Übersetzungen für goed
goed
hat 17 Bedeutungen, 5 Synonymgruppen & 14 SynonymeNiederländisch Niederländisch
goed (interjectie, moreel gedrag, wijs, raad, eigendom, algemeen, bekwaamheid, kind, gezondheid, weer, persoon, gedrag, welwillend, manier, graad, voordeel, fysische conditie)
Französisch
goed Niederländisch » Französisch
Neues Wort vorschlagen
enfin
(o)
(interjectie)
eh bien (o) (interjectie)
tant pis (o) (interjectie)
droit
(a)
[m.]
(moreel gedrag)
prudent
(a)
(wijs)
prudent
(a)
(raad)
avoir
(n)
[m.]
(eigendom)
raisonnable
(a)
(raad)
raisonnable
(a)
(wijs)
agréable
(a)
(algemeen)
agréable
(a)
(bekwaamheid)
agréable
(a)
(kind)
agréable
(a)
(gezondheid)
agréable
(a)
(weer)
agréable
(a)
(persoon)
bien élevé (a) (kind)
bien élevé (a) (algemeen)
bien élevé (a) (bekwaamheid)
bien élevé (a) (gezondheid)
bien élevé (a) (weer)
bien élevé (a) (persoon)
sage
(a)
[m.]
(kind)
sage
(a)
[m.]
(algemeen)
sage
(a)
[m.]
(bekwaamheid)
sage
(a)
[m.]
(gezondheid)
sage
(a)
[m.]
(weer)
sage
(a)
[m.]
(persoon)
sage
(a)
[m.]
(wijs)
sage
(a)
[m.]
(raad)
obéissant
(a)
(kind)
obéissant
(a)
(algemeen)
obéissant
(a)
(bekwaamheid)
obéissant
(a)
(gezondheid)
obéissant
(a)
(weer)
obéissant
(a)
(persoon)
beau
(a)
(weer)
magnifique
(a)
(algemeen)
magnifique
(a)
(bekwaamheid)
magnifique
(a)
(kind)
magnifique
(a)
(gezondheid)
magnifique
(a)
(weer)
magnifique
(a)
(persoon)
superbe
(a)
(algemeen)
superbe
(a)
(bekwaamheid)
superbe
(a)
(kind)
superbe
(a)
(gezondheid)
superbe
(a)
(weer)
superbe
(a)
(persoon)
splendide
(a)
(algemeen)
splendide
(a)
(bekwaamheid)
splendide
(a)
(kind)
splendide
(a)
(gezondheid)
splendide
(a)
(weer)
splendide
(a)
(persoon)
valable
(a)
(raad)
valable
(a)
(wijs)
favorable
(a)
(gedrag)
favorable
(a)
(welwillend)
doux
(a)
(gedrag)
doux
(a)
(welwillend)
possession
(n)
[f.]
(eigendom)
affaires
(n)
[f.]
(eigendom)
possessions (n) [f.] (eigendom)
propriété
(n)
[f.]
(eigendom)
bienveillant
(a)
(gedrag)
bienveillant
(a)
(welwillend)
bien
(a)
[m.]
(algemeen)
bien
(a)
[m.]
(bekwaamheid)
bien
(a)
[m.]
(kind)
bien
(a)
[m.]
(gezondheid)
bien
(a)
[m.]
(weer)
bien
(a)
[m.]
(persoon)
bien
(o)
[m.]
(algemeen)
bien
(o)
[m.]
(manier)
bien
(o)
[m.]
(graad)
bien
(n)
[m.]
(algemeen)
bien
(n)
[m.]
(voordeel)
beaucoup
(o)
(algemeen)
beaucoup
(o)
(manier)
beaucoup
(o)
(graad)
aimable
(a)
(gedrag)
solide
(a)
(raad)
solide
(a)
(wijs)
gentil
(a)
(gedrag)
gentil
(a)
(welwillend)
courtois
(a)
(gedrag)
amical
(a)
(gedrag)
bon
(a)
[m.]
(gedrag)
bon
(a)
[m.]
(algemeen)
bon
(a)
[m.]
(bekwaamheid)
bon
(a)
[m.]
(kind)
bon
(a)
[m.]
(gezondheid)
bon
(a)
[m.]
(weer)
bon
(a)
[m.]
(persoon)
bon
(o)
[m.]
(algemeen)
bon
(o)
[m.]
(manier)
bon
(o)
[m.]
(graad)
bon
(a)
[m.]
