Übersetzungen für fakkelen

Niederländisch Niederländisch

fakkelen

Französisch Französisch Neues Wort vorschlagen

Italienisch Italienisch Neues Wort vorschlagen

Englisch Englisch Neues Wort vorschlagen

Deutsch Deutsch Neues Wort vorschlagen

Spanisch Spanisch Neues Wort vorschlagen

Schwedisch Schwedisch Neues Wort vorschlagen

Portugiesisch Portugiesisch Neues Wort vorschlagen

     

Verbformen von fakkelen

- -
Tegenwoordig en verleden deelwoord fakkelend und gefakkeld
  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens fakkel fakkelt fakkelt fakkelen fakkelen fakkelen
Imperfect fakkelde fakkelde fakkelde fakkelden fakkelden fakkelden
Toekomende tijd I zal fakkelen zult fakkelen zal fakkelen zullen fakkelen zullen fakkelen zullen fakkelen
Conditionalis I zou fakkelen zou fakkelen zou fakkelen zouden fakkelen zouden fakkelen zouden fakkelen
Perfectum heb gefakkeld hebt gefakkeld heeft gefakkeld hebben gefakkeld hebben gefakkeld hebben gefakkeld
Voltooid verleden tijd had gefakkeld had gefakkeld had gefakkeld hadden gefakkeld hadden gefakkeld hadden gefakkeld
Toekomende tijd II zal gefakkeld hebben zult gefakkeld hebben zal gefakkeld hebben zullen gefakkeld hebben zullen gefakkeld hebben zullen gefakkeld hebben
Conditionalis II zou hebben gefakkeld zou hebben gefakkeld zou hebben gefakkeld zouden hebben gefakkeld zouden hebben gefakkeld zouden hebben gefakkeld
Imperatief - fakkel - - fakkelt -
fakkelen - Niederländisch Wörterbuch | Übersetzung - fakkelen übersetzen