Übersetzungen für goed

Suchbegriff:

goed

  hat 17 Bedeutungen, 5 Synonymgruppen & 14 Synonyme

Niederländisch Niederländisch

goed (interjectie, moreel gedrag, wijs, raad, eigendom, algemeen, bekwaamheid, kind, gezondheid, weer, persoon, gedrag, welwillend, manier, graad, voordeel, fysische conditie)

Französisch goed Niederländisch » Französisch Neues Wort vorschlagen

enfin (o) (interjectie)

eh bien (o) (interjectie)

tant pis (o) (interjectie)

droit (a) [m.] (moreel gedrag)

prudent (a) (wijs)

prudent (a) (raad)

avoir (n) [m.] (eigendom)

raisonnable (a) (raad)

raisonnable (a) (wijs)

agréable (a) (algemeen)

agréable (a) (bekwaamheid)

agréable (a) (kind)

agréable (a) (gezondheid)

agréable (a) (weer)

agréable (a) (persoon)

bien élevé (a) (kind)

bien élevé (a) (algemeen)

bien élevé (a) (bekwaamheid)

bien élevé (a) (gezondheid)

bien élevé (a) (weer)

bien élevé (a) (persoon)

sage (a) [m.] (kind)

sage (a) [m.] (algemeen)

sage (a) [m.] (bekwaamheid)

sage (a) [m.] (gezondheid)

sage (a) [m.] (weer)

sage (a) [m.] (persoon)

sage (a) [m.] (wijs)

sage (a) [m.] (raad)

obéissant (a) (kind)

obéissant (a) (algemeen)

obéissant (a) (bekwaamheid)

obéissant (a) (gezondheid)

obéissant (a) (weer)

obéissant (a) (persoon)

beau (a) (weer)

magnifique (a) (algemeen)

magnifique (a) (bekwaamheid)

magnifique (a) (kind)

magnifique (a) (gezondheid)

magnifique (a) (weer)

magnifique (a) (persoon)

superbe (a) (algemeen)

superbe (a) (bekwaamheid)

superbe (a) (kind)

superbe (a) (gezondheid)

superbe (a) (weer)

superbe (a) (persoon)

splendide (a) (algemeen)

splendide (a) (bekwaamheid)

splendide (a) (kind)

splendide (a) (gezondheid)

splendide (a) (weer)

splendide (a) (persoon)

valable (a) (raad)

valable (a) (wijs)

favorable (a) (gedrag)

favorable (a) (welwillend)

doux (a) (gedrag)

doux (a) (welwillend)

possession (n) [f.] (eigendom)

affaires (n) [f.] (eigendom)

possessions (n) [f.] (eigendom)

propriété (n) [f.] (eigendom)

bienveillant (a) (gedrag)

bienveillant (a) (welwillend)

bien (a) [m.] (algemeen)

bien (a) [m.] (bekwaamheid)

bien (a) [m.] (kind)

bien (a) [m.] (gezondheid)

bien (a) [m.] (weer)

bien (a) [m.] (persoon)

bien (o) [m.] (algemeen)

bien (o) [m.] (manier)

bien (o) [m.] (graad)

bien (n) [m.] (algemeen)

bien (n) [m.] (voordeel)

beaucoup (o) (algemeen)

beaucoup (o) (manier)

beaucoup (o) (graad)

aimable (a) (gedrag)

solide (a) (raad)

solide (a) (wijs)

gentil (a) (gedrag)

gentil (a) (welwillend)

courtois (a) (gedrag)

amical (a) (gedrag)

bon (a) [m.] (gedrag)

bon (a) [m.] (algemeen)

bon (a) [m.] (bekwaamheid)

bon (a) [m.] (kind)

bon (a) [m.] (gezondheid)

bon (a) [m.] (weer)

bon (a) [m.] (persoon)

bon (o) [m.] (algemeen)

bon (o) [m.] (manier)

bon (o) [m.] (graad)

bon (a) [m.] (welwillend)

bon (a) [m.] (raad)

bon (a) [m.] (wijs)

amicalement (a) (gedrag)

judicieux (a) (wijs)

judicieux (a) (raad)

vertueux (a) (moreel gedrag)

sain (a) (gezondheid)

en bonne santé (a) (gezondheid)

bien portant (a) (gezondheid)

salubre (a) (gezondheid)

