Übersetzungen für dichtstrijken
dichtstrijken
hat Eine BedeutungNiederländisch Niederländisch
- dichtstrijken
Französisch Französisch
Italienisch Italienisch
Englisch Englisch
Deutsch Deutsch
Spanisch Spanisch
Schwedisch Schwedisch
Portugiesisch Portugiesisch
| ik | jij | hij/zij/het | wij | jullie | zij | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | strijk dicht | strijkt dicht | strijkt dicht | strijken dicht | strijken dicht | strijken dicht |
| Imperfect | streek dicht | streek dicht | streek dicht | streken dicht | streken dicht | streken dicht |
| Toekomende tijd I | zal dichtstrijken | zult dichtstrijken | zal dichtstrijken | zullen dichtstrijken | zullen dichtstrijken | zullen dichtstrijken |
| Conditionalis I | zou dichtstrijken | zou dichtstrijken | zou dichtstrijken | zouden dichtstrijken | zouden dichtstrijken | zouden dichtstrijken |
| Perfectum | heb dichtgestreken | hebt dichtgestreken | heeft dichtgestreken | hebben dichtgestreken | hebben dichtgestreken | hebben dichtgestreken |
| Voltooid verleden tijd | had dichtgestreken | had dichtgestreken | had dichtgestreken | hadden dichtgestreken | hadden dichtgestreken | hadden dichtgestreken |
| Toekomende tijd II | zal dichtgestreken hebben | zult dichtgestreken hebben | zal dichtgestreken hebben | zullen dichtgestreken hebben | zullen dichtgestreken hebben | zullen dichtgestreken hebben |
| Conditionalis II | zou hebben dichtgestreken | zou hebben dichtgestreken | zou hebben dichtgestreken | zouden hebben dichtgestreken | zouden hebben dichtgestreken | zouden hebben dichtgestreken |
| Imperatief | - | strijk dicht | - | - | strijkt dicht | - |
