Übersetzungen für formuleren
formuleren
hat 2 Bedeutungen, 2 Synonymgruppen & 4 SynonymeNiederländisch Niederländisch
formuleren (verwoorden, algemeen)
Französisch
formuleren Niederländisch » Französisch
Neues Wort vorschlagen
exprimer
(v)
(verwoorden)
exprimer
(v)
(algemeen)
formuler
(v)
(verwoorden)
formuler
(v)
(algemeen)
rendre par des mots (v) (algemeen)
rendre par des mots (v) (verwoorden)
Italienisch
formuleren Niederländisch » Italienisch
Neues Wort vorschlagen
Englisch
formuleren Niederländisch » Englisch
Neues Wort vorschlagen
Deutsch
formuleren Niederländisch » Deutsch
Neues Wort vorschlagen
formulieren (v) (algemeen)
in Worte fassen (v) (algemeen)
verbal ausdrücken (v) (algemeen)
formulieren (v) (verwoorden)
ausdrücken (v) (verwoorden)
in Worte fassen (v) (verwoorden)
Spanisch
formuleren Niederländisch » Spanisch
Neues Wort vorschlagen
expresar (v) (verwoorden)
expresar (v) (algemeen)
expresar con palabras (v) (verwoorden)
expresar con palabras (v) (algemeen)
formular
(v)
(verwoorden)
formular
(v)
(algemeen)
Schwedisch
formuleren Niederländisch » Schwedisch
Neues Wort vorschlagen
formulera (v) (algemeen)
formulera (v) (verwoorden)
uttrycka med ord (v) (algemeen)
uttrycka med ord (v) (verwoorden)
verbalisera (v) (algemeen)
verbalisera (v) (verwoorden)
uttrycka i ord (v) (algemeen)
uttrycka i ord (v) (verwoorden)
Portugiesisch
formuleren Niederländisch » Portugiesisch
Neues Wort vorschlagen
colocar (v) (verwoorden)
colocar (v) (algemeen)
formular (v) (algemeen)
formular (v) (verwoorden)
expressar em palavras (v) (algemeen)
expressar em palavras (v) (verwoorden)
verbalizar (v) (algemeen)
verbalizar (v) (verwoorden)
Verbformen von formuleren
| - | - | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | formulerend | und | geformuleerd |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | formuleer | formuleert | formuleert | formuleren | formuleren | formuleren |
| Imperfect | formuleerde | formuleerde | formuleerde | formuleerden | formuleerden | formuleerden |
| Toekomende tijd I | zal formuleren | zult formuleren | zal formuleren | zullen formuleren | zullen formuleren | zullen formuleren |
| Conditionalis I | zou formuleren | zou formuleren | zou formuleren | zouden formuleren | zouden formuleren | zouden formuleren |
| Perfectum | heb geformuleerd | hebt geformuleerd | heeft geformuleerd | hebben geformuleerd | hebben geformuleerd | hebben geformuleerd |
| Voltooid verleden tijd | had geformuleerd | had geformuleerd | had geformuleerd | hadden geformuleerd | hadden geformuleerd | hadden geformuleerd |
| Toekomende tijd II | zal geformuleerd hebben | zult geformuleerd hebben | zal geformuleerd hebben | zullen geformuleerd hebben | zullen geformuleerd hebben | zullen geformuleerd hebben |
| Conditionalis II | zou hebben geformuleerd | zou hebben geformuleerd | zou hebben geformuleerd | zouden hebben geformuleerd | zouden hebben geformuleerd | zouden hebben geformuleerd |
| Imperatief | - | formuleer | - | - | formuleert | - |
