Übersetzungen für etiketteren

Suchbegriff:

etiketteren

  hat 3 Bedeutungen

Niederländisch Niederländisch

etiketteren (algemeen, prijs, voorwerpen)

Französisch etiketteren Niederländisch » Französisch Neues Wort vorschlagen

étiqueter (v) (algemeen)

étiqueter (v) (prijs)

étiqueter (v) (voorwerpen)

Italienisch etiketteren Niederländisch » Italienisch Neues Wort vorschlagen

etichettare (v) (algemeen)

etichettare (v) (prijs)

etichettare (v) (voorwerpen)

mettere l'etichetta (v) (algemeen)

mettere l'etichetta (v) (prijs)

mettere l'etichetta (v) (voorwerpen)

mettere l'etichetta a (v) (algemeen)

mettere l'etichetta a (v) (prijs)

mettere l'etichetta a (v) (voorwerpen)

Englisch etiketteren Niederländisch » Englisch Neues Wort vorschlagen

label (v) (algemeen)

ticket (v) (prijs)

tag (v) (voorwerpen)

label (v) (voorwerpen)

Deutsch etiketteren Niederländisch » Deutsch Neues Wort vorschlagen

etikettieren (v) (algemeen)

beschriften (v) (algemeen)

etikettieren (v) (prijs)

auszeichnen (v) (prijs)

etikettieren (v) (voorwerpen)

mit einem Etikett versehen (v) (voorwerpen)

Spanisch etiketteren Niederländisch » Spanisch Neues Wort vorschlagen

denominar (v) (algemeen)

denominar (v) (prijs)

denominar (v) (voorwerpen)

etiquetar (v) (algemeen)

etiquetar (v) (prijs)

etiquetar (v) (voorwerpen)

poner una etiqueta a (v) (algemeen)

poner una etiqueta a (v) (prijs)

poner una etiqueta a (v) (voorwerpen)

Schwedisch etiketteren Niederländisch » Schwedisch Neues Wort vorschlagen

etikettera (v) (algemeen)

etikettera (v) (prijs)

etikettera (v) (voorwerpen)

förse med prislapp (v) (algemeen)

förse med prislapp (v) (prijs)

förse med prislapp (v) (voorwerpen)

sätta lapp på (v) (algemeen)

sätta lapp på (v) (prijs)

sätta lapp på (v) (voorwerpen)

Portugiesisch etiketteren Niederländisch » Portugiesisch Neues Wort vorschlagen

rotular (v) (algemeen)

rotular (v) (prijs)

rotular (v) (voorwerpen)

etiquetar (v) (algemeen)

etiquetar (v) (prijs)

etiquetar (v) (voorwerpen)

     

Verbformen von etiketteren

- -
Tegenwoordig en verleden deelwoord etiketterend und geëtiketteerd
  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens etiketteer etiketteert etiketteert etiketteren etiketteren etiketteren
Imperfect etiketteerde etiketteerde etiketteerde etiketteerden etiketteerden etiketteerden
Toekomende tijd I zal etiketteren zult etiketteren zal etiketteren zullen etiketteren zullen etiketteren zullen etiketteren
Conditionalis I zou etiketteren zou etiketteren zou etiketteren zouden etiketteren zouden etiketteren zouden etiketteren
Perfectum heb geëtiketteerd hebt geëtiketteerd heeft geëtiketteerd hebben geëtiketteerd hebben geëtiketteerd hebben geëtiketteerd
Voltooid verleden tijd had geëtiketteerd had geëtiketteerd had geëtiketteerd hadden geëtiketteerd hadden geëtiketteerd hadden geëtiketteerd
Toekomende tijd II zal geëtiketteerd hebben zult geëtiketteerd hebben zal geëtiketteerd hebben zullen geëtiketteerd hebben zullen geëtiketteerd hebben zullen geëtiketteerd hebben
Conditionalis II zou hebben geëtiketteerd zou hebben geëtiketteerd zou hebben geëtiketteerd zouden hebben geëtiketteerd zouden hebben geëtiketteerd zouden hebben geëtiketteerd
Imperatief - etiketteer - - etiketteert -
etiketteren - Niederländisch Wörterbuch | Übersetzung - etiketteren übersetzen