Übersetzungen für fluorideren
fluorideren
hat Eine BedeutungNiederländisch Niederländisch
fluorideren (water)
Französisch
fluorideren Niederländisch » Französisch
Neues Wort vorschlagen
traiter au fluor (v) (water)
Italienisch
fluorideren Niederländisch » Italienisch
Neues Wort vorschlagen
fluorizzare (v) (water)
Englisch
fluorideren Niederländisch » Englisch
Neues Wort vorschlagen
fluoridate (v) (water)
Deutsch
fluorideren Niederländisch » Deutsch
Neues Wort vorschlagen
fluorieren (v) (water)
Spanisch
fluorideren Niederländisch » Spanisch
Neues Wort vorschlagen
fluorizar (v) (water)
Schwedisch
fluorideren Niederländisch » Schwedisch
Neues Wort vorschlagen
fluoridera (v) (water)
Portugiesisch
fluorideren Niederländisch » Portugiesisch
Neues Wort vorschlagen
tratar com flúor (v) (water)
Verbformen von fluorideren
| - | - | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | fluoriderend | und | gefluorideerd |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | fluorideer | fluorideert | fluorideert | fluorideren | fluorideren | fluorideren |
| Imperfect | fluorideerde | fluorideerde | fluorideerde | fluorideerden | fluorideerden | fluorideerden |
| Toekomende tijd I | zal fluorideren | zult fluorideren | zal fluorideren | zullen fluorideren | zullen fluorideren | zullen fluorideren |
| Conditionalis I | zou fluorideren | zou fluorideren | zou fluorideren | zouden fluorideren | zouden fluorideren | zouden fluorideren |
| Perfectum | heb gefluorideerd | hebt gefluorideerd | heeft gefluorideerd | hebben gefluorideerd | hebben gefluorideerd | hebben gefluorideerd |
| Voltooid verleden tijd | had gefluorideerd | had gefluorideerd | had gefluorideerd | hadden gefluorideerd | hadden gefluorideerd | hadden gefluorideerd |
| Toekomende tijd II | zal gefluorideerd hebben | zult gefluorideerd hebben | zal gefluorideerd hebben | zullen gefluorideerd hebben | zullen gefluorideerd hebben | zullen gefluorideerd hebben |
| Conditionalis II | zou hebben gefluorideerd | zou hebben gefluorideerd | zou hebben gefluorideerd | zouden hebben gefluorideerd | zouden hebben gefluorideerd | zouden hebben gefluorideerd |
| Imperatief | - | fluorideer | - | - | fluorideert | - |
