Übersetzungen für dopen
dopen
hat 3 Bedeutungen, 5 Synonymgruppen & 11 SynonymeNiederländisch Niederländisch
dopen (algemeen, voorwerpen, godsdienst)
Französisch
dopen Niederländisch » Französisch
Neues Wort vorschlagen
Italienisch
dopen Niederländisch » Italienisch
Neues Wort vorschlagen
Englisch
dopen Niederländisch » Englisch
Neues Wort vorschlagen
Deutsch
dopen Niederländisch » Deutsch
Neues Wort vorschlagen
eintunken (v) (algemeen)
eintauchen (v) (algemeen)
eintauchen (v) (voorwerpen)
taufen (v) (godsdienst)
Spanisch
dopen Niederländisch » Spanisch
Neues Wort vorschlagen
bautizar
(v)
(godsdienst)
bañar
(v)
(algemeen)
bañar
(v)
(voorwerpen)
empapar
(v)
(algemeen)
empapar
(v)
(voorwerpen)
ensopar (v) (algemeen)
ensopar (v) (voorwerpen)
mojar (v) (algemeen)
mojar (v) (voorwerpen)
remojar
(v)
(algemeen)
remojar
(v)
(voorwerpen)
sumergir
(v)
(algemeen)
sumergir
(v)
(voorwerpen)
Schwedisch
dopen Niederländisch » Schwedisch
Neues Wort vorschlagen
doppa (v) (algemeen)
doppa (v) (voorwerpen)
blöta (v) (algemeen)
sänka ner (v) (algemeen)
sänka ner (v) (voorwerpen)
sticka ned (v) (algemeen)
sticka ned (v) (voorwerpen)
doppa ner (v) (algemeen)
doppa ner (v) (voorwerpen)
döpa (v) (godsdienst)
Portugiesisch
dopen Niederländisch » Portugiesisch
Neues Wort vorschlagen
submergir (v) (algemeen)
submergir (v) (voorwerpen)
molhar (v) (algemeen)
molhar (v) (voorwerpen)
empapar (v) (algemeen)
ensopar (v) (algemeen)
embeber (v) (algemeen)
embeber (v) (voorwerpen)
mergulhar (v) (algemeen)
mergulhar (v) (voorwerpen)
imergir (v) (algemeen)
imergir (v) (voorwerpen)
afundar (v) (algemeen)
afundar (v) (voorwerpen)
batizar (v) (godsdienst)
Verbformen von dopen
| - | - | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | dopend | und | gedoopt |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | doop | doopt | doopt | dopen | dopen | dopen |
| Imperfect | doopte | doopte | doopte | doopten | doopten | doopten |
| Toekomende tijd I | zal dopen | zult dopen | zal dopen | zullen dopen | zullen dopen | zullen dopen |
| Conditionalis I | zou dopen | zou dopen | zou dopen | zouden dopen | zouden dopen | zouden dopen |
| Perfectum | heb gedoopt | hebt gedoopt | heeft gedoopt | hebben gedoopt | hebben gedoopt | hebben gedoopt |
| Voltooid verleden tijd | had gedoopt | had gedoopt | had gedoopt | hadden gedoopt | hadden gedoopt | hadden gedoopt |
| Toekomende tijd II | zal gedoopt hebben | zult gedoopt hebben | zal gedoopt hebben | zullen gedoopt hebben | zullen gedoopt hebben | zullen gedoopt hebben |
| Conditionalis II | zou hebben gedoopt | zou hebben gedoopt | zou hebben gedoopt | zouden hebben gedoopt | zouden hebben gedoopt | zouden hebben gedoopt |
| Imperatief | - | doop | - | - | doopt | - |