(welwillend)
bon
(a)
[m.]
(raad)
bon
(a)
[m.]
(wijs)
amicalement
(a)
(gedrag)
judicieux
(a)
(wijs)
judicieux
(a)
(raad)
vertueux
(a)
(moreel gedrag)
sain
(a)
(gezondheid)
en bonne santé (a) (gezondheid)
bien portant (a) (gezondheid)
salubre
(a)
(gezondheid)
à prendre (a) (algemeen)
à prendre (a) (bekwaamheid)
à prendre (a) (kind)
à prendre (a) (gezondheid)
à prendre (a) (weer)
à prendre (a) (persoon)
à prendre (o) (algemeen)
à prendre (o) (manier)
à prendre (o) (graad)
de caractère facile (a) (gedrag)
de caractère facile (a) (welwillend)
qui a bon caractère (a) (gedrag)
qui a bon caractère (a) (welwillend)
qui a bon cœur (a) (gedrag)
très bien (a) (fysische conditie)
sensé
(a)
(wijs)
sensé
(a)
(raad)
bien-fondé
(a)
[m.]
(raad)
bien-fondé
(a)
[m.]
(wijs)
Italienisch
goed Niederländisch » Italienisch
Neues Wort vorschlagen
affabile
(a)
(gedrag)
allora
(o)
(interjectie)
amichevole
(a)
(gedrag)
amichevolmente (a) (gedrag)
arretrato
(a)
(algemeen)
arretrato
(a)
(bekwaamheid)
arretrato
(a)
(kind)
arretrato
(a)
(gezondheid)
arretrato
(a)
(weer)
arretrato
(a)
(persoon)
arretrato
(o)
(algemeen)
arretrato
(o)
(manier)
arretrato
(o)
(graad)
beh
(o)
(interjectie)
bello
(a)
(weer)
bello
(a)
(algemeen)
bello
(a)
(bekwaamheid)
bello
(a)
(kind)
bello
(a)
(gezondheid)
bello
(a)
(persoon)
ben
(o)
(algemeen)
ben
(o)
(manier)
ben
(o)
(graad)
ben disposto (a) (welwillend)
ben disposto (a) (gedrag)
ben fondato (a) (raad)
ben fondato (a) (wijs)
bene
(a)
[m.]
(gezondheid)
bene
(n)
[m.]
(algemeen)
bene
(n)
[m.]
(voordeel)
bene
(n)
[m.]
(eigendom)
bene
(a)
[m.]
(algemeen)
bene
(a)
[m.]
(bekwaamheid)
bene
(a)
[m.]
(kind)
bene
(a)
[m.]
(weer)
bene
(a)
[m.]
(persoon)
bene
(o)
[m.]
(algemeen)
bene
(o)
[m.]
(manier)
bene
(o)
[m.]
(graad)
benevolo
(a)
(gedrag)
benevolo
(a)
(welwillend)
benigno
(a)
(gedrag)
benigno
(a)
(welwillend)
bravo
(a)
[m.]
(algemeen)
bravo
(a)
[m.]
(bekwaamheid)
bravo
(a)
[m.]
(kind)
bravo
(a)
[m.]
(gezondheid)
bravo
(a)
[m.]
(weer)
bravo
(a)
[m.]
(persoon)
buono
(a)
[m.]
(algemeen)
buono
(a)
[m.]
(bekwaamheid)
buono
(a)
[m.]
(kind)
buono
(a)
[m.]
(gezondheid)
buono
(a)
[m.]
(weer)
buono
(a)
[m.]
(persoon)
buono
(o)
[m.]
(algemeen)
buono
(o)
[m.]
(manier)
buono
(o)
[m.]
(graad)
buono
(a)
[m.]
(raad)
buono
(a)
[m.]
(wijs)
buono
(a)
[m.]
(gedrag)
buono
(a)
[m.]
