Übersetzungen für brandmerken
brandmerken
hat 2 Bedeutungen, 3 Synonymgruppen & 6 SynonymeNiederländisch Niederländisch
brandmerken (reputatie, dieren)
Französisch
brandmerken Niederländisch » Französisch
Neues Wort vorschlagen
étiqueter
(v)
(reputatie)
étiqueter
(v)
(dieren)
stigmatiser
(v)
(reputatie)
stigmatiser
(v)
(dieren)
marquer au fer rouge (v) (reputatie)
marquer au fer rouge (v) (dieren)
marquage au fer rouge (n) [m.] (dieren)
Italienisch
brandmerken Niederländisch » Italienisch
Neues Wort vorschlagen
bollare con marchio a fuoco (v) (reputatie)
bollare con marchio a fuoco (v) (dieren)
etichettare
(v)
(reputatie)
etichettare
(v)
(dieren)
marchiare
(v)
(reputatie)
marchiare
(v)
(dieren)
marchio
(n)
[m.]
(dieren)
stigmatizzare (v) (reputatie)
stigmatizzare (v) (dieren)
Englisch
brandmerken Niederländisch » Englisch
Neues Wort vorschlagen
Deutsch
brandmerken Niederländisch » Deutsch
Neues Wort vorschlagen
Einbrennen (n) [n.] (dieren)
Brandmarken (n) [n.] (dieren)
brandmarken (v) (reputatie)
brandmarken (v) (dieren)
Spanisch
brandmerken Niederländisch » Spanisch
Neues Wort vorschlagen
estigmatizar (v) (reputatie)
estigmatizar (v) (dieren)
herrado (n) [m.] (dieren)
herrar
(v)
(reputatie)
herrar
(v)
(dieren)
Schwedisch
brandmerken Niederländisch » Schwedisch
Neues Wort vorschlagen
stämpla (v) (reputatie)
stämpla (v) (dieren)
brännmärka (v) (reputatie)
brännmärka (v) (dieren)
stigmatisera (v) (reputatie)
stigmatisera (v) (dieren)
Portugiesisch
brandmerken Niederländisch » Portugiesisch
Neues Wort vorschlagen
marca (n) [f.] (dieren)
rotular (v) (reputatie)
rotular (v) (dieren)
estigmatizar (v) (reputatie)
estigmatizar (v) (dieren)
marcar a ferro quente (v) (reputatie)
marcar a ferro quente (v) (dieren)
marca de ferro em brasa (n) [f.] (dieren)
Verbformen von brandmerken
| - | - | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | brandmerkend | und | gebrandmerkt |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | brandmerk | brandmerkt | brandmerkt | brandmerken | brandmerken | brandmerken |
| Imperfect | brandmerkte | brandmerkte | brandmerkte | brandmerkten | brandmerkten | brandmerkten |
| Toekomende tijd I | zal brandmerken | zult brandmerken | zal brandmerken | zullen brandmerken | zullen brandmerken | zullen brandmerken |
| Conditionalis I | zou brandmerken | zou brandmerken | zou brandmerken | zouden brandmerken | zouden brandmerken | zouden brandmerken |
| Perfectum | heb gebrandmerkt | hebt gebrandmerkt | heeft gebrandmerkt | hebben gebrandmerkt | hebben gebrandmerkt | hebben gebrandmerkt |
| Voltooid verleden tijd | had gebrandmerkt | had gebrandmerkt | had gebrandmerkt | hadden gebrandmerkt | hadden gebrandmerkt | hadden gebrandmerkt |
| Toekomende tijd II | zal gebrandmerkt hebben | zult gebrandmerkt hebben | zal gebrandmerkt hebben | zullen gebrandmerkt hebben | zullen gebrandmerkt hebben | zullen gebrandmerkt hebben |
| Conditionalis II | zou hebben gebrandmerkt | zou hebben gebrandmerkt | zou hebben gebrandmerkt | zouden hebben gebrandmerkt | zouden hebben gebrandmerkt | zouden hebben gebrandmerkt |
| Imperatief | - | brandmerk | - | - | brandmerkt | - |