à prendre (a) (algemeen)

à prendre (a) (bekwaamheid)

à prendre (a) (kind)

à prendre (a) (gezondheid)

à prendre (a) (weer)

à prendre (a) (persoon)

à prendre (o) (algemeen)

à prendre (o) (manier)

à prendre (o) (graad)

de caractère facile (a) (gedrag)

de caractère facile (a) (welwillend)

qui a bon caractère (a) (gedrag)

qui a bon caractère (a) (welwillend)

qui a bon cœur (a) (gedrag)

très bien (a) (fysische conditie)

sensé (a) (wijs)

sensé (a) (raad)

bien-fondé (a) [m.] (raad)

bien-fondé (a) [m.] (wijs)

Italienisch goed Niederländisch » Italienisch Neues Wort vorschlagen

affabile (a) (gedrag)

allora (o) (interjectie)

amichevole (a) (gedrag)

amichevolmente (a) (gedrag)

arretrato (a) (algemeen)

arretrato (a) (bekwaamheid)

arretrato (a) (kind)

arretrato (a) (gezondheid)

arretrato (a) (weer)

arretrato (a) (persoon)

arretrato (o) (algemeen)

arretrato (o) (manier)

arretrato (o) (graad)

beh (o) (interjectie)

bello (a) (weer)

bello (a) (algemeen)

bello (a) (bekwaamheid)

bello (a) (kind)

bello (a) (gezondheid)

bello (a) (persoon)

ben (o) (algemeen)

ben (o) (manier)

ben (o) (graad)

ben disposto (a) (welwillend)

ben disposto (a) (gedrag)

ben fondato (a) (raad)

ben fondato (a) (wijs)

bene (a) [m.] (gezondheid)

bene (n) [m.] (algemeen)

bene (n) [m.] (voordeel)

bene (n) [m.] (eigendom)

bene (a) [m.] (algemeen)

bene (a) [m.] (bekwaamheid)

bene (a) [m.] (kind)

bene (a) [m.] (weer)

bene (a) [m.] (persoon)

bene (o) [m.] (algemeen)

bene (o) [m.] (manier)

bene (o) [m.] (graad)

benevolo (a) (gedrag)

benevolo (a) (welwillend)

benigno (a) (gedrag)

benigno (a) (welwillend)

bravo (a) [m.] (algemeen)

bravo (a) [m.] (bekwaamheid)

bravo (a) [m.] (kind)

bravo (a) [m.] (gezondheid)

bravo (a) [m.] (weer)

bravo (a) [m.] (persoon)

buono (a) [m.] (algemeen)

buono (a) [m.] (bekwaamheid)

buono (a) [m.] (kind)

buono (a) [m.] (gezondheid)

buono (a) [m.] (weer)

buono (a) [m.] (persoon)

buono (o) [m.] (algemeen)

buono (o) [m.] (manier)

buono (o) [m.] (graad)

buono (a) [m.] (raad)

buono (a) [m.] (wijs)

buono (a) [m.] (gedrag)

buono (a) [m.] (welwillend)

cameratesco (a) (gedrag)

carino (a) (gedrag)

che fa bene (a) (gezondheid)

che fa bene (a) (algemeen)

che fa bene (a) (bekwaamheid)

che fa bene (a) (kind)

che fa bene (a) (weer)

che fa bene (a) (persoon)

chiaro (a) (weer)

cordiale (a) (gedrag)

cortese (a) (gedrag)

d'animo gentile (a) (gedrag)

da fare (a) (algemeen)

da fare (a) (bekwaamheid)

da fare (a) (kind)

da fare (a) (gezondheid)

da fare (a) (weer)

da fare (a) (persoon)

da fare (o) (algemeen)

da fare (o) (manier)

da fare (o) (graad)

di buon carattere (a) (gedrag)

di buon carattere (a) (welwillend)

dunque (o) (interjectie)

educato (a) (kind)

educato (a) (algemeen)

educato (a) (bekwaamheid)

educato (a) (gezondheid)

educato (a) (weer)

educato (a) (persoon)

efficace (a) (raad)

efficace (a) (wijs)

gentile (a) (gedrag)

