Übersetzungen für bespreken

Suchbegriff:

bespreken

  hat 4 Bedeutungen, 5 Synonymgruppen & 12 Synonyme

Niederländisch Niederländisch

bespreken (toegangsbewijs, zitplaats, probleem, debatteren)

Französisch bespreken Niederländisch » Französisch Neues Wort vorschlagen

retenir (v) (toegangsbewijs)

retenir (v) (zitplaats)

argumenter (v) (probleem)

argumenter (v) (debatteren)

discuter à fond (v) (probleem)

discuter à fond (v) (debatteren)

débattre (v) (probleem)

débattre (v) (debatteren)

traiter (v) (probleem)

traiter (v) (debatteren)

délibérer (v) (probleem)

délibérer (v) (debatteren)

discuter (v) (probleem)

discuter (v) (debatteren)

réserver (v) (toegangsbewijs)

réserver (v) (zitplaats)

Italienisch bespreken Niederländisch » Italienisch Neues Wort vorschlagen

argomentare di (v) (probleem)

argomentare di (v) (debatteren)

dibattere (v) (probleem)

dibattere (v) (debatteren)

discutere (v) (probleem)

discutere (v) (debatteren)

parlare di (v) (probleem)

parlare di (v) (debatteren)

prenotare (v) (zitplaats)

prenotare (v) (toegangsbewijs)

ragionare di (v) (probleem)

ragionare di (v) (debatteren)

riservare (v) (zitplaats)

riservare (v) (toegangsbewijs)

tenere (v) (zitplaats)

tenere (v) (toegangsbewijs)

tenere libero (v) (zitplaats)

tenere libero (v) (toegangsbewijs)

Englisch bespreken Niederländisch » Englisch Neues Wort vorschlagen

reserve (v) (zitplaats)

book (v) (zitplaats)

reserve (v) (toegangsbewijs)

order in advance (v) (toegangsbewijs)

discuss (v) (probleem)

talk about (v) (probleem)

talk over (v) (probleem)

reason about (v) (probleem)

argue (v) (probleem)

argue (v) (debatteren)

debate (v) (debatteren)

Deutsch bespreken Niederländisch » Deutsch Neues Wort vorschlagen

vorbestellen (v) (zitplaats)

reservieren (v) (zitplaats)

buchen (v) (toegangsbewijs)

vorbestellen (v) (toegangsbewijs)

reservieren (v) (toegangsbewijs)

besprechen (v) (probleem)

erörtern (v) (probleem)

diskutieren (v) (probleem)

durchdiskutieren (v) (probleem)

diskutieren (v) (debatteren)

debattieren (v) (debatteren)

besprechen (v) (debatteren)

Spanisch bespreken Niederländisch » Spanisch Neues Wort vorschlagen

debatir (v) (probleem)

debatir (v) (debatteren)

deliberar (v) (probleem)

deliberar (v) (debatteren)

discutir (v) (probleem)

discutir (v) (debatteren)

guardar (v) (zitplaats)

guardar (v) (toegangsbewijs)

raciocinar (v) (probleem)

raciocinar (v) (debatteren)

razonar sobre (v) (probleem)

razonar sobre (v) (debatteren)

reservar (v) (toegangsbewijs)

reservar (v) (zitplaats)

Schwedisch bespreken Niederländisch » Schwedisch Neues Wort vorschlagen

resonera (v) (probleem)

resonera (v) (debatteren)

argumentera (v) (probleem)

argumentera (v) (debatteren)

hålla (v) (zitplaats)

hålla (v) (toegangsbewijs)

diskutera (v) (probleem)

diskutera (v) (debatteren)

debattera (v) (probleem)

debattera (v) (debatteren)

resonera om (v) (probleem)

resonera om (v) (debatteren)

beställa (v) (zitplaats)

beställa (v) (toegangsbewijs)

reservera (v) (zitplaats)

reservera (v) (toegangsbewijs)

beställa på förhand (v) (zitplaats)

beställa på förhand (v) (toegangsbewijs)

Portugiesisch bespreken Niederländisch » Portugiesisch Neues Wort vorschlagen

marcar (v) (zitplaats)

marcar (v) (toegangsbewijs)

segurar (v) (zitplaats)

segurar (v) (toegangsbewijs)

analisar (v) (probleem)

analisar (v) (debatteren)

discutir (v) (probleem)

discutir (v) (debatteren)

guardar (v) (zitplaats)

guardar (v) (toegangsbewijs)

reservar (v) (zitplaats)

reservar (v) (toegangsbewijs)

debater (v) (probleem)

debater (v) (debatteren)

falar sobre (v) (probleem)

falar sobre (v) (debatteren)

marcar com antecedência (v) (toegangsbewijs)

marcar com antecedência (v) (zitplaats)

fazer reserva (v) (zitplaats)

fazer reserva (v) (toegangsbewijs)

     

Verbformen von bespreken

- -
Tegenwoordig en verleden deelwoord besprekend und besproken
  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens bespreek bespreekt bespreekt bespreken bespreken bespreken
Imperfect besprak besprak besprak bespraken bespraken bespraken
Toekomende tijd I zal bespreken zult bespreken zal bespreken zullen bespreken zullen bespreken zullen bespreken
Conditionalis I zou bespreken zou bespreken zou bespreken zouden bespreken zouden bespreken zouden bespreken
Perfectum heb besproken hebt besproken heeft besproken hebben besproken hebben besproken hebben besproken
Voltooid verleden tijd had besproken had besproken had besproken hadden besproken hadden besproken hadden besproken
Toekomende tijd II zal besproken hebben zult besproken hebben zal besproken hebben zullen besproken hebben zullen besproken hebben zullen besproken hebben
Conditionalis II zou hebben besproken zou hebben besproken zou hebben besproken zouden hebben besproken zouden hebben besproken zouden hebben besproken
Imperatief - bespreek - - bespreekt -
bespreken - Niederländisch Wörterbuch | Übersetzung - bespreken übersetzen