)
Deutsch
horen Niederländisch » Deutsch
Neues Wort vorschlagen
Horn (n) [n.] (anatomie - zoölogie)
sollen (v) (noodzakelijkheid)
müssen (v) (noodzakelijkheid)
gehören (v) (plaats)
hören (v) (fysiologie)
sich schicken (v) (gedrag)
sich ziemen (v) (gedrag)
sich gebühren (v) (gedrag)
passend sein (v) (passen)
geeignet sein (v) (passen)
Spanisch
horen Niederländisch » Spanisch
Neues Wort vorschlagen
convenir a (v) (passen)
corresponder a (v) (passen)
cuerno (n) [m.] (anatomie - zoölogie)
deber (v) [m.] (noodzakelijkheid)
deber estar (v) (plaats)
oír (v) (fysiologie)
pertenecer (v) (plaats)
ser necesario (v) (noodzakelijkheid)
ser propio de (v) (passen)
tener (v) (noodzakelijkheid)
tener que (v) (noodzakelijkheid)
Schwedisch
horen Niederländisch » Schwedisch
Neues Wort vorschlagen
passa (v) (passen)
behöva (v) (noodzakelijkheid)
måste (v) (noodzakelijkheid)
horn (n) [n.] (anatomie - zoölogie)
vara tvungen att (v) (noodzakelijkheid)
anstå (v) (passen)
vara lämplig (v) (passen)
ha sin plats (v) (plaats)
höra hemma (v) (plaats)
höra (v) (fysiologie)
bör (v) (noodzakelijkheid)
borde (v) (noodzakelijkheid)
Portugiesisch
horen Niederländisch » Portugiesisch
Neues Wort vorschlagen
ouvir (v) (fysiologie)
dever (v) [m.] (noodzakelijkheid)
precisar (v) (noodzakelijkheid)
ter que (v) (noodzakelijkheid)
ser de (v) (plaats)
adequar-se (v) (passen)
ser apropriado para (v) (passen)
encaixar-se (v) (passen)
ser conveniente para (v) (passen)
estar no seu lugar (v) (plaats)
pertencer (v) (plaats)
chifre (n) [m.] (anatomie - zoölogie)
corno (n) [m.] (anatomie - zoölogie)
Verbformen von horen
| - | - | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | horend | und | gehoord |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | hoor | hoort | hoort | horen | horen | horen |
| Imperfect | hoorde | hoorde | hoorde | hoorden | hoorden | hoorden |
| Toekomende tijd I | zal horen | zult horen | zal horen | zullen horen | zullen horen | zullen horen |
| Conditionalis I | zou horen | zou horen | zou horen | zouden horen | zouden horen | zouden horen |
| Perfectum | heb gehoord | hebt gehoord | heeft gehoord | hebben gehoord | hebben gehoord | hebben gehoord |
| Voltooid verleden tijd | had gehoord | had gehoord | had gehoord | hadden gehoord | hadden gehoord | hadden gehoord |
| Toekomende tijd II | zal gehoord hebben | zult gehoord hebben | zal gehoord hebben | zullen gehoord hebben | zullen gehoord hebben | zullen gehoord hebben |
| Conditionalis II | zou hebben gehoord | zou hebben gehoord | zou hebben gehoord | zouden hebben gehoord | zouden hebben gehoord | zouden hebben gehoord |
| Imperatief | - | - | - | - | - | - |
