Übersetzungen für gebrek
gebrek
hat 7 Bedeutungen, 5 Synonymgruppen & 14 SynonymeNiederländisch Niederländisch
gebrek (voorwerpen, geneeskunde, fout, algemeen, hoeveelheid, tekort, karakter)
Französisch
gebrek Niederländisch » Französisch
Neues Wort vorschlagen
défaut
(n)
[m.]
(voorwerpen)
défaut
(n)
[m.]
(geneeskunde)
défaut
(n)
[m.]
(fout)
défaut
(n)
[m.]
(algemeen)
défaut
(n)
[m.]
(hoeveelheid)
défaut
(n)
[m.]
(tekort)
défaut
(n)
[m.]
(karakter)
absence
(n)
[f.]
(algemeen)
absence
(n)
[f.]
(hoeveelheid)
absence
(n)
[f.]
(tekort)
absence
(n)
[f.]
(voorwerpen)
vide
(n)
[m.]
(algemeen)
vide
(n)
[m.]
(hoeveelheid)
vide
(n)
[m.]
(tekort)
vide
(n)
[m.]
(voorwerpen)
imperfection
(n)
[f.]
(voorwerpen)
imperfection
(n)
[f.]
(geneeskunde)
imperfection
(n)
[f.]
(fout)
imperfection
(n)
[f.]
(karakter)
imperfection
(n)
[f.]
(tekort)
lacune
(n)
[f.]
(algemeen)
lacune
(n)
[f.]
(hoeveelheid)
lacune
(n)
[f.]
(tekort)
lacune
(n)
[f.]
(voorwerpen)
manque
(n)
[m.]
(algemeen)
manque
(n)
[m.]
(hoeveelheid)
manque
(n)
[m.]
(tekort)
manque
(n)
[m.]
(voorwerpen)
hiatus
(n)
[m.]
(algemeen)
hiatus
(n)
[m.]
(hoeveelheid)
hiatus
(n)
[m.]
(tekort)
hiatus
(n)
[m.]
(voorwerpen)
faute
(n)
[f.]
(karakter)
faute
(n)
[f.]
(voorwerpen)
faute
(n)
[f.]
(tekort)
faute
(n)
[f.]
(fout)
faute
(n)
[f.]
(hoeveelheid)
tort
(n)
[m.]
(karakter)
tort
(n)
[m.]
(voorwerpen)
tort
(n)
[m.]
(tekort)
tort
(n)
[m.]
(fout)
démérite (n) [m.] (karakter)
démérite (n) [m.] (voorwerpen)
démérite (n) [m.] (tekort)
démérite (n) [m.] (fout)
démérite (n) [m.] (hoeveelheid)
insuffisance
(n)
[f.]
(hoeveelheid)
insuffisance
(n)
[f.]
(voorwerpen)
insuffisance
(n)
[f.]
(tekort)
faiblesse
(n)
[f.]
(karakter)
carence
(n)
[f.]
(hoeveelheid)
carence
(n)
[f.]
(voorwerpen)
carence
(n)
[f.]
(tekort)
Italienisch
gebrek Niederländisch » Italienisch
Neues Wort vorschlagen
assenza
(n)
[f.]
(algemeen)
assenza
(n)
[f.]
(hoeveelheid)
assenza
(n)
[f.]
(tekort)
assenza
(n)
[f.]
(voorwerpen)
carenza
(n)
[f.]
(hoeveelheid)
carenza
(n)
[f.]
(voorwerpen)
carenza
(n)
[f.]
(tekort)
carenza
(n)
[f.]
(algemeen)
demerito
(n)
[m.]
(karakter)
demerito
(n)
[m.]
(voorwerpen)
demerito
(n)
[m.]
(tekort)
demerito
(n)
[m.]
(fout)
demerito
(n)
[m.]
(hoeveelheid)
difetto
(n)
[m.]