(welwillend)
cameratesco
(a)
(gedrag)
carino
(a)
(gedrag)
che fa bene (a) (gezondheid)
che fa bene (a) (algemeen)
che fa bene (a) (bekwaamheid)
che fa bene (a) (kind)
che fa bene (a) (weer)
che fa bene (a) (persoon)
chiaro
(a)
(weer)
cordiale
(a)
(gedrag)
cortese
(a)
(gedrag)
d'animo gentile (a) (gedrag)
da fare (a) (algemeen)
da fare (a) (bekwaamheid)
da fare (a) (kind)
da fare (a) (gezondheid)
da fare (a) (weer)
da fare (a) (persoon)
da fare (o) (algemeen)
da fare (o) (manier)
da fare (o) (graad)
di buon carattere (a) (gedrag)
di buon carattere (a) (welwillend)
dunque
(o)
(interjectie)
educato
(a)
(kind)
educato
(a)
(algemeen)
educato
(a)
(bekwaamheid)
educato
(a)
(gezondheid)
educato
(a)
(weer)
educato
(a)
(persoon)
efficace
(a)
(raad)
efficace
(a)
(wijs)
gentile
(a)
(gedrag)
gentile
(a)
(welwillend)
in sospeso (a) (algemeen)
in sospeso (a) (bekwaamheid)
in sospeso (a) (kind)
in sospeso (a) (gezondheid)
in sospeso (a) (weer)
in sospeso (a) (persoon)
in sospeso (o) (algemeen)
in sospeso (o) (manier)
in sospeso (o) (graad)
molto
(o)
(algemeen)
molto
(o)
(manier)
molto
(o)
(graad)
molto bene (a) (fysische conditie)
obbediente
(a)
(kind)
obbediente
(a)
(algemeen)
obbediente
(a)
(bekwaamheid)
obbediente
(a)
(gezondheid)
obbediente
(a)
(weer)
obbediente
(a)
(persoon)
possessione (n) [f.] (eigendom)
proprietà
(n)
[f.]
(eigendom)
retto
(a)
[m.]
(moreel gedrag)
roba
(n)
[f.]
(eigendom)
robusto
(a)
(gezondheid)
salutare
(a)
(gezondheid)
sano
(a)
(gezondheid)
sicuro
(a)
(wijs)
sicuro
(a)
(raad)
socievole
(a)
(gedrag)
solido
(a)
(wijs)
solido
(a)
(raad)
splendido
(a)
(weer)
splendido
(a)
(algemeen)
splendido
(a)
(bekwaamheid)
splendido
(a)
(kind)
splendido
(a)
(gezondheid)
splendido
(a)
(persoon)
tanto
(o)
(algemeen)
tanto
(o)
(manier)
tanto
(o)
(graad)
ubbidiente
(a)
(kind)
ubbidiente
(a)
(algemeen)
ubbidiente
(a)
(bekwaamheid)
ubbidiente
(a)
(gezondheid)
ubbidiente
(a)
(weer)
ubbidiente
(a)
(persoon)
valido
(a)
(raad)
valido
(a)
(wijs)
virtuoso
(a)
[m.]
(moreel gedrag)
Englisch
goed Niederländisch » Englisch
Neues Wort vorschlagen
good
(a)
(algemeen)
sound
(a)
(wijs)
wise
(a)
(wijs)
sound
(a)
(raad)
showing good sense (a) (raad)
showing good judgment (a) (raad)
fine
(a)
(fysische conditie)
good
(a)
(bekwaamheid)
righteous
(a)
(moreel gedrag)
virtuous
(a)
(moreel gedrag)
upright
(a)
(moreel gedrag)
good
(a)
(moreel gedrag)
good
(a)
(kind)
well-behaved
(a)
(kind)
obedient
(a)
(kind)
well
(a)
(gezondheid)
good
(a)
(gezondheid)
fine
(a)
(weer)
beautiful
(a)
(weer)
good
(a)
(persoon)
benign
(a)
(gedrag)
good-natured
(a)
(gedrag)
kind
(a)
(gedrag)
good
(a)
(gedrag)
good-hearted
(a)
(gedrag)
benevolent
(a)
(welwillend)
charitable
(a)
(welwillend)
good
(n)
(algemeen)
good
(n)
(voordeel)
asset
(n)
(eigendom)
nicely
(o)
(algemeen)
well
(o)
(algemeen)
well
(o)
(manier)
well
(o)
(interjectie)
well
(o)
(graad)
thoroughly
(o)
(graad)
Deutsch
goed Niederländisch » Deutsch
Neues Wort vorschlagen
gut (a) (algemeen)
klug (a) (wijs)
weise (a) (wijs)
vernünftig (a) (raad)
weise (a) (raad)
sehr gut (a) (fysische conditie)
gut (a) (bekwaamheid)
gerecht (a) (moreel gedrag)
rechtschaffen (a) (moreel gedrag)
brav (a) (kind)
gut (a) (kind)
gehorsam (a) (kind)
