Übersetzungen für biggelen

Suchbegriff:

biggelen

  hat Eine Bedeutung, 2 Synonymgruppen & 8 Synonyme

Niederländisch Niederländisch

biggelen (druppelen)

Französisch biggelen Niederländisch » Französisch Neues Wort vorschlagen

couler goutte à goutte (v) (druppelen)

couler lentement (v) (druppelen)

Italienisch biggelen Niederländisch » Italienisch Neues Wort vorschlagen

colare (v) (druppelen)

gocciolare (v) (druppelen)

sgocciolare (v) (druppelen)

Englisch biggelen Niederländisch » Englisch Neues Wort vorschlagen

trickle (v) (druppelen)

dribble (v) (druppelen)

drip (v) (druppelen)

Deutsch biggelen Niederländisch » Deutsch Neues Wort vorschlagen

tröpfeln (v) (druppelen)

rinnen (v) (druppelen)

Spanisch biggelen Niederländisch » Spanisch Neues Wort vorschlagen

chorrear un poco de (v) (druppelen)

verter poco a poco (v) (druppelen)

Schwedisch biggelen Niederländisch » Schwedisch Neues Wort vorschlagen

sippra (v) (druppelen)

droppa (v) (druppelen)

drypa (v) (druppelen)

Portugiesisch biggelen Niederländisch » Portugiesisch Neues Wort vorschlagen

escorrer (v) (druppelen)

correr (v) (druppelen)

     

Verbformen von biggelen

- -
Tegenwoordig en verleden deelwoord biggelend und gebiggeld
  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens biggel biggelt biggelt biggelen biggelen biggelen
Imperfect biggelde biggelde biggelde biggelden biggelden biggelden
Toekomende tijd I zal biggelen zult biggelen zal biggelen zullen biggelen zullen biggelen zullen biggelen
Conditionalis I zou biggelen zou biggelen zou biggelen zouden biggelen zouden biggelen zouden biggelen
Perfectum heb gebiggeld hebt gebiggeld heeft gebiggeld hebben gebiggeld hebben gebiggeld hebben gebiggeld
Voltooid verleden tijd had gebiggeld had gebiggeld had gebiggeld hadden gebiggeld hadden gebiggeld hadden gebiggeld
Toekomende tijd II zal gebiggeld hebben zult gebiggeld hebben zal gebiggeld hebben zullen gebiggeld hebben zullen gebiggeld hebben zullen gebiggeld hebben
Conditionalis II zou hebben gebiggeld zou hebben gebiggeld zou hebben gebiggeld zouden hebben gebiggeld zouden hebben gebiggeld zouden hebben gebiggeld
Imperatief - biggel - - biggelt -
biggelen - Niederländisch Wörterbuch | Übersetzung - biggelen übersetzen