Übersetzungen für botanizeren

Niederländisch Niederländisch

botanizeren

Französisch Französisch Neues Wort vorschlagen

Italienisch Italienisch Neues Wort vorschlagen

Englisch Englisch Neues Wort vorschlagen

Deutsch Deutsch Neues Wort vorschlagen

Spanisch Spanisch Neues Wort vorschlagen

Schwedisch Schwedisch Neues Wort vorschlagen

Portugiesisch Portugiesisch Neues Wort vorschlagen

     

Verbformen von botanizeren

- -
Tegenwoordig en verleden deelwoord botanizerend und gebotanizeerd
  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens botanizeer botanizeert botanizeert botanizeren botanizeren botanizeren
Imperfect botanizeerde botanizeerde botanizeerde botanizeerden botanizeerden botanizeerden
Toekomende tijd I zal botanizeren zult botanizeren zal botanizeren zullen botanizeren zullen botanizeren zullen botanizeren
Conditionalis I zou botanizeren zou botanizeren zou botanizeren zouden botanizeren zouden botanizeren zouden botanizeren
Perfectum heb gebotanizeerd hebt gebotanizeerd heeft gebotanizeerd hebben gebotanizeerd hebben gebotanizeerd hebben gebotanizeerd
Voltooid verleden tijd had gebotanizeerd had gebotanizeerd had gebotanizeerd hadden gebotanizeerd hadden gebotanizeerd hadden gebotanizeerd
Toekomende tijd II zal gebotanizeerd hebben zult gebotanizeerd hebben zal gebotanizeerd hebben zullen gebotanizeerd hebben zullen gebotanizeerd hebben zullen gebotanizeerd hebben
Conditionalis II zou hebben gebotanizeerd zou hebben gebotanizeerd zou hebben gebotanizeerd zouden hebben gebotanizeerd zouden hebben gebotanizeerd zouden hebben gebotanizeerd
Imperatief - botanizeer - - botanizeert -
botanizeren - Niederländisch Wörterbuch | Übersetzung - botanizeren übersetzen