Übersetzungen für budgetteren
budgetteren
hat Eine BedeutungNiederländisch Niederländisch
budgetteren (financiën)
Französisch
budgetteren Niederländisch » Französisch
Neues Wort vorschlagen
budgétisation (n) [f.] (financiën)
Italienisch
budgetteren Niederländisch » Italienisch
Neues Wort vorschlagen
impostazione di un bilancio (n) [f.] (financiën)
Englisch
budgetteren Niederländisch » Englisch
Neues Wort vorschlagen
budgeting
(n)
(financiën)
Deutsch
budgetteren Niederländisch » Deutsch
Neues Wort vorschlagen
Budgetieren (n) [n.] (financiën)
Budgetierung (n) [f.] (financiën)
Spanisch
budgetteren Niederländisch » Spanisch
Neues Wort vorschlagen
elaboración de un presupuesto (n) [f.] (financiën)
Schwedisch
Schwedisch
Neues Wort vorschlagen
Portugiesisch
budgetteren Niederländisch » Portugiesisch
Neues Wort vorschlagen
orçamento (n) [m.] (financiën)
Verbformen von budgetteren
| - | - | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | budgetterend | und | gebudgetteerd |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | budgetteer | budgetteert | budgetteert | budgetteren | budgetteren | budgetteren |
| Imperfect | budgetteerde | budgetteerde | budgetteerde | budgetteerden | budgetteerden | budgetteerden |
| Toekomende tijd I | zal budgetteren | zult budgetteren | zal budgetteren | zullen budgetteren | zullen budgetteren | zullen budgetteren |
| Conditionalis I | zou budgetteren | zou budgetteren | zou budgetteren | zouden budgetteren | zouden budgetteren | zouden budgetteren |
| Perfectum | heb gebudgetteerd | hebt gebudgetteerd | heeft gebudgetteerd | hebben gebudgetteerd | hebben gebudgetteerd | hebben gebudgetteerd |
| Voltooid verleden tijd | had gebudgetteerd | had gebudgetteerd | had gebudgetteerd | hadden gebudgetteerd | hadden gebudgetteerd | hadden gebudgetteerd |
| Toekomende tijd II | zal gebudgetteerd hebben | zult gebudgetteerd hebben | zal gebudgetteerd hebben | zullen gebudgetteerd hebben | zullen gebudgetteerd hebben | zullen gebudgetteerd hebben |
| Conditionalis II | zou hebben gebudgetteerd | zou hebben gebudgetteerd | zou hebben gebudgetteerd | zouden hebben gebudgetteerd | zouden hebben gebudgetteerd | zouden hebben gebudgetteerd |
| Imperatief | - | budgetteer | - | - | budgetteert | - |
