Übersetzungen für groeperen
groeperen
hat Eine Bedeutung, eine Synonymgruppe & 2 SynonymeNiederländisch Niederländisch
groeperen (classificatie)
Französisch
groeperen Niederländisch » Französisch
Neues Wort vorschlagen
arranger
(v)
(classificatie)
classer
(v)
(classificatie)
ranger
(v)
(classificatie)
classifier
(v)
(classificatie)
mettre en ordre (v) (classificatie)
grouper
(v)
(classificatie)
Italienisch
groeperen Niederländisch » Italienisch
Neues Wort vorschlagen
classificare
(v)
(classificatie)
disporre
(v)
(classificatie)
ordinare
(v)
(classificatie)
organizzare
(v)
(classificatie)
raggruppare
(v)
[m.]
(classificatie)
sistemare
(v)
(classificatie)
Englisch
groeperen Niederländisch » Englisch
Neues Wort vorschlagen
group
(v)
(classificatie)
Deutsch
groeperen Niederländisch » Deutsch
Neues Wort vorschlagen
gruppieren (v) (classificatie)
einordnen (v) (classificatie)
Spanisch
groeperen Niederländisch » Spanisch
Neues Wort vorschlagen
Schwedisch
groeperen Niederländisch » Schwedisch
Neues Wort vorschlagen
ordna (v) (classificatie)
arrangera (v) (classificatie)
organisera (v) (classificatie)
anordna (v) (classificatie)
indela (v) (classificatie)
ställa i ordning (v) (classificatie)
gruppera (v) (classificatie)
Portugiesisch
groeperen Niederländisch » Portugiesisch
Neues Wort vorschlagen
classificar (v) (classificatie)
dispor (v) (classificatie)
arrumar (v) (classificatie)
organizar (v) (classificatie)
ordenar (v) (classificatie)
sistematizar (v) (classificatie)
agrupar (v) (classificatie)
Verbformen von groeperen
| - | - | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | groeperend | und | gegroepeerd |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | groepeer | groepeert | groepeert | groeperen | groeperen | groeperen |
| Imperfect | groepeerde | groepeerde | groepeerde | groepeerden | groepeerden | groepeerden |
| Toekomende tijd I | zal groeperen | zult groeperen | zal groeperen | zullen groeperen | zullen groeperen | zullen groeperen |
| Conditionalis I | zou groeperen | zou groeperen | zou groeperen | zouden groeperen | zouden groeperen | zouden groeperen |
| Perfectum | heb gegroepeerd | hebt gegroepeerd | heeft gegroepeerd | hebben gegroepeerd | hebben gegroepeerd | hebben gegroepeerd |
| Voltooid verleden tijd | had gegroepeerd | had gegroepeerd | had gegroepeerd | hadden gegroepeerd | hadden gegroepeerd | hadden gegroepeerd |
| Toekomende tijd II | zal gegroepeerd hebben | zult gegroepeerd hebben | zal gegroepeerd hebben | zullen gegroepeerd hebben | zullen gegroepeerd hebben | zullen gegroepeerd hebben |
| Conditionalis II | zou hebben gegroepeerd | zou hebben gegroepeerd | zou hebben gegroepeerd | zouden hebben gegroepeerd | zouden hebben gegroepeerd | zouden hebben gegroepeerd |
| Imperatief | - | groepeer | - | - | groepeert | - |
