Übersetzungen für ergeren

Suchbegriff:

ergeren

  hat 6 Bedeutungen, 4 Synonymgruppen & 13 Synonyme

Niederländisch Niederländisch

ergeren (gedrag, irriteren, persoon, gevoelens, gevoelstoestand, boos maken)

Französisch ergeren Niederländisch » Französisch Neues Wort vorschlagen

provoquer (v) (gedrag)

provoquer (v) (irriteren)

provoquer (v) (persoon)

offenser (v) (gevoelens)

ennuyer (v) (gedrag)

ennuyer (v) (irriteren)

ennuyer (v) (persoon)

ennuyer (v) (gevoelstoestand)

froisser (v) (gevoelens)

froisser (v) (boos maken)

blesser (v) (gevoelens)

porter ombrage (v) (gevoelens)

vexer (v) (gedrag)

vexer (v) (irriteren)

embêter (v) (gedrag)

embêter (v) (irriteren)

embêter (v) (persoon)

importuner (v) (gedrag)

importuner (v) (irriteren)

importuner (v) (persoon)

irriter (v) (gedrag)

irriter (v) (irriteren)

irriter (v) (boos maken)

irriter (v) (persoon)

énerver (v) (gedrag)

énerver (v) (irriteren)

harceler (v) (gedrag)

harceler (v) (irriteren)

harceler (v) (persoon)

tourmenter (v) (gedrag)

tourmenter (v) (irriteren)

tourmenter (v) (persoon)

inquiéter (v) (gevoelstoestand)

contrarier (v) (boos maken)

Italienisch ergeren Niederländisch » Italienisch Neues Wort vorschlagen

affliggere (v) (persoon)

affliggere (v) (gedrag)

affliggere (v) (irriteren)

assillare (v) (persoon)

assillare (v) (gedrag)

assillare (v) (irriteren)

dare fastidio (v) (gevoelstoestand)

dare fastidio (v) (gedrag)

dare fastidio (v) (irriteren)

esasperare (v) (gedrag)

esasperare (v) (irriteren)

esasperare (v) (persoon)

far arrabbiare (v) (boos maken)

ferire (v) (gevoelens)

indispettire (v) (persoon)

indispettire (v) (gedrag)

infastidire (v) (boos maken)

infastidire (v) (gedrag)

infastidire (v) (irriteren)

infastidire (v) (persoon)

irritare (v) (boos maken)

irritare (v) (gedrag)

irritare (v) (irriteren)

irritare (v) (persoon)

molestare (v) (gedrag)

molestare (v) (irriteren)

molestare (v) (persoon)

offendere (v) (gevoelens)

preoccupare (v) (gevoelstoestand)

provocare (v) (persoon)

provocare (v) (gedrag)

provocare (v) (irriteren)

seccare (v) (gedrag)

seccare (v) (irriteren)

seccare (v) (persoon)

tormentare (v) (gedrag)

tormentare (v) (irriteren)

tormentare (v) (persoon)

urtare (v) [m.] (gevoelens)

Englisch ergeren Niederländisch » Englisch Neues Wort vorschlagen

ruffle someone's feathers (informal) (v) (boos maken)

bother (v) (gevoelstoestand)

give offense (v) (gevoelens)

cause offense (v) (gevoelens)

give umbrage (v) (gevoelens)

peeve (informal) (v) (persoon)

gall (v) (persoon)

vex (arch.) (v) (gedrag)

bother (v) (gedrag)

annoy (v) (gedrag)

pester (v) (gedrag)

irritate (v) (irriteren)

aggravate (v) (irriteren)

irk (v) (irriteren)

annoy (v) (irriteren)

exasperate (v) (irriteren)

chafe (v) (irriteren)

Deutsch ergeren Niederländisch » Deutsch Neues Wort vorschlagen

jemanden reizen (v) (boos maken)

jemanden aufregen (v) (boos maken)

Sorgen machen (v) (gevoelstoestand)

kränken (v) (gevoelens)

beleidigen (v) (gevoelens)

verletzen (v) (gevoelens)

anstoßen (v) (gevoelens)

reizen (v) (persoon)

ärgern (v) (gedrag)

belästigen (v) (gedrag)

plagen (v) (gedrag)

reizen (v) (gedrag)

stören (v) (gedrag)

behelligen (v) (gedrag)

ärgern (v) (irriteren)

belästigen (v) (irriteren)

irritieren (v) (irriteren)

verärgern (v) (irriteren)

