Übersetzungen für fantaseren
fantaseren
hat 2 Bedeutungen, 4 Synonymgruppen & 23 SynonymeNiederländisch Niederländisch
fantaseren (inbeelden, dagdromen)
Französisch
fantaseren Niederländisch » Französisch
Neues Wort vorschlagen
imaginer
(v)
(inbeelden)
fantasmer (v) (inbeelden)
rêverie
(n)
[f.]
(dagdromen)
rêvasserie (n) [f.] (dagdromen)
songerie (n) [f.] (dagdromen)
Italienisch
fantaseren Niederländisch » Italienisch
Neues Wort vorschlagen
Englisch
fantaseren Niederländisch » Englisch
Neues Wort vorschlagen
daydreaming (n) (dagdromen)
fantasizing (n) (dagdromen)
stargazing (n) (dagdromen)
fantasize
(v)
(inbeelden)
imagine
(v)
(inbeelden)
Deutsch
fantaseren Niederländisch » Deutsch
Neues Wort vorschlagen
Träumerei (n) [f.] (dagdromen)
Tagträumen (n) [n.] (dagdromen)
sich vorstellen (v) (inbeelden)
sich einbilden (v) (inbeelden)
fantasieren (v) (inbeelden)
Spanisch
fantaseren Niederländisch » Spanisch
Neues Wort vorschlagen
Schwedisch
fantaseren Niederländisch » Schwedisch
Neues Wort vorschlagen
Portugiesisch
fantaseren Niederländisch » Portugiesisch
Neues Wort vorschlagen
Verbformen von fantaseren
| - | - | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | fantaserend | und | gefantaseerd |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | fantaseer | fantaseert | fantaseert | fantaseren | fantaseren | fantaseren |
| Imperfect | fantaseerde | fantaseerde | fantaseerde | fantaseerden | fantaseerden | fantaseerden |
| Toekomende tijd I | zal fantaseren | zult fantaseren | zal fantaseren | zullen fantaseren | zullen fantaseren | zullen fantaseren |
| Conditionalis I | zou fantaseren | zou fantaseren | zou fantaseren | zouden fantaseren | zouden fantaseren | zouden fantaseren |
| Perfectum | heb gefantaseerd | hebt gefantaseerd | heeft gefantaseerd | hebben gefantaseerd | hebben gefantaseerd | hebben gefantaseerd |
| Voltooid verleden tijd | had gefantaseerd | had gefantaseerd | had gefantaseerd | hadden gefantaseerd | hadden gefantaseerd | hadden gefantaseerd |
| Toekomende tijd II | zal gefantaseerd hebben | zult gefantaseerd hebben | zal gefantaseerd hebben | zullen gefantaseerd hebben | zullen gefantaseerd hebben | zullen gefantaseerd hebben |
| Conditionalis II | zou hebben gefantaseerd | zou hebben gefantaseerd | zou hebben gefantaseerd | zouden hebben gefantaseerd | zouden hebben gefantaseerd | zouden hebben gefantaseerd |
| Imperatief | - | fantaseer | - | - | fantaseert | - |