gefügsam (a) (kind)
wohl (a) (gezondheid)
gesund (a) (gezondheid)
gut (a) (gezondheid)
schön (a) (weer)
gut (a) (weer)
gut (a) (persoon)
wohlerzogen (a) (persoon)
gutmütig (a) (gedrag)
gütig (a) (gedrag)
freundlich (a) (gedrag)
gutartig (a) (gedrag)
wohl wollend (a) (welwillend)
gutmütig (a) (welwillend)
Gute (n) [n.] (algemeen)
Wohl (n) [n.] (voordeel)
Besitz (n) [m.] (eigendom)
Besitzstück (n) [n.] (eigendom)
gut (o) (algemeen)
gut (o) (manier)
na ja (o) (interjectie)
gut (o) (graad)
Spanisch
goed Niederländisch » Spanisch
Neues Wort vorschlagen
acertado
(a)
(wijs)
acertado
(a)
(raad)
afable
(a)
(gedrag)
agradable (a) (algemeen)
agradable (a) (bekwaamheid)
agradable (a) (kind)
agradable (a) (gezondheid)
agradable (a) (weer)
agradable (a) (persoon)
amable (a) (gedrag)
amigablemente (a) (gedrag)
amistosamente (a) (gedrag)
amistoso
(a)
(gedrag)
benigno
(a)
(gedrag)
benigno
(a)
(welwillend)
benévolo
(a)
(gedrag)
benévolo
(a)
(welwillend)
bien (a) [m.] (gezondheid)
bien (a) [m.] (algemeen)
bien (a) [m.] (bekwaamheid)
bien (a) [m.] (kind)
bien (a) [m.] (weer)
bien (a) [m.] (persoon)
bien (o) [m.] (algemeen)
bien (o) [m.] (manier)
bien (o) [m.] (graad)
bien (n) [m.] (algemeen)
bien (n) [m.] (voordeel)
bien educado (a) (kind)
bien educado (a) (algemeen)
bien educado (a) (bekwaamheid)
bien educado (a) (gezondheid)
bien educado (a) (weer)
bien educado (a) (persoon)
bien fundado (a) (raad)
bien fundado (a) (wijs)
bondadoso
(a)
(gedrag)
bondadoso
(a)
(welwillend)
bueno (a) (kind)
bueno (a) (algemeen)
bueno (a) (bekwaamheid)
bueno (a) (gezondheid)
bueno (a) (weer)
bueno (a) (persoon)
bueno (o) (algemeen)
bueno (o) (manier)
bueno (o) (graad)
bueno (o) (interjectie)
caritativo
(a)
(gedrag)
caritativo
(a)
(welwillend)
complaciente
(a)
(gedrag)
complaciente
(a)
(welwillend)
cordial (a) (gedrag)
de buen corazón (a) (gedrag)
de buen corazón (a) (welwillend)
de buena salud (a) (gezondheid)
despejado (a) (weer)
espléndido (a) (algemeen)
espléndido (a) (bekwaamheid)
espléndido (a) (kind)
espléndido (a) (gezondheid)
espléndido (a) (weer)
espléndido (a) (persoon)
familiar (a) (gedrag)
generoso (a) (gedrag)
generoso (a) (welwillend)
gentil
(a)
(gedrag)
haber (n) [m.] (eigendom)
mucho (o) (algemeen)
mucho (o) (manier)
mucho (o) (graad)
muy bien (a) (fysische conditie)
muy bueno (a) (algemeen)
muy bueno (a) (bekwaamheid)
muy bueno (a) (kind)
muy bueno (a) (gezondheid)
muy bueno (a) (weer)
muy bueno (a) (persoon)
obediente
(a)
(kind)
obediente
(a)
(algemeen)
obediente
(a)
(bekwaamheid)
obediente
(a)
(gezondheid)
obediente
(a)
(weer)
obediente
(a)
(persoon)
pendiente (a) [m.] (algemeen)
pendiente (a) [m.] (bekwaamheid)
pendiente (a) [m.] (kind)
pendiente (a) [m.] (gezondheid)
pendiente (a) [m.] (weer)
pendiente (a) [m.] (persoon)
pendiente (o) [m.] (algemeen)
pendiente (o) [m.] (manier)
pendiente (o) [m.] (graad)
pertenencias
(n)
[f.]
(eigendom)
posesión (n) [f.] (eigendom)
probo
(a)
(moreel gedrag)
propiedad (n) [f.] (eigendom)
prudente (a) (wijs)
prudente (a) (raad)
recto (a) [m.] (moreel gedrag)
saludable
(a)
(gezondheid)
sano (a) (gezondheid)
sensato
(a)
(wijs)
sensato
(a)
(raad)
simpático (a) (gedrag)
sociable
(a)
(gedrag)
virtuoso
(a)
[m.]
