Übersetzungen für flaneren

Suchbegriff:

flaneren

  hat Eine Bedeutung, 3 Synonymgruppen & 11 Synonyme

Niederländisch Niederländisch

flaneren (vermaak)

Französisch flaneren Niederländisch » Französisch Neues Wort vorschlagen

flâner (v) (vermaak)

se balader (v) (vermaak)

se promener (v) (vermaak)

Italienisch flaneren Niederländisch » Italienisch Neues Wort vorschlagen

andare a zonzo (v) (vermaak)

bighellonare (v) [m.] (vermaak)

gironzolare (v) (vermaak)

passeggiare (v) (vermaak)

Englisch flaneren Niederländisch » Englisch Neues Wort vorschlagen

amble (v) (vermaak)

stroll (v) (vermaak)

saunter (v) (vermaak)

ramble (v) (vermaak)

Deutsch flaneren Niederländisch » Deutsch Neues Wort vorschlagen

schlendern (v) (vermaak)

lustwandeln (v) (vermaak)

flanieren (v) (vermaak)

bummeln (v) (vermaak)

Spanisch flaneren Niederländisch » Spanisch Neues Wort vorschlagen

amblar (v) (vermaak)

ambular (v) (vermaak)

andar muy despacio (v) (vermaak)

dar una vuelta por (v) (vermaak)

pasearse (v) (vermaak)

Schwedisch flaneren Niederländisch » Schwedisch Neues Wort vorschlagen

lunka (v) (vermaak)

släntra (v) (vermaak)

gå i sakta mak (v) (vermaak)

ströva (v) (vermaak)

promenera (v) (vermaak)

Portugiesisch flaneren Niederländisch » Portugiesisch Neues Wort vorschlagen

perambular (v) (vermaak)

dar uma volta (v) (vermaak)

vaguear (v) (vermaak)

passear (v) (vermaak)

     

Verbformen von flaneren

- -
Tegenwoordig en verleden deelwoord flanerend und geflaneerd
  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens flaneer flaneert flaneert flaneren flaneren flaneren
Imperfect flaneerde flaneerde flaneerde flaneerden flaneerden flaneerden
Toekomende tijd I zal flaneren zult flaneren zal flaneren zullen flaneren zullen flaneren zullen flaneren
Conditionalis I zou flaneren zou flaneren zou flaneren zouden flaneren zouden flaneren zouden flaneren
Perfectum heb geflaneerd hebt geflaneerd heeft geflaneerd hebben geflaneerd hebben geflaneerd hebben geflaneerd
Voltooid verleden tijd had geflaneerd had geflaneerd had geflaneerd hadden geflaneerd hadden geflaneerd hadden geflaneerd
Toekomende tijd II zal geflaneerd hebben zult geflaneerd hebben zal geflaneerd hebben zullen geflaneerd hebben zullen geflaneerd hebben zullen geflaneerd hebben
Conditionalis II zou hebben geflaneerd zou hebben geflaneerd zou hebben geflaneerd zouden hebben geflaneerd zouden hebben geflaneerd zouden hebben geflaneerd
Imperatief - flaneer - - flaneert -
flaneren - Niederländisch Wörterbuch | Übersetzung - flaneren übersetzen