(karakter)
difetto
(n)
[m.]
(voorwerpen)
difetto
(n)
[m.]
(tekort)
difetto
(n)
[m.]
(fout)
difetto
(n)
[m.]
(hoeveelheid)
difetto
(n)
[m.]
(geneeskunde)
fallo
(n)
[m.]
(karakter)
fallo
(n)
[m.]
(voorwerpen)
fallo
(n)
[m.]
(tekort)
fallo
(n)
[m.]
(fout)
fallo
(n)
[m.]
(geneeskunde)
fallo
(n)
[m.]
(hoeveelheid)
fragilità
(n)
[f.]
(karakter)
imperfezione
(n)
[f.]
(voorwerpen)
imperfezione
(n)
[f.]
(geneeskunde)
imperfezione
(n)
[f.]
(fout)
imperfezione
(n)
[f.]
(karakter)
imperfezione
(n)
[f.]
(tekort)
insufficienza
(n)
[f.]
(hoeveelheid)
insufficienza
(n)
[f.]
(voorwerpen)
insufficienza
(n)
[f.]
(tekort)
lacuna
(n)
[f.]
(hoeveelheid)
lacuna
(n)
[f.]
(voorwerpen)
lacuna
(n)
[f.]
(tekort)
lacuna
(n)
[f.]
(algemeen)
mancanza
(n)
[f.]
(hoeveelheid)
mancanza
(n)
[f.]
(voorwerpen)
mancanza
(n)
[f.]
(tekort)
mancanza
(n)
[f.]
(algemeen)
manchevolezza (n) [f.] (karakter)
manchevolezza (n) [f.] (voorwerpen)
manchevolezza (n) [f.] (tekort)
manchevolezza (n) [f.] (fout)
pecca
(n)
[f.]
(voorwerpen)
pecca
(n)
[f.]
(geneeskunde)
pecca
(n)
[f.]
(fout)
pecca
(n)
[f.]
(karakter)
pecca
(n)
[f.]
(tekort)
pecca
(n)
[f.]
(hoeveelheid)
scarsità
(n)
[f.]
(hoeveelheid)
scarsità
(n)
[f.]
(voorwerpen)
scarsità
(n)
[f.]
(tekort)
vuoto
(n)
[m.]
(hoeveelheid)
vuoto
(n)
[m.]
(voorwerpen)
vuoto
(n)
[m.]
(tekort)
vuoto
(n)
[m.]
(algemeen)
Englisch
gebrek Niederländisch » Englisch
Neues Wort vorschlagen
absence
(n)
(algemeen)
defect
(n)
(karakter)
shortcoming
(n)
(karakter)
fault
(n)
(karakter)
frailty
(n)
(karakter)
vice
(n)
(karakter)
shortage
(n)
(hoeveelheid)
lack
(n)
(hoeveelheid)
absence
(n)
(hoeveelheid)
deficiency
(n)
(hoeveelheid)
fault
(n)
(voorwerpen)
defect
(n)
(voorwerpen)
flaw
(n)
(voorwerpen)
defect
(n)
(geneeskunde)
lack
(n)
(tekort)
deficiency
(n)
(tekort)
demerit
(n)
(tekort)
fault
(n)
(tekort)
flaw
(n)
(fout)
imperfection
(n)
(fout)
weakness
(n)
(fout)
Deutsch
gebrek Niederländisch » Deutsch
Neues Wort vorschlagen
Fehlen (n) [n.] (algemeen)
Fehler (n) [m.] (karakter)
Schwäche (n) [f.] (karakter)
Mangel (n) [m.] (hoeveelheid)
Knappheit (n) [f.] (hoeveelheid)
Fehlen (n) [n.] (hoeveelheid)
Fehler (n) [m.] (voorwerpen)
Defekt (n) [m.] (voorwerpen)
Mangel (n) [m.] (voorwerpen)
Defekt (n) [m.] (geneeskunde)
Fehlen (n) [n.] (tekort)
Mangel (n) [m.] (tekort)
Fehler (n) [m.] (tekort)
Defekt (n) [m.] (fout)
Fehler (n) [m.] (fout)
Spanisch
gebrek Niederländisch » Spanisch
Neues Wort vorschlagen
ausencia
(n)
[f.]