Spanisch ergeren Niederländisch » Spanisch Neues Wort vorschlagen

acosar (v) (gedrag)

acosar (v) (irriteren)

acosar (v) (persoon)

agravar (v) (gedrag)

agravar (v) (irriteren)

atormentar (v) (gedrag)

atormentar (v) (irriteren)

atormentar (v) (persoon)

dejar resentido (v) (gevoelens)

enfadar (v) (gedrag)

enfadar (v) (irriteren)

enfadar (v) (boos maken)

enfadar (v) (persoon)

enojar (v) (gedrag)

enojar (v) (irriteren)

enojar (v) (persoon)

exasperar (v) (gedrag)

exasperar (v) (irriteren)

fastidiar (v) (gedrag)

fastidiar (v) (irriteren)

fastidiar (v) (persoon)

herir (v) (gevoelens)

hostigar (v) (gedrag)

hostigar (v) (irriteren)

hostigar (v) (persoon)

importunar (v) (gedrag)

importunar (v) (irriteren)

importunar (v) (persoon)

irritar (v) (gedrag)

irritar (v) (irriteren)

irritar (v) (boos maken)

irritar (v) (persoon)

molestar (v) (gedrag)

molestar (v) (irriteren)

molestar (v) (persoon)

molestar (v) (gevoelstoestand)

ofender (v) (gevoelens)

provocar (v) (gedrag)

provocar (v) (irriteren)

provocar (v) (persoon)

Schwedisch ergeren Niederländisch » Schwedisch Neues Wort vorschlagen

stöta (v) (gevoelens)

väcka anstöt hos (v) (gevoelens)

reta (v) (persoon)

reta (v) (gedrag)

reta (v) (irriteren)

förarga (v) (gedrag)

förarga (v) (irriteren)

plåga (v) (gevoelstoestand)

plåga (v) (persoon)

plåga (v) (gedrag)

plåga (v) (irriteren)

besvära (v) (gevoelstoestand)

besvära (v) (persoon)

besvära (v) (gedrag)

besvära (v) (irriteren)

tråka (v) (persoon)

tråka (v) (gedrag)

tråka (v) (irriteren)

irritera (v) (persoon)

irritera (v) (gedrag)

irritera (v) (irriteren)

störa (v) (persoon)

störa (v) (gedrag)

störa (v) (irriteren)

misshaga (v) (gedrag)

misshaga (v) (irriteren)

förtreta (v) (gedrag)

förtreta (v) (irriteren)

trakassera (v) (persoon)

trakassera (v) (gedrag)

trakassera (v) (irriteren)

såra (v) (gevoelens)

förarga någon (v) (boos maken)

Portugiesisch ergeren Niederländisch » Portugiesisch Neues Wort vorschlagen

enervar (v) (gedrag)

enervar (v) (irriteren)

ofender (v) (gevoelens)

aborrecer (v) (gedrag)

aborrecer (v) (irriteren)

aborrecer (v) (persoon)

provocar (v) (persoon)

provocar (v) (gedrag)

provocar (v) (irriteren)

ferir (v) (gevoelens)

magoar (v) (gevoelens)

chatear (v) (gedrag)

chatear (v) (irriteren)

chatear (v) (persoon)

irritar (v) (boos maken)

irritar (v) (gedrag)

irritar (v) (irriteren)

enfadar (v) (gedrag)

enfadar (v) (irriteren)

enfadar (v) (persoon)

amolar (v) (persoon)

amolar (v) (gedrag)

amolar (v) (irriteren)

apoquentar (v) (gedrag)

apoquentar (v) (irriteren)

exasperar (v) (gedrag)

exasperar (v) (irriteren)

perturbar (v) (persoon)

perturbar (v) (gedrag)

importunar (v) (gevoelstoestand)

importunar (v) (gedrag)

importunar (v) (irriteren)

importunar (v) (persoon)

molestar (v) (gedrag)

molestar (v) (irriteren)

molestar (v) (persoon)

atormentar (v) (persoon)

atormentar (v) (gedrag)

atormentar (v) (irriteren)

preocupar (v) (gevoelstoestand)

fazer perder a cabeça (v) (boos maken)

machucar (v) (gevoelens)

     

Verbformen von ergeren

- -
Tegenwoordig en verleden deelwoord ergerend und geërgerd
  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens erger ergert ergert ergeren ergeren ergeren
Imperfect ergerde ergerde ergerde ergerden ergerden ergerden
Toekomende tijd I zal ergeren zult ergeren zal ergeren zullen ergeren zullen ergeren zullen ergeren
Conditionalis I zou ergeren zou ergeren zou ergeren zouden ergeren zouden ergeren zouden ergeren
Perfectum heb geërgerd hebt geërgerd heeft geërgerd hebben geërgerd hebben geërgerd hebben geërgerd
Voltooid verleden tijd had geërgerd had geërgerd had geërgerd hadden geërgerd hadden geërgerd hadden geërgerd
Toekomende tijd II zal geërgerd hebben zult geërgerd hebben zal geërgerd hebben zullen geërgerd hebben zullen geërgerd hebben zullen geërgerd hebben
Conditionalis II zou hebben geërgerd zou hebben geërgerd zou hebben geërgerd zouden hebben geërgerd zouden hebben geërgerd zouden hebben geërgerd
Imperatief - erger - - ergert -
ergeren - Niederländisch Wörterbuch | Übersetzung - ergeren übersetzen