gentile (a) (welwillend)

in sospeso (a) (algemeen)

in sospeso (a) (bekwaamheid)

in sospeso (a) (kind)

in sospeso (a) (gezondheid)

in sospeso (a) (weer)

in sospeso (a) (persoon)

in sospeso (o) (algemeen)

in sospeso (o) (manier)

in sospeso (o) (graad)

molto (o) (algemeen)

molto (o) (manier)

molto (o) (graad)

molto bene (a) (fysische conditie)

obbediente (a) (kind)

obbediente (a) (algemeen)

obbediente (a) (bekwaamheid)

obbediente (a) (gezondheid)

obbediente (a) (weer)

obbediente (a) (persoon)

possessione (n) [f.] (eigendom)

proprietà (n) [f.] (eigendom)

retto (a) [m.] (moreel gedrag)

roba (n) [f.] (eigendom)

robusto (a) (gezondheid)

salutare (a) (gezondheid)

sano (a) (gezondheid)

sicuro (a) (wijs)

sicuro (a) (raad)

socievole (a) (gedrag)

solido (a) (wijs)

solido (a) (raad)

splendido (a) (weer)

splendido (a) (algemeen)

splendido (a) (bekwaamheid)

splendido (a) (kind)

splendido (a) (gezondheid)

splendido (a) (persoon)

tanto (o) (algemeen)

tanto (o) (manier)

tanto (o) (graad)

ubbidiente (a) (kind)

ubbidiente (a) (algemeen)

ubbidiente (a) (bekwaamheid)

ubbidiente (a) (gezondheid)

ubbidiente (a) (weer)

ubbidiente (a) (persoon)

valido (a) (raad)

valido (a) (wijs)

virtuoso (a) [m.] (moreel gedrag)

Englisch goed Niederländisch » Englisch Neues Wort vorschlagen

good (a) (algemeen)

sound (a) (wijs)

wise (a) (wijs)

sound (a) (raad)

showing good sense (a) (raad)

showing good judgment (a) (raad)

fine (a) (fysische conditie)

good (a) (bekwaamheid)

righteous (a) (moreel gedrag)

virtuous (a) (moreel gedrag)

upright (a) (moreel gedrag)

good (a) (moreel gedrag)

good (a) (kind)

well-behaved (a) (kind)

obedient (a) (kind)

well (a) (gezondheid)

good (a) (gezondheid)

fine (a) (weer)

beautiful (a) (weer)

good (a) (persoon)

benign (a) (gedrag)

good-natured (a) (gedrag)

kind (a) (gedrag)

good (a) (gedrag)

good-hearted (a) (gedrag)

benevolent (a) (welwillend)

charitable (a) (welwillend)

good (n) (algemeen)

good (n) (voordeel)

asset (n) (eigendom)

nicely (o) (algemeen)

well (o) (algemeen)

well (o) (manier)

well (o) (interjectie)

well (o) (graad)

thoroughly (o) (graad)

Deutsch goed Niederländisch » Deutsch Neues Wort vorschlagen

gut (a) (algemeen)

klug (a) (wijs)

weise (a) (wijs)

vernünftig (a) (raad)

weise (a) (raad)

sehr gut (a) (fysische conditie)

gut (a) (bekwaamheid)

gerecht (a) (moreel gedrag)

rechtschaffen (a) (moreel gedrag)

brav (a) (kind)

gut (a) (kind)

gehorsam (a) (kind)

gefügsam (a) (kind)

wohl (a) (gezondheid)

gesund (a) (gezondheid)

gut (a) (gezondheid)

schön (a) (weer)

gut (a) (weer)

gut (a) (persoon)

wohlerzogen (a) (persoon)

gutmütig (a) (gedrag)

gütig (a) (gedrag)

freundlich (a) (gedrag)

gutartig (a) (gedrag)

wohl wollend (a) (welwillend)

gutmütig (a) (welwillend)

Gute (n) [n.] (algemeen)

Wohl (n) [n.] (voordeel)

Besitz (n) [m.] (eigendom)

Besitzstück (n) [n.] (eigendom)

gut (o) (algemeen)

gut (o) (manier)

na ja (o) (interjectie)

gut (o) (graad)