(algemeen)
ausencia
(n)
[f.]
(hoeveelheid)
ausencia
(n)
[f.]
(tekort)
ausencia
(n)
[f.]
(voorwerpen)
carencia
(n)
[f.]
(algemeen)
carencia
(n)
[f.]
(hoeveelheid)
carencia
(n)
[f.]
(tekort)
carencia
(n)
[f.]
(voorwerpen)
defecto (n) [m.] (voorwerpen)
defecto (n) [m.] (geneeskunde)
defecto (n) [m.] (fout)
defecto (n) [m.] (karakter)
defecto (n) [m.] (tekort)
defecto (n) [m.] (hoeveelheid)
deficiencia
(n)
[f.]
(hoeveelheid)
deficiencia
(n)
[f.]
(voorwerpen)
deficiencia
(n)
[f.]
(tekort)
demérito (n) [m.] (karakter)
demérito (n) [m.] (voorwerpen)
demérito (n) [m.] (tekort)
demérito (n) [m.] (fout)
demérito (n) [m.] (hoeveelheid)
desmerecimiento (n) [m.] (karakter)
desmerecimiento (n) [m.] (voorwerpen)
desmerecimiento (n) [m.] (tekort)
desmerecimiento (n) [m.] (fout)
desmerecimiento (n) [m.] (hoeveelheid)
escasez
(n)
[f.]
(hoeveelheid)
escasez
(n)
[f.]
(voorwerpen)
escasez
(n)
[f.]
(tekort)
falla
(n)
[f.]
(karakter)
falla
(n)
[f.]
(voorwerpen)
falla
(n)
[f.]
(tekort)
falla
(n)
[f.]
(fout)
fallo
(n)
[m.]
(voorwerpen)
fallo
(n)
[m.]
(geneeskunde)
fallo
(n)
[m.]
(fout)
falta (n) [f.] (algemeen)
falta (n) [f.] (hoeveelheid)
falta (n) [f.] (tekort)
falta (n) [f.] (karakter)
falta (n) [f.] (voorwerpen)
falta (n) [f.] (fout)
flaqueza
(n)
[f.]
(karakter)
hueco (n) [m.] (algemeen)
hueco (n) [m.] (hoeveelheid)
hueco (n) [m.] (tekort)
hueco (n) [m.] (voorwerpen)
imperfección
(n)
[f.]
(voorwerpen)
imperfección
(n)
[f.]
(geneeskunde)
imperfección
(n)
[f.]
(fout)
imperfección
(n)
[f.]
(karakter)
imperfección
(n)
[f.]
(tekort)
interrupción
(n)
[f.]
(algemeen)
interrupción
(n)
[f.]
(hoeveelheid)
interrupción
(n)
[f.]
(tekort)
interrupción
(n)
[f.]
(voorwerpen)
laguna
(n)
[f.]
(algemeen)
laguna
(n)
[f.]
(hoeveelheid)
laguna
(n)
[f.]
(tekort)
laguna
(n)
[f.]
(voorwerpen)
vacío (n) [m.] (algemeen)
vacío (n) [m.] (hoeveelheid)
vacío (n) [m.] (tekort)
vacío (n) [m.] (voorwerpen)
vicio
(n)
[m.]
(karakter)
vicio
(n)
[m.]
(voorwerpen)
vicio
(n)
[m.]
(tekort)
vicio
(n)
[m.]