(moreel gedrag)
válido (a) (raad)
válido (a) (wijs)
y bueno (o) (interjectie)
Schwedisch
goed Niederländisch » Schwedisch
Neues Wort vorschlagen
nåväl (o) (interjectie)
nåja (o) (interjectie)
klar (a) (weer)
väl (o) (algemeen)
väl (o) (manier)
väl (o) (graad)
vänlig (a) (gedrag)
vänlig (a) (welwillend)
vacker (a) (algemeen)
vacker (a) (bekwaamheid)
vacker (a) (kind)
vacker (a) (gezondheid)
vacker (a) (weer)
vacker (a) (persoon)
fin (a) (algemeen)
fin (a) (bekwaamheid)
fin (a) (kind)
fin (a) (gezondheid)
fin (a) (weer)
fin (a) (persoon)
väluppfostrad (a) (algemeen)
väluppfostrad (a) (bekwaamheid)
väluppfostrad (a) (kind)
väluppfostrad (a) (gezondheid)
väluppfostrad (a) (weer)
väluppfostrad (a) (persoon)
mycket (o) (algemeen)
mycket (o) (manier)
mycket (o) (graad)
hederlig (a) (moreel gedrag)
godlynt (a) (gedrag)
godlynt (a) (welwillend)
vänligt (a) (gedrag)
stark (a) (gezondheid)
utmärkt (a) (algemeen)
utmärkt (a) (bekwaamheid)
utmärkt (a) (kind)
utmärkt (a) (gezondheid)
utmärkt (a) (weer)
utmärkt (a) (persoon)
utmärkt (o) (algemeen)
utmärkt (o) (manier)
utmärkt (o) (graad)
sund (a) [n.] (gezondheid)
duktig (a) (algemeen)
duktig (a) (bekwaamheid)
duktig (a) (kind)
duktig (a) (gezondheid)
duktig (a) (weer)
duktig (a) (persoon)
klok (a) (wijs)
klok (a) (raad)
välgörande (a) (gezondheid)
hälsosam (a) (gezondheid)
säker (a) (wijs)
säker (a) (raad)
älskvärd (a) (gedrag)
frisk (a) (gezondheid)
lydig (a) (algemeen)
lydig (a) (bekwaamheid)
lydig (a) (kind)
lydig (a) (gezondheid)
lydig (a) (weer)
lydig (a) (persoon)
snäll (a) (algemeen)
snäll (a) (bekwaamheid)
snäll (a) (kind)
snäll (a) (gezondheid)
snäll (a) (weer)
snäll (a) (persoon)
snäll (a) (gedrag)
noga (o) (algemeen)
noga (o) (manier)
noga (o) (graad)
god (a) (algemeen)
god (a) (bekwaamheid)
god (a) (kind)
god (a) (gezondheid)
god (a) (weer)
god (a) (persoon)
god (a) (gedrag)
vänskaplig (a) (gedrag)
välvillig (a) (gedrag)
välvillig (a) (welwillend)
godhjärtad (a) (gedrag)
godhjärtad (a) (welwillend)
godmodig (a) (gedrag)
godmodig (a) (welwillend)
godsint (a) (gedrag)
godsint (a) (welwillend)
kamratlig (a) (gedrag)
sällskaplig (a) (gedrag)
välgrundad (a) (wijs)
välgrundad (a) (raad)
rättfärdig (a) (moreel gedrag)
rättsinnig (a) (moreel gedrag)
kry (a) (gezondheid)
bra (a) (algemeen)
bra (a) (wijs)
bra (a) (raad)
bra (a) (fysische conditie)
bra (a) (bekwaamheid)
bra (a) (kind)
bra (a) (gezondheid)
bra (a) (weer)
bra (a) (persoon)
bra (o) (algemeen)
bra (o) (manier)
bra (o) (graad)
till godo (a) (algemeen)
till godo (a) (bekwaamheid)
till godo (a) (kind)
till godo (a) (gezondheid)
till godo (a) (weer)
till godo (a) (persoon)
till godo (o) (algemeen)
till godo (o) (manier)
till godo (o) (graad)
gagn (n) [n.] (voordeel)
Portugiesisch
goed Niederländisch » Portugiesisch
Neues Wort vorschlagen
robusto (a) (gezondheid)
seguro (a) [m.] (wijs)
seguro (a) [m.] (raad)
bem (a) [m.] (fysische conditie)
bem (a) [m.] (gezondheid)
bem (n) [m.] (algemeen)