Spanisch goed Niederländisch » Spanisch Neues Wort vorschlagen

acertado (a) (wijs)

acertado (a) (raad)

afable (a) (gedrag)

agradable (a) (algemeen)

agradable (a) (bekwaamheid)

agradable (a) (kind)

agradable (a) (gezondheid)

agradable (a) (weer)

agradable (a) (persoon)

amable (a) (gedrag)

amigablemente (a) (gedrag)

amistosamente (a) (gedrag)

amistoso (a) (gedrag)

benigno (a) (gedrag)

benigno (a) (welwillend)

benévolo (a) (gedrag)

benévolo (a) (welwillend)

bien (a) [m.] (gezondheid)

bien (a) [m.] (algemeen)

bien (a) [m.] (bekwaamheid)

bien (a) [m.] (kind)

bien (a) [m.] (weer)

bien (a) [m.] (persoon)

bien (o) [m.] (algemeen)

bien (o) [m.] (manier)

bien (o) [m.] (graad)

bien (n) [m.] (algemeen)

bien (n) [m.] (voordeel)

bien educado (a) (kind)

bien educado (a) (algemeen)

bien educado (a) (bekwaamheid)

bien educado (a) (gezondheid)

bien educado (a) (weer)

bien educado (a) (persoon)

bien fundado (a) (raad)

bien fundado (a) (wijs)

bondadoso (a) (gedrag)

bondadoso (a) (welwillend)

bueno (a) (kind)

bueno (a) (algemeen)

bueno (a) (bekwaamheid)

bueno (a) (gezondheid)

bueno (a) (weer)

bueno (a) (persoon)

bueno (o) (algemeen)

bueno (o) (manier)

bueno (o) (graad)

bueno (o) (interjectie)

caritativo (a) (gedrag)

caritativo (a) (welwillend)

complaciente (a) (gedrag)

complaciente (a) (welwillend)

cordial (a) (gedrag)

de buen corazón (a) (gedrag)

de buen corazón (a) (welwillend)

de buena salud (a) (gezondheid)

despejado (a) (weer)

espléndido (a) (algemeen)

espléndido (a) (bekwaamheid)

espléndido (a) (kind)

espléndido (a) (gezondheid)

espléndido (a) (weer)

espléndido (a) (persoon)

familiar (a) (gedrag)

generoso (a) (gedrag)

generoso (a) (welwillend)

gentil (a) (gedrag)

haber (n) [m.] (eigendom)

mucho (o) (algemeen)

mucho (o) (manier)

mucho (o) (graad)

muy bien (a) (fysische conditie)

muy bueno (a) (algemeen)

muy bueno (a) (bekwaamheid)

muy bueno (a) (kind)

muy bueno (a) (gezondheid)

muy bueno (a) (weer)

muy bueno (a) (persoon)

obediente (a) (kind)

obediente (a) (algemeen)

obediente (a) (bekwaamheid)

obediente (a) (gezondheid)

obediente (a) (weer)

obediente (a) (persoon)

pendiente (a) [m.] (algemeen)

pendiente (a) [m.] (bekwaamheid)

pendiente (a) [m.] (kind)

pendiente (a) [m.] (gezondheid)

pendiente (a) [m.] (weer)

pendiente (a) [m.] (persoon)

pendiente (o) [m.] (algemeen)

pendiente (o) [m.] (manier)

pendiente (o) [m.] (graad)

pertenencias (n) [f.] (eigendom)

posesión (n) [f.] (eigendom)

probo (a) (moreel gedrag)

propiedad (n) [f.] (eigendom)

prudente (a) (wijs)

prudente (a) (raad)

recto (a) [m.] (moreel gedrag)

saludable (a) (gezondheid)

sano (a) (gezondheid)

sensato (a) (wijs)

sensato (a) (raad)

simpático (a) (gedrag)

sociable (a) (gedrag)

virtuoso (a) [m.] (moreel gedrag)

válido (a) (raad)

válido (a) (wijs)

y bueno (o) (interjectie)

