Übersetzungen für bostonneren

Niederländisch Niederländisch

bostonneren

Französisch Französisch Neues Wort vorschlagen

Italienisch Italienisch Neues Wort vorschlagen

Englisch Englisch Neues Wort vorschlagen

Deutsch Deutsch Neues Wort vorschlagen

Spanisch Spanisch Neues Wort vorschlagen

Schwedisch Schwedisch Neues Wort vorschlagen

Portugiesisch Portugiesisch Neues Wort vorschlagen

     

Verbformen von bostonneren

- -
Tegenwoordig en verleden deelwoord bostonnerend und gebostonneerd
  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens bostonneer bostonneert bostonneert bostonneren bostonneren bostonneren
Imperfect bostonneerde bostonneerde bostonneerde bostonneerden bostonneerden bostonneerden
Toekomende tijd I zal bostonneren zult bostonneren zal bostonneren zullen bostonneren zullen bostonneren zullen bostonneren
Conditionalis I zou bostonneren zou bostonneren zou bostonneren zouden bostonneren zouden bostonneren zouden bostonneren
Perfectum heb gebostonneerd hebt gebostonneerd heeft gebostonneerd hebben gebostonneerd hebben gebostonneerd hebben gebostonneerd
Voltooid verleden tijd had gebostonneerd had gebostonneerd had gebostonneerd hadden gebostonneerd hadden gebostonneerd hadden gebostonneerd
Toekomende tijd II zal gebostonneerd hebben zult gebostonneerd hebben zal gebostonneerd hebben zullen gebostonneerd hebben zullen gebostonneerd hebben zullen gebostonneerd hebben
Conditionalis II zou hebben gebostonneerd zou hebben gebostonneerd zou hebben gebostonneerd zouden hebben gebostonneerd zouden hebben gebostonneerd zouden hebben gebostonneerd
Imperatief - bostonneer - - bostonneert -
bostonneren - Niederländisch Wörterbuch | Übersetzung - bostonneren übersetzen