Übersetzungen für ciseleren
ciseleren
hat Eine BedeutungNiederländisch Niederländisch
ciseleren (technisch)
Französisch
ciseleren Niederländisch » Französisch
Neues Wort vorschlagen
ciselure (n) [f.] (technisch)
Italienisch
ciseleren Niederländisch » Italienisch
Neues Wort vorschlagen
cesellatura (n) [f.] (technisch)
Englisch
ciseleren Niederländisch » Englisch
Neues Wort vorschlagen
chasing (n) (technisch)
Deutsch
ciseleren Niederländisch » Deutsch
Neues Wort vorschlagen
Ziselierung (n) [f.] (technisch)
Spanisch
ciseleren Niederländisch » Spanisch
Neues Wort vorschlagen
cinceladura (n) [f.] (technisch)
Schwedisch
Schwedisch
Neues Wort vorschlagen
Portugiesisch
ciseleren Niederländisch » Portugiesisch
Neues Wort vorschlagen
cinzelagem (n) [f.] (technisch)
cinzeladura (n) [f.] (technisch)
Verbformen von ciseleren
| - | - | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | ciselerend | und | geciseleerd |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | ciseleer | ciseleert | ciseleert | ciseleren | ciseleren | ciseleren |
| Imperfect | ciseleerde | ciseleerde | ciseleerde | ciseleerden | ciseleerden | ciseleerden |
| Toekomende tijd I | zal ciseleren | zult ciseleren | zal ciseleren | zullen ciseleren | zullen ciseleren | zullen ciseleren |
| Conditionalis I | zou ciseleren | zou ciseleren | zou ciseleren | zouden ciseleren | zouden ciseleren | zouden ciseleren |
| Perfectum | heb geciseleerd | hebt geciseleerd | heeft geciseleerd | hebben geciseleerd | hebben geciseleerd | hebben geciseleerd |
| Voltooid verleden tijd | had geciseleerd | had geciseleerd | had geciseleerd | hadden geciseleerd | hadden geciseleerd | hadden geciseleerd |
| Toekomende tijd II | zal geciseleerd hebben | zult geciseleerd hebben | zal geciseleerd hebben | zullen geciseleerd hebben | zullen geciseleerd hebben | zullen geciseleerd hebben |
| Conditionalis II | zou hebben geciseleerd | zou hebben geciseleerd | zou hebben geciseleerd | zouden hebben geciseleerd | zouden hebben geciseleerd | zouden hebben geciseleerd |
| Imperatief | - | ciseleer | - | - | ciseleert | - |
