Übersetzungen für grijpen
grijpen
hat 3 Bedeutungen, 5 Synonymgruppen & 17 SynonymeNiederländisch Niederländisch
grijpen (algemeen, gelegenheid, misdaad)
Französisch
grijpen Niederländisch » Französisch
Neues Wort vorschlagen
prendre
(v)
(algemeen)
prendre
(v)
(gelegenheid)
saisir
(v)
(algemeen)
saisir
(v)
(gelegenheid)
attraper
(v)
(misdaad)
empoigner
(v)
(algemeen)
empoigner
(v)
(gelegenheid)
ne pas laisser échapper (v) (algemeen)
ne pas laisser échapper (v) (gelegenheid)
Italienisch
grijpen Niederländisch » Italienisch
Neues Wort vorschlagen
acchiappare
(v)
(misdaad)
acciuffare
(v)
(misdaad)
afferrare
(v)
(algemeen)
afferrare
(v)
(gelegenheid)
afferrare al volo (v) (algemeen)
afferrare al volo (v) (gelegenheid)
agguantare (v) (algemeen)
agguantare (v) (gelegenheid)
cogliere
(v)
(algemeen)
cogliere
(v)
(gelegenheid)
intrappolare
(v)
(misdaad)
prendere
(v)
(algemeen)
prendere
(v)
(gelegenheid)
Englisch
grijpen Niederländisch » Englisch
Neues Wort vorschlagen
Deutsch
grijpen Niederländisch » Deutsch
Neues Wort vorschlagen
Spanisch
grijpen Niederländisch » Spanisch
Neues Wort vorschlagen
agarrar
(v)
(algemeen)
agarrar
(v)
(gelegenheid)
agarrar
(v)
(misdaad)
aprovechar (v) (algemeen)
aprovechar (v) (gelegenheid)
asir
(v)
(algemeen)
asir
(v)
(gelegenheid)
atrapar
(v)
(misdaad)
coger (v) (algemeen)
coger (v) (gelegenheid)
no dejar escapar (v) (algemeen)
no dejar escapar (v) (gelegenheid)
Schwedisch
grijpen Niederländisch » Schwedisch
Neues Wort vorschlagen
Portugiesisch
grijpen Niederländisch » Portugiesisch
Neues Wort vorschlagen
segurar (v) (algemeen)
segurar (v) (gelegenheid)
pegar (v) (algemeen)
pegar (v) (gelegenheid)
pegar (v) (misdaad)
apanhar (v) (misdaad)
tomar (v) (algemeen)
tomar (v) (gelegenheid)
prender (v) (misdaad)
agarrar (v) (algemeen)
agarrar (v) (gelegenheid)
agarrar-se (v) (algemeen)
agarrar-se (v) (gelegenheid)
não deixar escapar (v) (algemeen)
não deixar escapar (v) (gelegenheid)
Verbformen von grijpen
| - | - | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | grijpend | und | gegrepen |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | grijp | grijpt | grijpt | grijpen | grijpen | grijpen |
| Imperfect | greep | greep | greep | grepen | grepen | grepen |
| Toekomende tijd I | zal grijpen | zult grijpen | zal grijpen | zullen grijpen | zullen grijpen | zullen grijpen |
| Conditionalis I | zou grijpen | zou grijpen | zou grijpen | zouden grijpen | zouden grijpen | zouden grijpen |
| Perfectum | heb gegrepen | hebt gegrepen | heeft gegrepen | hebben gegrepen | hebben gegrepen | hebben gegrepen |
| Voltooid verleden tijd | had gegrepen | had gegrepen | had gegrepen | hadden gegrepen | hadden gegrepen | hadden gegrepen |
| Toekomende tijd II | zal gegrepen hebben | zult gegrepen hebben | zal gegrepen hebben | zullen gegrepen hebben | zullen gegrepen hebben | zullen gegrepen hebben |
| Conditionalis II | zou hebben gegrepen | zou hebben gegrepen | zou hebben gegrepen | zouden hebben gegrepen | zouden hebben gegrepen | zouden hebben gegrepen |
| Imperatief | - | grijp | - | - | grijpt | - |
