Übersetzungen für doorgeven
doorgeven
hat 2 Bedeutungen, 5 Synonymgruppen & 12 SynonymeNiederländisch Niederländisch
doorgeven (voorwerpen, bekwaamheid)
Französisch
doorgeven Niederländisch » Französisch
Neues Wort vorschlagen
passer
(v)
(voorwerpen)
passer
(v)
(bekwaamheid)
faire passer (v) (voorwerpen)
faire passer (v) (bekwaamheid)
transmettre
(v)
(bekwaamheid)
transmettre
(v)
(voorwerpen)
Italienisch
doorgeven Niederländisch » Italienisch
Neues Wort vorschlagen
far passare (v) (bekwaamheid)
far passare (v) (voorwerpen)
passare
(v)
(bekwaamheid)
passare
(v)
(voorwerpen)
trasmettere
(v)
(bekwaamheid)
trasmettere
(v)
(voorwerpen)
Englisch
doorgeven Niederländisch » Englisch
Neues Wort vorschlagen
Deutsch
doorgeven Niederländisch » Deutsch
Neues Wort vorschlagen
weitergeben (v) (bekwaamheid)
übermitteln (v) (bekwaamheid)
weitergeben (v) (voorwerpen)
weiterreichen (v) (voorwerpen)
herüberreichen (v) (voorwerpen)
Spanisch
doorgeven Niederländisch » Spanisch
Neues Wort vorschlagen
pasar (v) (voorwerpen)
pasar (v) (bekwaamheid)
pasar a (v) (bekwaamheid)
pasar a (v) (voorwerpen)
transmitir (v) (bekwaamheid)
transmitir (v) (voorwerpen)
Schwedisch
doorgeven Niederländisch » Schwedisch
Neues Wort vorschlagen
överlämna (v) (bekwaamheid)
överlämna (v) (voorwerpen)
överlåta (v) (bekwaamheid)
överlåta (v) (voorwerpen)
skicka (v) (voorwerpen)
skicka vidare (v) (bekwaamheid)
skicka vidare (v) (voorwerpen)
Portugiesisch
doorgeven Niederländisch » Portugiesisch
Neues Wort vorschlagen
passar (v) (bekwaamheid)
passar (v) (voorwerpen)
passar adiante (v) (bekwaamheid)
passar adiante (v) (voorwerpen)
transmitir (v) (bekwaamheid)
transmitir (v) (voorwerpen)
Verbformen von doorgeven
| - | door | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | doorgevend | und | doorgegeven |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | geef door | geeft door | geeft door | geven door | geven door | geven door |
| Imperfect | gaf door | gaf door | gaf door | gaven door | gaven door | gaven door |
| Toekomende tijd I | zal doorgeven | zult doorgeven | zal doorgeven | zullen doorgeven | zullen doorgeven | zullen doorgeven |
| Conditionalis I | zou doorgeven | zou doorgeven | zou doorgeven | zouden doorgeven | zouden doorgeven | zouden doorgeven |
| Perfectum | heb doorgegeven | hebt doorgegeven | heeft doorgegeven | hebben doorgegeven | hebben doorgegeven | hebben doorgegeven |
| Voltooid verleden tijd | had doorgegeven | had doorgegeven | had doorgegeven | hadden doorgegeven | hadden doorgegeven | hadden doorgegeven |
| Toekomende tijd II | zal doorgegeven hebben | zult doorgegeven hebben | zal doorgegeven hebben | zullen doorgegeven hebben | zullen doorgegeven hebben | zullen doorgegeven hebben |
| Conditionalis II | zou hebben doorgegeven | zou hebben doorgegeven | zou hebben doorgegeven | zouden hebben doorgegeven | zouden hebben doorgegeven | zouden hebben doorgegeven |
| Imperatief | - | geef door | - | - | geeft door | - |
