Übersetzungen für controleren

Suchbegriff:

controleren

  hat 7 Bedeutungen, 5 Synonymgruppen & 20 Synonyme

Niederländisch Niederländisch

controleren (invloed, regel, feit, vergelijking, bedrijf, apparaat, boekhouding)

Französisch controleren Niederländisch » Französisch Neues Wort vorschlagen

diriger (v) (invloed)

diriger (v) (regel)

diriger (v) (feit)

diriger (v) (vergelijking)

diriger (v) (bedrijf)

vérifier (v) (invloed)

vérifier (v) (regel)

vérifier (v) (feit)

vérifier (v) (vergelijking)

vérifier (v) (bedrijf)

vérifier (v) (apparaat)

contrôler (v) (invloed)

contrôler (v) (regel)

contrôler (v) (feit)

contrôler (v) (vergelijking)

contrôler (v) (bedrijf)

vérification (n) [f.] (boekhouding)

contrôle (n) [m.] (boekhouding)

Italienisch controleren Niederländisch » Italienisch Neues Wort vorschlagen

controllare (v) (vergelijking)

controllare (v) (invloed)

controllare (v) (regel)

controllare (v) (feit)

controllare (v) (bedrijf)

controllare (v) (apparaat)

dirigere (v) (invloed)

dirigere (v) (regel)

dirigere (v) (feit)

dirigere (v) (vergelijking)

dirigere (v) (bedrijf)

revisione (n) [f.] (boekhouding)

verifica (n) [f.] (boekhouding)

verificare (v) (apparaat)

verificare (v) (feit)

verificare (v) (invloed)

verificare (v) (regel)

verificare (v) (vergelijking)

verificare (v) (bedrijf)

Englisch controleren Niederländisch » Englisch Neues Wort vorschlagen

auditing (n) (boekhouding)

checking (n) (boekhouding)

check (v) (apparaat)

test (v) (apparaat)

control (v) (invloed)

control (v) (regel)

verify (v) (feit)

check (v) (feit)

check (v) (vergelijking)

check out (informal) (v) (vergelijking)

verify (v) (vergelijking)

control (v) (bedrijf)

direct (v) (bedrijf)

Deutsch controleren Niederländisch » Deutsch Neues Wort vorschlagen

Inspektion (n) [f.] (boekhouding)

Kontrolle (n) [f.] (boekhouding)

Revision (n) [f.] (boekhouding)

prüfen (v) (apparaat)

kontrollieren (v) (invloed)

kontrollieren (v) (regel)

verifizieren (v) (feit)

kontrollieren (v) (feit)

überprüfen (v) (vergelijking)

kontrollieren (v) (vergelijking)

untersuchen (v) (vergelijking)

kontrollieren (v) (bedrijf)

steuern (v) (bedrijf)

Spanisch controleren Niederländisch » Spanisch Neues Wort vorschlagen

comprobar (v) (invloed)

comprobar (v) (regel)

comprobar (v) (feit)

comprobar (v) (vergelijking)

comprobar (v) (bedrijf)

comprobar (v) (apparaat)

controlar (v) (invloed)

controlar (v) (regel)

controlar (v) (feit)

controlar (v) (vergelijking)

controlar (v) (bedrijf)

dirigir (v) (invloed)

dirigir (v) (regel)

dirigir (v) (feit)

dirigir (v) (vergelijking)

dirigir (v) (bedrijf)

examinar (v) (invloed)

examinar (v) (regel)

examinar (v) (feit)

examinar (v) (vergelijking)

examinar (v) (bedrijf)

examinar (v) (apparaat)

inspección (n) [f.] (boekhouding)

verificación (n) [f.] (boekhouding)

verificar (v) (invloed)

verificar (v) (regel)

verificar (v) (feit)

verificar (v) (vergelijking)

verificar (v) (bedrijf)

Schwedisch controleren Niederländisch » Schwedisch Neues Wort vorschlagen

granska (v) (apparaat)

dirigera (v) (invloed)

dirigera (v) (regel)

dirigera (v) (feit)

dirigera (v) (vergelijking)

dirigera (v) (bedrijf)

kontrollera (v) (apparaat)

kontrollera (v) (invloed)

kontrollera (v) (regel)

kontrollera (v) (feit)

kontrollera (v) (vergelijking)

kontrollera (v) (bedrijf)

verifiera (v) (invloed)

verifiera (v) (regel)

verifiera (v) (feit)

verifiera (v) (vergelijking)

verifiera (v) (bedrijf)

kolla (v) (invloed)

kolla (v) (regel)

kolla (v) (feit)

kolla (v) (vergelijking)

kolla (v) (bedrijf)

pröva (v) (apparaat)

Portugiesisch controleren Niederländisch » Portugiesisch Neues Wort vorschlagen

testar (v) (apparaat)

examinar (v) (vergelijking)

examinar (v) (invloed)

examinar (v) (regel)

examinar (v) (feit)

examinar (v) (bedrijf)

controlar (v) (invloed)

controlar (v) (regel)

controlar (v) (feit)

controlar (v) (vergelijking)

controlar (v) (bedrijf)

investigar (v) (vergelijking)

investigar (v) (invloed)

investigar (v) (regel)

investigar (v) (feit)

investigar (v) (bedrijf)

dirigir (v) (bedrijf)

dirigir (v) (invloed)

dirigir (v) (regel)

dirigir (v) (feit)

dirigir (v) (vergelijking)

conferir (v) (vergelijking)

conferir (v) (invloed)

conferir (v) (regel)

conferir (v) (feit)

conferir (v) (bedrijf)

auditoria (n) [f.] (boekhouding)

verificar (v) (feit)

verificar (v) (invloed)

verificar (v) (regel)

verificar (v) (vergelijking)

verificar (v) (bedrijf)

inspeção (n) [f.] (boekhouding)

checar (v) (apparaat)

checar (v) (feit)

checar (v) (invloed)

checar (v) (regel)

checar (v) (vergelijking)

checar (v) (bedrijf)

     

Verbformen von controleren

- -
Tegenwoordig en verleden deelwoord controlerend und gecontroleerd
  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens controleer controleert controleert controleren controleren controleren
Imperfect controleerde controleerde controleerde controleerden controleerden controleerden
Toekomende tijd I zal controleren zult controleren zal controleren zullen controleren zullen controleren zullen controleren
Conditionalis I zou controleren zou controleren zou controleren zouden controleren zouden controleren zouden controleren
Perfectum heb gecontroleerd hebt gecontroleerd heeft gecontroleerd hebben gecontroleerd hebben gecontroleerd hebben gecontroleerd
Voltooid verleden tijd had gecontroleerd had gecontroleerd had gecontroleerd hadden gecontroleerd hadden gecontroleerd hadden gecontroleerd
Toekomende tijd II zal gecontroleerd hebben zult gecontroleerd hebben zal gecontroleerd hebben zullen gecontroleerd hebben zullen gecontroleerd hebben zullen gecontroleerd hebben
Conditionalis II zou hebben gecontroleerd zou hebben gecontroleerd zou hebben gecontroleerd zouden hebben gecontroleerd zouden hebben gecontroleerd zouden hebben gecontroleerd
Imperatief - controleer - - controleert -
controleren - Niederländisch Wörterbuch | Übersetzung - controleren übersetzen