Übersetzungen für bevelen

Suchbegriff:

bevelen

  hat 5 Bedeutungen, 5 Synonymgruppen & 15 Synonyme

Niederländisch Niederländisch

bevelen (bevel, taak, militair, opleggen, regel)

Französisch bevelen Niederländisch » Französisch Neues Wort vorschlagen

charger (v) (bevel)

charger (v) (taak)

charger (v) (militair)

charger (v) (opleggen)

dicter (v) (regel)

dicter (v) (opleggen)

enjoindre (v) (regel)

enjoindre (v) (opleggen)

enjoindre (v) (taak)

ordonner (v) (regel)

ordonner (v) (opleggen)

ordonner (v) (bevel)

ordonner (v) (taak)

ordonner (v) (militair)

commander (v) (regel)

commander (v) (opleggen)

commander (v) (bevel)

commander (v) (taak)

commander (v) (militair)

Italienisch bevelen Niederländisch » Italienisch Neues Wort vorschlagen

comandare (v) (bevel)

comandare (v) (taak)

comandare (v) (militair)

comandare (v) (regel)

comandare (v) (opleggen)

dare l'incarico (v) (bevel)

dare l'incarico (v) (taak)

dare l'incarico (v) (militair)

dare l'incarico (v) (opleggen)

dettare (v) (regel)

dettare (v) (opleggen)

incaricare (v) (bevel)

incaricare (v) (taak)

incaricare (v) (militair)

incaricare (v) (opleggen)

ingiungere (v) (regel)

ingiungere (v) (opleggen)

ingiungere (v) (taak)

ordinare (v) (bevel)

ordinare (v) (taak)

ordinare (v) (militair)

ordinare (v) (regel)

ordinare (v) (opleggen)

Englisch bevelen Niederländisch » Englisch Neues Wort vorschlagen

instruct (v) (bevel)

give orders (v) (bevel)

dictate (v) (regel)

impose (v) (regel)

charge (v) (taak)

instruct (v) (taak)

order (v) (militair)

command (v) (militair)

enjoin (v) (opleggen)

order (formal) (v) (opleggen)

Deutsch bevelen Niederländisch » Deutsch Neues Wort vorschlagen

befehlen (v) (bevel)

diktieren (v) (regel)

auferlegen (v) (regel)

befehlen (v) (taak)

gebieten (v) (taak)

befehlen (v) (militair)

auferlegen (v) (opleggen)

gebieten (v) (opleggen)

Spanisch bevelen Niederländisch » Spanisch Neues Wort vorschlagen

dar instrucciones (v) (bevel)

dar instrucciones (v) (taak)

dar instrucciones (v) (militair)

encargar (v) (bevel)

encargar (v) (taak)

encargar (v) (militair)

encargar (v) (opleggen)

imponer (v) (regel)

imponer (v) (opleggen)

imponer (v) (taak)

mandar (v) (regel)

mandar (v) (opleggen)

mandar (v) (bevel)

mandar (v) (taak)

mandar (v) (militair)

ordenar (v) (regel)

ordenar (v) (opleggen)

ordenar (v) (bevel)

ordenar (v) (taak)

ordenar (v) (militair)

Schwedisch bevelen Niederländisch » Schwedisch Neues Wort vorschlagen

ålägga (v) (regel)

ålägga (v) (taak)

ålägga (v) (opleggen)

diktera (v) (regel)

diktera (v) (opleggen)

föreskriva (v) (regel)

föreskriva (v) (opleggen)

anbefalla (v) (regel)

anbefalla (v) (taak)

anbefalla (v) (opleggen)

beordra (v) (bevel)

beordra (v) (taak)

beordra (v) (militair)

beordra (v) (opleggen)

instruera (v) (bevel)

instruera (v) (taak)

instruera (v) (militair)

instruera (v) (opleggen)

kommendera (v) (bevel)

kommendera (v) (taak)

kommendera (v) (militair)

kommendera (v) (opleggen)

ge order (v) (bevel)

ge order (v) (taak)

ge order (v) (militair)

befalla (v) (bevel)

befalla (v) (taak)

befalla (v) (militair)

Portugiesisch bevelen Niederländisch » Portugiesisch Neues Wort vorschlagen

impor (v) (regel)

impor (v) (opleggen)

impor (v) (taak)

ditar (v) (regel)

ditar (v) (opleggen)

ordenar (v) (bevel)

ordenar (v) (taak)

ordenar (v) (militair)

ordenar (v) (opleggen)

ordenar (v) (regel)

instruir (v) (bevel)

instruir (v) (taak)

instruir (v) (militair)

dar ordens (v) (bevel)

dar ordens (v) (taak)

dar ordens (v) (militair)

mandar (v) (bevel)

mandar (v) (taak)

mandar (v) (militair)

mandar (v) (opleggen)

dar instruções (v) (bevel)

dar instruções (v) (taak)

dar instruções (v) (militair)

dar instruções (v) (opleggen)

comandar (v) (bevel)

comandar (v) (taak)

comandar (v) (militair)

     

Verbformen von bevelen

- -
Tegenwoordig en verleden deelwoord bevelend und bevolen
  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens beveel beveelt beveelt bevelen bevelen bevelen
Imperfect beval beval beval bevalen bevalen bevalen
Toekomende tijd I zal bevelen zult bevelen zal bevelen zullen bevelen zullen bevelen zullen bevelen
Conditionalis I zou bevelen zou bevelen zou bevelen zouden bevelen zouden bevelen zouden bevelen
Perfectum heb bevolen hebt bevolen heeft bevolen hebben bevolen hebben bevolen hebben bevolen
Voltooid verleden tijd had bevolen had bevolen had bevolen hadden bevolen hadden bevolen hadden bevolen
Toekomende tijd II zal bevolen hebben zult bevolen hebben zal bevolen hebben zullen bevolen hebben zullen bevolen hebben zullen bevolen hebben
Conditionalis II zou hebben bevolen zou hebben bevolen zou hebben bevolen zouden hebben bevolen zouden hebben bevolen zouden hebben bevolen
Imperatief - beveel - - beveelt -
bevelen - Niederländisch Wörterbuch | Übersetzung - bevelen übersetzen