Übersetzungen für dichtspijkeren
dichtspijkeren
hat Eine BedeutungNiederländisch Niederländisch
dichtspijkeren (constructie)
Französisch
dichtspijkeren Niederländisch » Französisch
Neues Wort vorschlagen
clouer
(v)
(constructie)
Italienisch
dichtspijkeren Niederländisch » Italienisch
Neues Wort vorschlagen
chiudere con chiodi (v) (constructie)
inchiodare
(v)
(constructie)
Englisch
dichtspijkeren Niederländisch » Englisch
Neues Wort vorschlagen
Deutsch
dichtspijkeren Niederländisch » Deutsch
Neues Wort vorschlagen
Spanisch
dichtspijkeren Niederländisch » Spanisch
Neues Wort vorschlagen
clavar (v) (constructie)
Schwedisch
dichtspijkeren Niederländisch » Schwedisch
Neues Wort vorschlagen
spika igen (v) (constructie)
Portugiesisch
dichtspijkeren Niederländisch » Portugiesisch
Neues Wort vorschlagen
pregar (v) (constructie)
Verbformen von dichtspijkeren
| - | dicht | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | dichtspijkerend | und | dichtgespijkerd |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | spijker dicht | spijkert dicht | spijkert dicht | spijkeren dicht | spijkeren dicht | spijkeren dicht |
| Imperfect | spijkerde dicht | spijkerde dicht | spijkerde dicht | spijkerden dicht | spijkerden dicht | spijkerden dicht |
| Toekomende tijd I | zal dichtspijkeren | zult dichtspijkeren | zal dichtspijkeren | zullen dichtspijkeren | zullen dichtspijkeren | zullen dichtspijkeren |
| Conditionalis I | zou dichtspijkeren | zou dichtspijkeren | zou dichtspijkeren | zouden dichtspijkeren | zouden dichtspijkeren | zouden dichtspijkeren |
| Perfectum | heb dichtgespijkerd | hebt dichtgespijkerd | heeft dichtgespijkerd | hebben dichtgespijkerd | hebben dichtgespijkerd | hebben dichtgespijkerd |
| Voltooid verleden tijd | had dichtgespijkerd | had dichtgespijkerd | had dichtgespijkerd | hadden dichtgespijkerd | hadden dichtgespijkerd | hadden dichtgespijkerd |
| Toekomende tijd II | zal dichtgespijkerd hebben | zult dichtgespijkerd hebben | zal dichtgespijkerd hebben | zullen dichtgespijkerd hebben | zullen dichtgespijkerd hebben | zullen dichtgespijkerd hebben |
| Conditionalis II | zou hebben dichtgespijkerd | zou hebben dichtgespijkerd | zou hebben dichtgespijkerd | zouden hebben dichtgespijkerd | zouden hebben dichtgespijkerd | zouden hebben dichtgespijkerd |
| Imperatief | - | spijker dicht | - | - | spijkert dicht | - |