bem (n) [m.] (voordeel)
bem (n) [m.] (eigendom)
bem (a) [m.] (algemeen)
bem (a) [m.] (bekwaamheid)
bem (a) [m.] (kind)
bem (a) [m.] (weer)
bem (a) [m.] (persoon)
bem (o) [m.] (algemeen)
bem (o) [m.] (manier)
bem (o) [m.] (graad)
bem (o) [m.] (interjectie)
claro (a) (weer)
generoso (a) (gedrag)
generoso (a) (welwillend)
posse (n) [m.] (eigendom)
justo (a) (moreel gedrag)
propriedade (n) [f.] (eigendom)
agradável (a) (weer)
agradável (a) (algemeen)
agradável (a) (bekwaamheid)
agradável (a) (kind)
agradável (a) (gezondheid)
agradável (a) (persoon)
cuidadosamente (o) (algemeen)
cuidadosamente (o) (manier)
cuidadosamente (o) (graad)
bem-estar (n) [m.] (voordeel)
certo (a) (moreel gedrag)
muito (o) (algemeen)
muito (o) (manier)
muito (o) (graad)
direito (a) [m.] (moreel gedrag)
correto (a) (moreel gedrag)
bonito (a) (weer)
bonito (a) (algemeen)
bonito (a) (bekwaamheid)
bonito (a) (kind)
bonito (a) (gezondheid)
bonito (a) (persoon)
belo (a) (weer)
belo (a) (algemeen)
belo (a) (bekwaamheid)
belo (a) (kind)
belo (a) (gezondheid)
belo (a) (persoon)
sensato (a) (raad)
sensato (a) (wijs)
bom (a) (algemeen)
bom (a) (bekwaamheid)
bom (a) (kind)
bom (a) (gezondheid)
bom (a) (weer)
bom (a) (persoon)
bom (o) (algemeen)
bom (o) (manier)
bom (o) (graad)
bom (a) (gedrag)
bom (a) (welwillend)
salutar (a) (gezondheid)
saudável (a) (gezondheid)
posses (n) [f.] (eigendom)
bem-comportado (a) (kind)
bem-comportado (a) (algemeen)
bem-comportado (a) (bekwaamheid)
bem-comportado (a) (gezondheid)
bem-comportado (a) (weer)
bem-comportado (a) (persoon)
obediente (a) (kind)
obediente (a) (algemeen)
obediente (a) (bekwaamheid)
obediente (a) (gezondheid)
obediente (a) (weer)
obediente (a) (persoon)
sólido (a) (wijs)
sólido (a) (raad)
enfim (o) (interjectie)
sadio (a) (gezondheid)
amigo (a) [m.] (gedrag)
afável (a) (gedrag)
gentil (a) (gedrag)
amável (a) (gedrag)
amistoso (a) (gedrag)
benevolente (a) (gedrag)
benevolente (a) (welwillend)
de bom coração (a) (gedrag)
de bom coração (a) (welwillend)
caridoso (a) (gedrag)
caridoso (a) (welwillend)
bondoso (a) (gedrag)
bondoso (a) (welwillend)
amistosamente (a) (gedrag)
amigavelmente (a) (gedrag)
de reserva (a) (algemeen)
de reserva (a) (bekwaamheid)
de reserva (a) (kind)
de reserva (a) (gezondheid)
de reserva (a) (weer)
de reserva (a) (persoon)
de reserva (o) (algemeen)
de reserva (o) (manier)
de reserva (o) (graad)
guardado (a) (algemeen)
guardado (a) (bekwaamheid)
guardado (a) (kind)
guardado (a) (gezondheid)
guardado (a) (weer)
guardado (a) (persoon)
guardado (o) (algemeen)
guardado (o) (manier)
guardado (o) (graad)
sobrando (a) (algemeen)
sobrando (a) (bekwaamheid)
sobrando (a) (kind)
sobrando (a) (gezondheid)
sobrando (a) (weer)
sobrando (a) (persoon)
sobrando (o) (algemeen)
sobrando (o) (manier)
sobrando (o) (graad)
bem-humorado (a) (gedrag)
bem-humorado (a) (welwillend)
de bom gênio (a) (gedrag)
de bom gênio (a) (welwillend)
ajuizado (a) (raad)
ajuizado (a) (wijs)
