Übersetzungen für gelijkspelen

Niederländisch Niederländisch

gelijkspelen

Französisch Französisch Neues Wort vorschlagen

Italienisch Italienisch Neues Wort vorschlagen

Englisch Englisch Neues Wort vorschlagen

Deutsch Deutsch Neues Wort vorschlagen

Spanisch Spanisch Neues Wort vorschlagen

Schwedisch Schwedisch Neues Wort vorschlagen

Portugiesisch Portugiesisch Neues Wort vorschlagen

     

Verbformen von gelijkspelen

- gelijk
Tegenwoordig en verleden deelwoord gelijkspelend und gelijkgespeeld
  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens speel gelijk speelt gelijk speelt gelijk spelen gelijk spelen gelijk spelen gelijk
Imperfect speelde gelijk speelde gelijk speelde gelijk speelden gelijk speelden gelijk speelden gelijk
Toekomende tijd I zal gelijkspelen zult gelijkspelen zal gelijkspelen zullen gelijkspelen zullen gelijkspelen zullen gelijkspelen
Conditionalis I zou gelijkspelen zou gelijkspelen zou gelijkspelen zouden gelijkspelen zouden gelijkspelen zouden gelijkspelen
Perfectum heb gelijkgespeeld hebt gelijkgespeeld heeft gelijkgespeeld hebben gelijkgespeeld hebben gelijkgespeeld hebben gelijkgespeeld
Voltooid verleden tijd had gelijkgespeeld had gelijkgespeeld had gelijkgespeeld hadden gelijkgespeeld hadden gelijkgespeeld hadden gelijkgespeeld
Toekomende tijd II zal gelijkgespeeld hebben zult gelijkgespeeld hebben zal gelijkgespeeld hebben zullen gelijkgespeeld hebben zullen gelijkgespeeld hebben zullen gelijkgespeeld hebben
Conditionalis II zou hebben gelijkgespeeld zou hebben gelijkgespeeld zou hebben gelijkgespeeld zouden hebben gelijkgespeeld zouden hebben gelijkgespeeld zouden hebben gelijkgespeeld
Imperatief - speel gelijk - - speelt gelijk -
gelijkspelen - Niederländisch Wörterbuch | Übersetzung - gelijkspelen übersetzen