(fout)
Schwedisch
gebrek Niederländisch » Schwedisch
Neues Wort vorschlagen
fel (n) [n.] (karakter)
fel (n) [n.] (hoeveelheid)
fel (n) [n.] (voorwerpen)
fel (n) [n.] (geneeskunde)
fel (n) [n.] (tekort)
fel (n) [n.] (fout)
skönhetsfel (n) [n.] (voorwerpen)
skönhetsfel (n) [n.] (geneeskunde)
skönhetsfel (n) [n.] (fout)
Portugiesisch
gebrek Niederländisch » Portugiesisch
Neues Wort vorschlagen
desvio (n) [m.] (karakter)
desvio (n) [m.] (voorwerpen)
desvio (n) [m.] (tekort)
desvio (n) [m.] (fout)
ausência (n) [f.] (algemeen)
ausência (n) [f.] (hoeveelheid)
ausência (n) [f.] (tekort)
ausência (n) [f.] (voorwerpen)
debilidade (n) [f.] (karakter)
fraqueza (n) [f.] (karakter)
fraqueza (n) [f.] (voorwerpen)
fraqueza (n) [f.] (tekort)
fraqueza (n) [f.] (fout)
fragilidade (n) [f.] (karakter)
vazio (n) [m.] (hoeveelheid)
vazio (n) [m.] (voorwerpen)
vazio (n) [m.] (tekort)
vazio (n) [m.] (algemeen)
lacuna (n) [f.] (hoeveelheid)
lacuna (n) [f.] (voorwerpen)
lacuna (n) [f.] (tekort)
lacuna (n) [f.] (algemeen)
falta (n) [f.] (hoeveelheid)
falta (n) [f.] (voorwerpen)
falta (n) [f.] (tekort)
falta (n) [f.] (algemeen)
falha (n) [f.] (karakter)
falha (n) [f.] (voorwerpen)
falha (n) [f.] (tekort)
falha (n) [f.] (fout)
falha (n) [f.] (hoeveelheid)
falha (n) [f.] (geneeskunde)
defeito (n) [m.] (karakter)
defeito (n) [m.] (voorwerpen)
defeito (n) [m.] (tekort)
defeito (n) [m.] (fout)
defeito (n) [m.] (hoeveelheid)
defeito (n) [m.] (geneeskunde)
imperfeição (n) [f.] (karakter)
imperfeição (n) [f.] (voorwerpen)
imperfeição (n) [f.] (tekort)
imperfeição (n) [f.] (fout)
imperfeição (n) [f.] (geneeskunde)
imperfeição (n) [f.] (hoeveelheid)
ponto fraco (n) [m.] (karakter)
ponto fraco (n) [m.] (voorwerpen)
ponto fraco (n) [m.] (tekort)
ponto fraco (n) [m.] (fout)
ponto fraco (n) [m.] (geneeskunde)
vácuo (n) [m.] (hoeveelheid)
vácuo (n) [m.] (voorwerpen)
vácuo (n) [m.] (tekort)
vácuo (n) [m.] (algemeen)
hiato (n) [m.] (hoeveelheid)
hiato (n) [m.] (voorwerpen)
hiato (n) [m.] (tekort)
hiato (n) [m.] (algemeen)
deficiência (n) [f.] (hoeveelheid)
deficiência (n) [f.] (voorwerpen)
deficiência (n) [f.] (tekort)
deficiência (n) [f.] (algemeen)
demérito (n) [m.] (karakter)
demérito (n) [m.] (voorwerpen)
demérito (n) [m.] (tekort)
demérito (n) [m.] (fout)
demérito (n) [m.] (hoeveelheid)
desmerecimento (n) [m.] (karakter)
desmerecimento (n) [m.] (voorwerpen)
desmerecimento (n) [m.] (tekort)
desmerecimento (n) [m.] (fout)
desmerecimento (n) [m.] (hoeveelheid)
escassez (n) [f.] (hoeveelheid)
escassez (n) [f.] (voorwerpen)
escassez (n) [f.] (tekort)
