Übersetzungen für capituleren
capituleren
hat 2 Bedeutungen, 2 Synonymgruppen & 5 SynonymeNiederländisch Niederländisch
capituleren (overeenkomst, militair)
Französisch
capituleren Niederländisch » Französisch
Neues Wort vorschlagen
Italienisch
capituleren Niederländisch » Italienisch
Neues Wort vorschlagen
arrendersi
(v)
(overeenkomst)
arrendersi
(v)
(militair)
capitolare
(v)
(overeenkomst)
capitolare
(v)
(militair)
cedere
(v)
(overeenkomst)
cedere
(v)
(militair)
Englisch
capituleren Niederländisch » Englisch
Neues Wort vorschlagen
capitulate
(formal) (v)
(overeenkomst)
surrender
(formal) (v)
(overeenkomst)
give up
(v)
(overeenkomst)
yield
(formal) (v)
(overeenkomst)
capitulate
(v)
(militair)
surrender
(v)
(militair)
Deutsch
capituleren Niederländisch » Deutsch
Neues Wort vorschlagen
kapitulieren (v) (overeenkomst)
aufgeben (v) (overeenkomst)
sich ergeben (v) (overeenkomst)
kapitulieren (v) (militair)
sich ergeben (v) (militair)
Spanisch
capituleren Niederländisch » Spanisch
Neues Wort vorschlagen
capitular
(v)
(overeenkomst)
capitular
(v)
(militair)
entregarse
(v)
(overeenkomst)
entregarse
(v)
(militair)
rendirse
(v)
(overeenkomst)
rendirse
(v)
(militair)
Schwedisch
capituleren Niederländisch » Schwedisch
Neues Wort vorschlagen
ge upp (v) (overeenkomst)
ge upp (v) (militair)
kapitulera (v) (overeenkomst)
kapitulera (v) (militair)
ge sig (v) (overeenkomst)
ge sig (v) (militair)
Portugiesisch
capituleren Niederländisch » Portugiesisch
Neues Wort vorschlagen
ceder (v) (overeenkomst)
ceder (v) (militair)
capitular (v) (overeenkomst)
capitular (v) (militair)
render-se (v) (overeenkomst)
render-se (v) (militair)
entregar-se (v) (overeenkomst)
entregar-se (v) (militair)
Verbformen von capituleren
| - | - | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | capitulerend | und | gecapituleerd |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | capituleer | capituleert | capituleert | capituleren | capituleren | capituleren |
| Imperfect | capituleerde | capituleerde | capituleerde | capituleerden | capituleerden | capituleerden |
| Toekomende tijd I | zal capituleren | zult capituleren | zal capituleren | zullen capituleren | zullen capituleren | zullen capituleren |
| Conditionalis I | zou capituleren | zou capituleren | zou capituleren | zouden capituleren | zouden capituleren | zouden capituleren |
| Perfectum | heb gecapituleerd | hebt gecapituleerd | heeft gecapituleerd | hebben gecapituleerd | hebben gecapituleerd | hebben gecapituleerd |
| Voltooid verleden tijd | had gecapituleerd | had gecapituleerd | had gecapituleerd | hadden gecapituleerd | hadden gecapituleerd | hadden gecapituleerd |
| Toekomende tijd II | zal gecapituleerd hebben | zult gecapituleerd hebben | zal gecapituleerd hebben | zullen gecapituleerd hebben | zullen gecapituleerd hebben | zullen gecapituleerd hebben |
| Conditionalis II | zou hebben gecapituleerd | zou hebben gecapituleerd | zou hebben gecapituleerd | zouden hebben gecapituleerd | zouden hebben gecapituleerd | zouden hebben gecapituleerd |
| Imperatief | - | capituleer | - | - | capituleert | - |
