Übersetzungen für disculperen

Niederländisch Niederländisch

disculperen

Französisch Französisch Neues Wort vorschlagen

Italienisch Italienisch Neues Wort vorschlagen

Englisch Englisch Neues Wort vorschlagen

Deutsch Deutsch Neues Wort vorschlagen

Spanisch Spanisch Neues Wort vorschlagen

Schwedisch Schwedisch Neues Wort vorschlagen

Portugiesisch Portugiesisch Neues Wort vorschlagen

     

Verbformen von disculperen

- -
Tegenwoordig en verleden deelwoord disculperend und gedisculpeerd
  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens disculpeer disculpeert disculpeert disculperen disculperen disculperen
Imperfect disculpeerde disculpeerde disculpeerde disculpeerden disculpeerden disculpeerden
Toekomende tijd I zal disculperen zult disculperen zal disculperen zullen disculperen zullen disculperen zullen disculperen
Conditionalis I zou disculperen zou disculperen zou disculperen zouden disculperen zouden disculperen zouden disculperen
Perfectum heb gedisculpeerd hebt gedisculpeerd heeft gedisculpeerd hebben gedisculpeerd hebben gedisculpeerd hebben gedisculpeerd
Voltooid verleden tijd had gedisculpeerd had gedisculpeerd had gedisculpeerd hadden gedisculpeerd hadden gedisculpeerd hadden gedisculpeerd
Toekomende tijd II zal gedisculpeerd hebben zult gedisculpeerd hebben zal gedisculpeerd hebben zullen gedisculpeerd hebben zullen gedisculpeerd hebben zullen gedisculpeerd hebben
Conditionalis II zou hebben gedisculpeerd zou hebben gedisculpeerd zou hebben gedisculpeerd zouden hebben gedisculpeerd zouden hebben gedisculpeerd zouden hebben gedisculpeerd
Imperatief - disculpeer - - disculpeert -
disculperen - Niederländisch Wörterbuch | Übersetzung - disculperen übersetzen