Übersetzungen für hinderen
hinderen
hat 5 Bedeutungen, 5 Synonymgruppen & 17 SynonymeNiederländisch Niederländisch
hinderen (gevoelstoestand, situatie, belemmeren, activiteit, kleding)
Französisch
hinderen Niederländisch » Französisch
Neues Wort vorschlagen
ennuyer
(v)
(gevoelstoestand)
importuner
(v)
(situatie)
obstruction
(n)
[f.]
(belemmeren)
encrassement (n) [m.] (belemmeren)
colmatage (n) [m.] (belemmeren)
empâtement (n) [m.] (belemmeren)
gêner
(v)
(activiteit)
gêner
(v)
(kleding)
gêner
(v)
(situatie)
entraver
(v)
(activiteit)
entraver
(v)
(kleding)
déranger
(v)
(activiteit)
déranger
(v)
(situatie)
inquiéter
(v)
(gevoelstoestand)
embarrasser
(v)
(activiteit)
embarrasser
(v)
(kleding)
incommoder
(v)
(situatie)
Italienisch
hinderen Niederländisch » Italienisch
Neues Wort vorschlagen
dare fastidio (v) (gevoelstoestand)
dare fastidio (v) (activiteit)
dare fastidio (v) (kleding)
disturbare
(v)
(activiteit)
disturbare
(v)
(situatie)
incomodare
(v)
(situatie)
ingorgo
(n)
[m.]
(belemmeren)
intasamento
(n)
[m.]
(belemmeren)
intralciare
(v)
(activiteit)
ostacolare
(v)
(activiteit)
ostacolare
(v)
(kleding)
ostruzione
(n)
[f.]
(belemmeren)
preoccupare
(v)
(gevoelstoestand)
scomodare
(v)
(situatie)
Englisch
hinderen Niederländisch » Englisch
Neues Wort vorschlagen
clogging (n) (belemmeren)
hindering
(n)
(belemmeren)
obstructing (n) (belemmeren)
stopping up (n) (belemmeren)
jamming
(n)
(belemmeren)
hinder
(v)
(activiteit)
obstruct
(v)
(activiteit)
hamper
(v)
(activiteit)
interfere with (v) (activiteit)
put out
(v)
(situatie)
inconvenience
(v)
(situatie)
bother
(v)
(gevoelstoestand)
hinder
(v)
(kleding)
hamper
(v)
(kleding)
Deutsch
hinderen Niederländisch » Deutsch
Neues Wort vorschlagen
Blockierung (n) [f.] (belemmeren)
Behinderung (n) [f.] (belemmeren)
Aufschüttung (n) [f.] (belemmeren)
Aufschlämmung (n) [f.] (belemmeren)
hindern (v) (activiteit)
beeinträchtigen (v) (activiteit)
in Verlegenheit bringen (v) (situatie)
Sorgen machen (v) (gevoelstoestand)
hindern (v) (kleding)
Spanisch
hinderen Niederländisch » Spanisch
Neues Wort vorschlagen
atasco
(n)
[m.]
(belemmeren)
bloqueo
(n)
[m.]
(belemmeren)
estorbar
(v)
(activiteit)
estorbar
(v)
(kleding)
impedir (v) (activiteit)
impedir (v) (kleding)
incomodar
(v)
(situatie)
interferir con (v) (activiteit)
molestar (v) (situatie)
molestar (v) (gevoelstoestand)
obstrucción
(n)
[f.]
(belemmeren)
Schwedisch
hinderen Niederländisch » Schwedisch
Neues Wort vorschlagen
plåga (v) (gevoelstoestand)
besvära (v) (gevoelstoestand)
störa (v) (activiteit)
hejda (v) (activiteit)
hejda (v) (kleding)
hindra (v) (activiteit)
hindra (v) (kleding)
stå i vägen (v) (activiteit)
stå i vägen (v) (kleding)
vålla besvär (v) (situatie)
vara besvärlig för (v) (situatie)
Portugiesisch
hinderen Niederländisch » Portugiesisch
Neues Wort vorschlagen
obstruir (v) (activiteit)
obstruir (v) (kleding)
obstrução (n) [f.] (belemmeren)
bloqueio (n) [m.] (belemmeren)
retenção (n) [f.] (belemmeren)
perturbar (v) (activiteit)
dificultar (v) (activiteit)
dificultar (v) (kleding)
interferir em (v) (activiteit)
importunar (v) (situatie)
importunar (v) (gevoelstoestand)
embaraçar (v) (activiteit)
embaraçar (v) (kleding)
incomodar (v) (situatie)
preocupar (v) (gevoelstoestand)
estorvar (v) (activiteit)
estorvar (v) (kleding)
atrapalhar (v) (activiteit)
atrapalhar (v) (kleding)
Verbformen von hinderen
| - | - | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | hinderend | und | gehinderd |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | hinder | hindert | hindert | hinderen | hinderen | hinderen |
| Imperfect | hinderde | hinderde | hinderde | hinderden | hinderden | hinderden |
| Toekomende tijd I | zal hinderen | zult hinderen | zal hinderen | zullen hinderen | zullen hinderen | zullen hinderen |
| Conditionalis I | zou hinderen | zou hinderen | zou hinderen | zouden hinderen | zouden hinderen | zouden hinderen |
| Perfectum | heb gehinderd | hebt gehinderd | heeft gehinderd | hebben gehinderd | hebben gehinderd | hebben gehinderd |
| Voltooid verleden tijd | had gehinderd | had gehinderd | had gehinderd | hadden gehinderd | hadden gehinderd | hadden gehinderd |
| Toekomende tijd II | zal gehinderd hebben | zult gehinderd hebben | zal gehinderd hebben | zullen gehinderd hebben | zullen gehinderd hebben | zullen gehinderd hebben |
| Conditionalis II | zou hebben gehinderd | zou hebben gehinderd | zou hebben gehinderd | zouden hebben gehinderd | zouden hebben gehinderd | zouden hebben gehinderd |
| Imperatief | - | hinder | - | - | hindert | - |