Schwedisch goed Niederländisch » Schwedisch Neues Wort vorschlagen

nåväl (o) (interjectie)

nåja (o) (interjectie)

klar (a) (weer)

väl (o) (algemeen)

väl (o) (manier)

väl (o) (graad)

vänlig (a) (gedrag)

vänlig (a) (welwillend)

vacker (a) (algemeen)

vacker (a) (bekwaamheid)

vacker (a) (kind)

vacker (a) (gezondheid)

vacker (a) (weer)

vacker (a) (persoon)

fin (a) (algemeen)

fin (a) (bekwaamheid)

fin (a) (kind)

fin (a) (gezondheid)

fin (a) (weer)

fin (a) (persoon)

väluppfostrad (a) (algemeen)

väluppfostrad (a) (bekwaamheid)

väluppfostrad (a) (kind)

väluppfostrad (a) (gezondheid)

väluppfostrad (a) (weer)

väluppfostrad (a) (persoon)

mycket (o) (algemeen)

mycket (o) (manier)

mycket (o) (graad)

hederlig (a) (moreel gedrag)

godlynt (a) (gedrag)

godlynt (a) (welwillend)

vänligt (a) (gedrag)

stark (a) (gezondheid)

utmärkt (a) (algemeen)

utmärkt (a) (bekwaamheid)

utmärkt (a) (kind)

utmärkt (a) (gezondheid)

utmärkt (a) (weer)

utmärkt (a) (persoon)

utmärkt (o) (algemeen)

utmärkt (o) (manier)

utmärkt (o) (graad)

sund (a) [n.] (gezondheid)

duktig (a) (algemeen)

duktig (a) (bekwaamheid)

duktig (a) (kind)

duktig (a) (gezondheid)

duktig (a) (weer)

duktig (a) (persoon)

klok (a) (wijs)

klok (a) (raad)

välgörande (a) (gezondheid)

hälsosam (a) (gezondheid)

säker (a) (wijs)

säker (a) (raad)

älskvärd (a) (gedrag)

frisk (a) (gezondheid)

lydig (a) (algemeen)

lydig (a) (bekwaamheid)

lydig (a) (kind)

lydig (a) (gezondheid)

lydig (a) (weer)

lydig (a) (persoon)

snäll (a) (algemeen)

snäll (a) (bekwaamheid)

snäll (a) (kind)

snäll (a) (gezondheid)

snäll (a) (weer)

snäll (a) (persoon)

snäll (a) (gedrag)

noga (o) (algemeen)

noga (o) (manier)

noga (o) (graad)

god (a) (algemeen)

god (a) (bekwaamheid)

god (a) (kind)

god (a) (gezondheid)

god (a) (weer)

god (a) (persoon)

god (a) (gedrag)

vänskaplig (a) (gedrag)

välvillig (a) (gedrag)

välvillig (a) (welwillend)

godhjärtad (a) (gedrag)

godhjärtad (a) (welwillend)

godmodig (a) (gedrag)

godmodig (a) (welwillend)

godsint (a) (gedrag)

godsint (a) (welwillend)

kamratlig (a) (gedrag)

sällskaplig (a) (gedrag)

välgrundad (a) (wijs)

välgrundad (a) (raad)

rättfärdig (a) (moreel gedrag)

rättsinnig (a) (moreel gedrag)

kry (a) (gezondheid)

bra (a) (algemeen)

bra (a) (wijs)

bra (a) (raad)

bra (a) (fysische conditie)

bra (a) (bekwaamheid)

bra (a) (kind)

bra (a) (gezondheid)

bra (a) (weer)

bra (a) (persoon)

bra (o) (algemeen)

bra (o) (manier)

bra (o) (graad)

till godo (a) (algemeen)

till godo (a) (bekwaamheid)

till godo (a) (kind)

till godo (a) (gezondheid)

till godo (a) (weer)

till godo (a) (persoon)

till godo (o) (algemeen)

till godo (o) (manier)

till godo (o) (graad)

gagn (n) [n.] (voordeel)

