Übersetzungen für bewijzen
bewijzen
hat 5 Bedeutungen, 5 Synonymgruppen & 14 SynonymeNiederländisch Niederländisch
bewijzen (algemeen, een bewijs zijn, rechten, aantonen, waarheid)
Französisch
bewijzen Niederländisch » Französisch
Neues Wort vorschlagen
témoigner de (v) (algemeen)
témoigner de (v) (een bewijs zijn)
témoigner de (v) (rechten)
témoigner de (v) (aantonen)
justifier
(v)
(waarheid)
établir
(v)
(algemeen)
établir
(v)
(een bewijs zijn)
établir
(v)
(rechten)
établir
(v)
(aantonen)
établir
(v)
(waarheid)
démontrer
(v)
(aantonen)
démontrer
(v)
(algemeen)
démontrer
(v)
(een bewijs zijn)
démontrer
(v)
(rechten)
prouver
(v)
(aantonen)
prouver
(v)
(algemeen)
prouver
(v)
(een bewijs zijn)
prouver
(v)
(rechten)
prouver
(v)
(waarheid)
vérifier
(v)
(algemeen)
vérifier
(v)
(een bewijs zijn)
vérifier
(v)
(rechten)
vérifier
(v)
(aantonen)
fournir des preuves (v) (waarheid)
établir le bien-fondé de (v) (waarheid)
Italienisch
bewijzen Niederländisch » Italienisch
Neues Wort vorschlagen
attestare
(v)
(een bewijs zijn)
attestare
(v)
(algemeen)
attestare
(v)
(rechten)
attestare
(v)
(aantonen)
comprovare
(v)
(waarheid)
confermare
(v)
(waarheid)
dare prova di (v) (algemeen)
dare prova di (v) (een bewijs zijn)
dare prova di (v) (rechten)
dare prova di (v) (aantonen)
dimostrare
(v)
(aantonen)
dimostrare
(v)
(algemeen)
dimostrare
(v)
(een bewijs zijn)
dimostrare
(v)
(rechten)
dimostrare la fondatezza di (v) (waarheid)
provare
(v)
(algemeen)
provare
(v)
(een bewijs zijn)
provare
(v)
(rechten)
provare
(v)
(aantonen)
Englisch
bewijzen Niederländisch » Englisch
Neues Wort vorschlagen
prove
(v)
(algemeen)
give proof of (v) (algemeen)
to be proof (v) (een bewijs zijn)
testify
(formal) (v)
(een bewijs zijn)
substantiate
(v)
(waarheid)
prove
(v)
(rechten)
prove
(v)
(aantonen)
demonstrate
(v)
(aantonen)
Deutsch
bewijzen Niederländisch » Deutsch
Neues Wort vorschlagen
beweisen (v) (algemeen)
ein Beweis sein (v) (een bewijs zijn)
beweisen (v) (een bewijs zijn)
erhärten (v) (waarheid)
beweisen (v) (rechten)
beweisen (v) (aantonen)
demonstrieren (v) (aantonen)
Spanisch
bewijzen Niederländisch » Spanisch
Neues Wort vorschlagen
comprobar (v) (waarheid)
confirmar (v) (waarheid)
demostrar (v) (aantonen)
demostrar (v) (algemeen)
demostrar (v) (een bewijs zijn)
demostrar (v) (rechten)
establecer
(v)
(waarheid)
justificar (v) (waarheid)
probar (v) (aantonen)
probar (v) (algemeen)
probar (v) (een bewijs zijn)
probar (v) (rechten)
probar (v) (waarheid)
revelar (v) (algemeen)
revelar (v) (een bewijs zijn)
revelar (v) (rechten)
revelar (v) (aantonen)
Schwedisch
bewijzen Niederländisch » Schwedisch
Neues Wort vorschlagen
bestyrka (v) (waarheid)
demonstrera (v) (algemeen)
demonstrera (v) (een bewijs zijn)
demonstrera (v) (rechten)
demonstrera (v) (aantonen)
bevisa (v) (algemeen)
bevisa (v) (een bewijs zijn)
bevisa (v) (waarheid)
bevisa (v) (rechten)
bevisa (v) (aantonen)
vara bevis (v) (algemeen)
vara bevis (v) (een bewijs zijn)
vara bevis (v) (rechten)
vara bevis (v) (aantonen)
vittna om (v) (algemeen)
vittna om (v) (een bewijs zijn)
vittna om (v) (rechten)
vittna om (v) (aantonen)
Portugiesisch
bewijzen Niederländisch » Portugiesisch
Neues Wort vorschlagen
demonstrar (v) (algemeen)
demonstrar (v) (een bewijs zijn)
demonstrar (v) (rechten)
demonstrar (v) (aantonen)
provar (v) (algemeen)
provar (v) (een bewijs zijn)
provar (v) (rechten)
provar (v) (aantonen)
justificar (v) (waarheid)
fundamentar (v) (waarheid)
dar provas de (v) (algemeen)
dar provas de (v) (een bewijs zijn)
dar provas de (v) (rechten)
dar provas de (v) (aantonen)
ser uma prova de (v) (een bewijs zijn)
ser uma prova de (v) (algemeen)
ser uma prova de (v) (rechten)
ser uma prova de (v) (aantonen)
substanciar (v) (waarheid)
embasar (v) (waarheid)
Verbformen von bewijzen
| - | - | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | bewijzend | und | bewezen |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | bewijs | bewijst | bewijst | bewijzen | bewijzen | bewijzen |
| Imperfect | bewees | bewees | bewees | bewezen | bewezen | bewezen |
| Toekomende tijd I | zal bewijzen | zult bewijzen | zal bewijzen | zullen bewijzen | zullen bewijzen | zullen bewijzen |
| Conditionalis I | zou bewijzen | zou bewijzen | zou bewijzen | zouden bewijzen | zouden bewijzen | zouden bewijzen |
| Perfectum | heb bewezen | hebt bewezen | heeft bewezen | hebben bewezen | hebben bewezen | hebben bewezen |
| Voltooid verleden tijd | had bewezen | had bewezen | had bewezen | hadden bewezen | hadden bewezen | hadden bewezen |
| Toekomende tijd II | zal bewezen hebben | zult bewezen hebben | zal bewezen hebben | zullen bewezen hebben | zullen bewezen hebben | zullen bewezen hebben |
| Conditionalis II | zou hebben bewezen | zou hebben bewezen | zou hebben bewezen | zouden hebben bewezen | zouden hebben bewezen | zouden hebben bewezen |
| Imperatief | - | bewijs | - | - | bewijst | - |
