Übersetzungen für bezighouden
bezighouden
hat 2 Bedeutungen, 4 Synonymgruppen & 9 SynonymeNiederländisch Niederländisch
bezighouden (amuseren, algemeen)
Französisch
bezighouden Niederländisch » Französisch
Neues Wort vorschlagen
amuser
(v)
(amuseren)
amuser
(v)
(algemeen)
divertir
(v)
(amuseren)
divertir
(v)
(algemeen)
tenir occupé (v) (algemeen)
tenir occupé (v) (amuseren)
Italienisch
bezighouden Niederländisch » Italienisch
Neues Wort vorschlagen
divertire
(v)
(algemeen)
divertire
(v)
(amuseren)
intrattenere
(v)
(algemeen)
intrattenere
(v)
(amuseren)
tenere occupato (v) (algemeen)
tenere occupato (v) (amuseren)
Englisch
bezighouden Niederländisch » Englisch
Neues Wort vorschlagen
keep amused (v) (algemeen)
entertain
(v)
(algemeen)
amuse
(v)
(amuseren)
entertain
(v)
(amuseren)
divert
(v)
(amuseren)
Deutsch
bezighouden Niederländisch » Deutsch
Neues Wort vorschlagen
beschäftigen (v) (algemeen)
unterhalten (v) (algemeen)
unterhalten (v) (amuseren)
amüsieren (v) (amuseren)
Spanisch
bezighouden Niederländisch » Spanisch
Neues Wort vorschlagen
Schwedisch
bezighouden Niederländisch » Schwedisch
Neues Wort vorschlagen
roa (v) (algemeen)
roa (v) (amuseren)
underhålla (v) (algemeen)
underhålla (v) (amuseren)
förnöja (v) (algemeen)
förnöja (v) (amuseren)
Portugiesisch
bezighouden Niederländisch » Portugiesisch
Neues Wort vorschlagen
distrair (v) (algemeen)
distrair (v) (amuseren)
divertir (v) (algemeen)
divertir (v) (amuseren)
entreter (v) (algemeen)
entreter (v) (amuseren)
manter distraído (v) (algemeen)
manter distraído (v) (amuseren)
Verbformen von bezighouden
| irr. | bezig | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | bezighoudend | und | beziggehouden |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | houd bezig | houdt bezig | houdt bezig | houden bezig | houden bezig | houden bezig |
| Imperfect | hield bezig | hield bezig | hield bezig | hielden bezig | hielden bezig | hielden bezig |
| Toekomende tijd I | zal bezighouden | zult bezighouden | zal bezighouden | zullen bezighouden | zullen bezighouden | zullen bezighouden |
| Conditionalis I | zou bezighouden | zou bezighouden | zou bezighouden | zouden bezighouden | zouden bezighouden | zouden bezighouden |
| Perfectum | heb beziggehouden | hebt beziggehouden | heeft beziggehouden | hebben beziggehouden | hebben beziggehouden | hebben beziggehouden |
| Voltooid verleden tijd | had beziggehouden | had beziggehouden | had beziggehouden | hadden beziggehouden | hadden beziggehouden | hadden beziggehouden |
| Toekomende tijd II | zal beziggehouden hebben | zult beziggehouden hebben | zal beziggehouden hebben | zullen beziggehouden hebben | zullen beziggehouden hebben | zullen beziggehouden hebben |
| Conditionalis II | zou hebben beziggehouden | zou hebben beziggehouden | zou hebben beziggehouden | zouden hebben beziggehouden | zouden hebben beziggehouden | zouden hebben beziggehouden |
| Imperatief | - | houd bezig | - | - | houdt bezig | - |