Portugiesisch goed Niederländisch » Portugiesisch Neues Wort vorschlagen

robusto (a) (gezondheid)

seguro (a) [m.] (wijs)

seguro (a) [m.] (raad)

bem (a) [m.] (fysische conditie)

bem (a) [m.] (gezondheid)

bem (n) [m.] (algemeen)

bem (n) [m.] (voordeel)

bem (n) [m.] (eigendom)

bem (a) [m.] (algemeen)

bem (a) [m.] (bekwaamheid)

bem (a) [m.] (kind)

bem (a) [m.] (weer)

bem (a) [m.] (persoon)

bem (o) [m.] (algemeen)

bem (o) [m.] (manier)

bem (o) [m.] (graad)

bem (o) [m.] (interjectie)

claro (a) (weer)

generoso (a) (gedrag)

generoso (a) (welwillend)

posse (n) [m.] (eigendom)

justo (a) (moreel gedrag)

propriedade (n) [f.] (eigendom)

agradável (a) (weer)

agradável (a) (algemeen)

agradável (a) (bekwaamheid)

agradável (a) (kind)

agradável (a) (gezondheid)

agradável (a) (persoon)

cuidadosamente (o) (algemeen)

cuidadosamente (o) (manier)

cuidadosamente (o) (graad)

bem-estar (n) [m.] (voordeel)

certo (a) (moreel gedrag)

muito (o) (algemeen)

muito (o) (manier)

muito (o) (graad)

direito (a) [m.] (moreel gedrag)

correto (a) (moreel gedrag)

bonito (a) (weer)

bonito (a) (algemeen)

bonito (a) (bekwaamheid)

bonito (a) (kind)

bonito (a) (gezondheid)

bonito (a) (persoon)

belo (a) (weer)

belo (a) (algemeen)

belo (a) (bekwaamheid)

belo (a) (kind)

belo (a) (gezondheid)

belo (a) (persoon)

sensato (a) (raad)

sensato (a) (wijs)

bom (a) (algemeen)

bom (a) (bekwaamheid)

bom (a) (kind)

bom (a) (gezondheid)

bom (a) (weer)

bom (a) (persoon)

bom (o) (algemeen)

bom (o) (manier)

bom (o) (graad)

bom (a) (gedrag)

bom (a) (welwillend)

salutar (a) (gezondheid)

saudável (a) (gezondheid)

posses (n) [f.] (eigendom)

bem-comportado (a) (kind)

bem-comportado (a) (algemeen)

bem-comportado (a) (bekwaamheid)

bem-comportado (a) (gezondheid)

bem-comportado (a) (weer)

bem-comportado (a) (persoon)

obediente (a) (kind)

obediente (a) (algemeen)

obediente (a) (bekwaamheid)

obediente (a) (gezondheid)

obediente (a) (weer)

obediente (a) (persoon)

sólido (a) (wijs)

sólido (a) (raad)

enfim (o) (interjectie)

sadio (a) (gezondheid)

amigo (a) [m.] (gedrag)

afável (a) (gedrag)

gentil (a) (gedrag)

amável (a) (gedrag)

amistoso (a) (gedrag)

benevolente (a) (gedrag)

benevolente (a) (welwillend)

de bom coração (a) (gedrag)

de bom coração (a) (welwillend)

caridoso (a) (gedrag)

caridoso (a) (welwillend)

bondoso (a) (gedrag)

bondoso (a) (welwillend)

amistosamente (a) (gedrag)

amigavelmente (a) (gedrag)

de reserva (a) (algemeen)

de reserva (a) (bekwaamheid)

de reserva (a) (kind)

de reserva (a) (gezondheid)

de reserva (a) (weer)

de reserva (a) (persoon)

de reserva (o) (algemeen)

de reserva (o) (manier)

de reserva (o) (graad)

guardado (a) (algemeen)

guardado (a) (bekwaamheid)

guardado (a) (kind)

guardado (a) (gezondheid)

guardado (a) (weer)

guardado (a) (persoon)

guardado (o) (algemeen)

guardado (o) (manier)

guardado (o) (graad)

sobrando (a) (algemeen)

sobrando (a) (bekwaamheid)

sobrando (a) (kind)

sobrando (a) (gezondheid)

sobrando (a) (weer)

sobrando (a) (persoon)

sobrando (o) (algemeen)

sobrando (o) (manier)

sobrando (o) (graad)

bem-humorado (a) (gedrag)

bem-humorado (a) (welwillend)

de bom gênio (a) (gedrag)

de bom gênio (a) (welwillend)

ajuizado (a) (raad)

ajuizado (a) (wijs)

     
goed - Niederländisch Wörterbuch | Übersetzung - goed übersetzen