Übersetzungen für goedvinden
goedvinden
hat Eine BedeutungNiederländisch Niederländisch
goedvinden (gedrag)
Französisch
goedvinden Niederländisch » Französisch
Neues Wort vorschlagen
approuver
(v)
(gedrag)
penser le plus grand bien de (v) (gedrag)
Italienisch
goedvinden Niederländisch » Italienisch
Neues Wort vorschlagen
approvare
(v)
(gedrag)
avere una buona opinone di (v) (gedrag)
Englisch
goedvinden Niederländisch » Englisch
Neues Wort vorschlagen
approve of (v) (gedrag)
think well of (v) (gedrag)
Deutsch
goedvinden Niederländisch » Deutsch
Neues Wort vorschlagen
Spanisch
goedvinden Niederländisch » Spanisch
Neues Wort vorschlagen
Schwedisch
goedvinden Niederländisch » Schwedisch
Neues Wort vorschlagen
gilla (v) (gedrag)
samtycka till (v) (gedrag)
Portugiesisch
goedvinden Niederländisch » Portugiesisch
Neues Wort vorschlagen
Verbformen von goedvinden
| - | goed | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | goedvindend | und | goedgevonden |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | vind goed | vindt goed | vindt goed | vinden goed | vinden goed | vinden goed |
| Imperfect | vond goed | vond goed | vond goed | vonden goed | vonden goed | vonden goed |
| Toekomende tijd I | zal goedvinden | zult goedvinden | zal goedvinden | zullen goedvinden | zullen goedvinden | zullen goedvinden |
| Conditionalis I | zou goedvinden | zou goedvinden | zou goedvinden | zouden goedvinden | zouden goedvinden | zouden goedvinden |
| Perfectum | heb goedgevonden | hebt goedgevonden | heeft goedgevonden | hebben goedgevonden | hebben goedgevonden | hebben goedgevonden |
| Voltooid verleden tijd | had goedgevonden | had goedgevonden | had goedgevonden | hadden goedgevonden | hadden goedgevonden | hadden goedgevonden |
| Toekomende tijd II | zal goedgevonden hebben | zult goedgevonden hebben | zal goedgevonden hebben | zullen goedgevonden hebben | zullen goedgevonden hebben | zullen goedgevonden hebben |
| Conditionalis II | zou hebben goedgevonden | zou hebben goedgevonden | zou hebben goedgevonden | zouden hebben goedgevonden | zouden hebben goedgevonden | zouden hebben goedgevonden |
| Imperatief | - | vind goed | - | - | vindt goed | - |
