Übersetzungen für eten
eten
hat 4 Bedeutungen, 5 Synonymgruppen & 15 SynonymeNiederländisch Niederländisch
eten (voedsel, algemeen, dieren, voedingswaren)
Französisch
eten Niederländisch » Französisch
Neues Wort vorschlagen
finir
(o)
(voedsel)
terminer
(o)
(voedsel)
manger
(o)
[m.]
(voedsel)
manger
(v)
[m.]
(algemeen)
manger
(v)
[m.]
(dieren)
manger
(n)
[m.]
(voedingswaren)
se nourrir (v) (algemeen)
se nourrir (v) (dieren)
nourriture
(n)
[f.]
(voedingswaren)
Italienisch
eten Niederländisch » Italienisch
Neues Wort vorschlagen
alimento
(n)
[m.]
(voedingswaren)
cibo
(n)
[m.]
(voedingswaren)
finire
(o)
(voedsel)
mangiare
(n)
[m.]
(voedingswaren)
mangiare
(v)
[m.]
(algemeen)
mangiare
(v)
[m.]
(dieren)
mangiare
(o)
[m.]
(voedsel)
nutrimento
(n)
[m.]
(voedingswaren)
nutrirsi
(v)
(dieren)
nutrirsi
(v)
(algemeen)
pascolare
(v)
(dieren)
pascolare
(v)
(algemeen)
sostentazione (n) [f.] (voedingswaren)
Englisch
eten Niederländisch » Englisch
Neues Wort vorschlagen
Deutsch
eten Niederländisch » Deutsch
Neues Wort vorschlagen
Spanisch
eten Niederländisch » Spanisch
Neues Wort vorschlagen
Schwedisch
eten Niederländisch » Schwedisch
Neues Wort vorschlagen
göra slut på (o) (voedsel)
äta upp (o) (voedsel)
äta (v) (algemeen)
äta (v) (dieren)
äta (o) (voedsel)
näringsmedel (n) [n.] (voedingswaren)
Portugiesisch
eten Niederländisch » Portugiesisch
Neues Wort vorschlagen
terminar (o) (voedsel)
acabar (o) (voedsel)
comer (v) (algemeen)
comer (v) (dieren)
comer (o) (voedsel)
alimentação (n) [f.] (voedingswaren)
comida (n) [f.] (voedingswaren)
nutriente (n) [m.] (voedingswaren)
alimento (n) [m.] (voedingswaren)
sustento (n) [m.] (voedingswaren)
nutrimento (n) [m.] (voedingswaren)
sustentação (n) [f.] (voedingswaren)
Verbformen von eten
| irr. | - | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | etend | und | gegeten |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | eet | eet | eet | eten | eten | eten |
| Imperfect | at | at | at | aten | aten | aten |
| Toekomende tijd I | zal eten | zult eten | zal eten | zullen eten | zullen eten | zullen eten |
| Conditionalis I | zou eten | zou eten | zou eten | zouden eten | zouden eten | zouden eten |
| Perfectum | heb gegeten | hebt gegeten | heeft gegeten | hebben gegeten | hebben gegeten | hebben gegeten |
| Voltooid verleden tijd | had gegeten | had gegeten | had gegeten | hadden gegeten | hadden gegeten | hadden gegeten |
| Toekomende tijd II | zal gegeten hebben | zult gegeten hebben | zal gegeten hebben | zullen gegeten hebben | zullen gegeten hebben | zullen gegeten hebben |
| Conditionalis II | zou hebben gegeten | zou hebben gegeten | zou hebben gegeten | zouden hebben gegeten | zouden hebben gegeten | zouden hebben gegeten |
| Imperatief | - | eet | - | - | eet | - |
