Übersetzungen für bubbelen

Suchbegriff:

bubbelen

  hat Eine Bedeutung

Niederländisch Niederländisch

bubbelen (kabbelen)

Französisch bubbelen Niederländisch » Französisch Neues Wort vorschlagen

gargouiller (v) (kabbelen)

bouillonner (v) (kabbelen)

Italienisch bubbelen Niederländisch » Italienisch Neues Wort vorschlagen

borbottare (v) (kabbelen)

gorgogliare (v) (kabbelen)

Englisch bubbelen Niederländisch » Englisch Neues Wort vorschlagen

burble (v) (kabbelen)

gurgle (v) (kabbelen)

bubble (v) (kabbelen)

Deutsch bubbelen Niederländisch » Deutsch Neues Wort vorschlagen

gurgeln (v) (kabbelen)

sprudeln (v) (kabbelen)

brodeln (v) (kabbelen)

Spanisch bubbelen Niederländisch » Spanisch Neues Wort vorschlagen

burbujear (v) (kabbelen)

hervir (v) (kabbelen)

Schwedisch bubbelen Niederländisch » Schwedisch Neues Wort vorschlagen

gurgla (v) (kabbelen)

porla (v) (kabbelen)

sprudla (v) (kabbelen)

bubbla (v) (kabbelen)

Portugiesisch bubbelen Niederländisch » Portugiesisch Neues Wort vorschlagen

borbulhar (v) (kabbelen)

gorgolejar (v) (kabbelen)

     

Verbformen von bubbelen

- -
Tegenwoordig en verleden deelwoord bubbelend und gebubbeld
  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens bubbel bubbelt bubbelt bubbelen bubbelen bubbelen
Imperfect bubbelde bubbelde bubbelde bubbelden bubbelden bubbelden
Toekomende tijd I zal bubbelen zult bubbelen zal bubbelen zullen bubbelen zullen bubbelen zullen bubbelen
Conditionalis I zou bubbelen zou bubbelen zou bubbelen zouden bubbelen zouden bubbelen zouden bubbelen
Perfectum heb gebubbeld hebt gebubbeld heeft gebubbeld hebben gebubbeld hebben gebubbeld hebben gebubbeld
Voltooid verleden tijd had gebubbeld had gebubbeld had gebubbeld hadden gebubbeld hadden gebubbeld hadden gebubbeld
Toekomende tijd II zal gebubbeld hebben zult gebubbeld hebben zal gebubbeld hebben zullen gebubbeld hebben zullen gebubbeld hebben zullen gebubbeld hebben
Conditionalis II zou hebben gebubbeld zou hebben gebubbeld zou hebben gebubbeld zouden hebben gebubbeld zouden hebben gebubbeld zouden hebben gebubbeld
Imperatief - bubbel - - bubbelt -
bubbelen - Niederländisch Wörterbuch | Übersetzung - bubbelen übersetzen