Übersetzungen für berispen
berispen
hat 3 Bedeutungen, 5 Synonymgruppen & 22 SynonymeNiederländisch Niederländisch
berispen (afkeuren, algemeen, afkeuring)
Französisch
berispen Niederländisch » Französisch
Neues Wort vorschlagen
désapprouver
(v)
(afkeuren)
désapprouver
(v)
(algemeen)
désapprouver
(v)
(afkeuring)
réprouver
(v)
(afkeuren)
réprouver
(v)
(algemeen)
réprouver
(v)
(afkeuring)
réprimander
(v)
(afkeuring)
réprimander
(v)
(algemeen)
réprimander
(v)
(afkeuren)
blâmer
(v)
(afkeuring)
blâmer
(v)
(afkeuren)
blâmer
(v)
(algemeen)
gronder
(v)
(afkeuren)
gronder
(v)
(algemeen)
gronder
(v)
(afkeuring)
blâmer publiquement (v) (afkeuring)
blâmer publiquement (v) (algemeen)
blâmer publiquement (v) (afkeuren)
critiquer sévèrement (v) (algemeen)
critiquer sévèrement (v) (afkeuring)
critiquer sévèrement (v) (afkeuren)
reprocher
(v)
(algemeen)
reprocher
(v)
(afkeuring)
reprocher
(v)
(afkeuren)
Italienisch
berispen Niederländisch » Italienisch
Neues Wort vorschlagen
ammonire
(v)
(afkeuring)
ammonire
(v)
(algemeen)
ammonire
(v)
(afkeuren)
biasimare
(v)
(algemeen)
biasimare
(v)
(afkeuring)
biasimare
(v)
(afkeuren)
deprecare
(v)
(afkeuren)
deprecare
(v)
(algemeen)
deprecare
(v)
(afkeuring)
disapprovare
(v)
(algemeen)
disapprovare
(v)
(afkeuring)
disapprovare
(v)
(afkeuren)
rimproverare
(v)
(algemeen)
rimproverare
(v)
(afkeuring)
rimproverare
(v)
(afkeuren)
riprendere
(v)
(algemeen)
riprendere
(v)
(afkeuring)
riprendere
(v)
(afkeuren)
sgridare
(v)
(algemeen)
sgridare
(v)
(afkeuring)
sgridare
(v)
(afkeuren)
Englisch
berispen Niederländisch » Englisch
Neues Wort vorschlagen
Deutsch
berispen Niederländisch » Deutsch
Neues Wort vorschlagen
tadeln (v) (algemeen)
rügen (v) (algemeen)
verweisen (v) (algemeen)
einen Verweis erteilen (v) (afkeuring)
tadeln (v) (afkeuring)
ermahnen (v) (afkeuring)
tadeln (v) (afkeuren)
missbilligen (v) (afkeuren)
rügen (v) (afkeuren)
Spanisch
berispen Niederländisch » Spanisch
Neues Wort vorschlagen
desaprobar
(v)
(afkeuren)
desaprobar
(v)
(algemeen)
desaprobar
(v)
(afkeuring)
exhortar
(v)
(afkeuring)
exhortar
(v)
(algemeen)
exhortar
(v)
(afkeuren)
reconvenir (v) (afkeuring)
reconvenir (v) (algemeen)
reconvenir (v) (afkeuren)
regañar
(v)
(afkeuring)
regañar
(v)
(afkeuren)
regañar
(v)
(algemeen)
reprender
(v)
(afkeuring)
reprender
(v)
(afkeuren)
reprender
(v)
(algemeen)
reprobar
(v)
(afkeuren)
reprobar
(v)
(algemeen)
reprobar
(v)
(afkeuring)
reprochar
(v)
(algemeen)
reprochar
(v)
(afkeuring)
reprochar
(v)
(afkeuren)
reñir
(v)
(algemeen)
reñir
(v)
(afkeuring)
reñir
(v)
(afkeuren)
Schwedisch
berispen Niederländisch » Schwedisch
Neues Wort vorschlagen
förkasta (v) (algemeen)
förkasta (v) (afkeuring)
förkasta (v) (afkeuren)
ta avstånd från (v) (algemeen)
ta avstånd från (v) (afkeuring)
ta avstånd från (v) (afkeuren)
ogilla (v) (algemeen)
ogilla (v) (afkeuring)
ogilla (v) (afkeuren)
skälla ut (v) (algemeen)
skälla ut (v) (afkeuring)
skälla ut (v) (afkeuren)
läxa upp (v) (algemeen)
läxa upp (v) (afkeuring)
läxa upp (v) (afkeuren)
klandra (v) (algemeen)
klandra (v) (afkeuring)
klandra (v) (afkeuren)
tillrättavisa (v) (algemeen)
tillrättavisa (v) (afkeuring)
tillrättavisa (v) (afkeuren)
ge en reprimand (v) (algemeen)
ge en reprimand (v) (afkeuring)
ge en reprimand (v) (afkeuren)
skarpt tillrättavisa (v) (algemeen)
skarpt tillrättavisa (v) (afkeuring)
skarpt tillrättavisa (v) (afkeuren)
förmana (v) (algemeen)
förmana (v) (afkeuring)
förmana (v) (afkeuren)
banna (v) (algemeen)
banna (v) (afkeuring)
banna (v) (afkeuren)
förebrå (v) (algemeen)
förebrå (v) (afkeuring)
förebrå (v) (afkeuren)
tadla (v) (algemeen)
tadla (v) (afkeuring)
tadla (v) (afkeuren)
Portugiesisch
berispen Niederländisch » Portugiesisch
Neues Wort vorschlagen
censurar (v) (algemeen)
censurar (v) (afkeuring)
censurar (v) (afkeuren)
reprovar (v) (algemeen)
reprovar (v) (afkeuring)
reprovar (v) (afkeuren)
repreender (v) (algemeen)
repreender (v) (afkeuring)
repreender (v) (afkeuren)
desaprovar (v) (afkeuren)
desaprovar (v) (algemeen)
desaprovar (v) (afkeuring)
reprochar (v) (algemeen)
reprochar (v) (afkeuring)
reprochar (v) (afkeuren)
Verbformen von berispen
| - | - | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | berispend | und | berispt |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | berisp | berispt | berispt | berispen | berispen | berispen |
| Imperfect | berispte | berispte | berispte | berispten | berispten | berispten |
| Toekomende tijd I | zal berispen | zult berispen | zal berispen | zullen berispen | zullen berispen | zullen berispen |
| Conditionalis I | zou berispen | zou berispen | zou berispen | zouden berispen | zouden berispen | zouden berispen |
| Perfectum | heb berispt | hebt berispt | heeft berispt | hebben berispt | hebben berispt | hebben berispt |
| Voltooid verleden tijd | had berispt | had berispt | had berispt | hadden berispt | hadden berispt | hadden berispt |
| Toekomende tijd II | zal berispt hebben | zult berispt hebben | zal berispt hebben | zullen berispt hebben | zullen berispt hebben | zullen berispt hebben |
| Conditionalis II | zou hebben berispt | zou hebben berispt | zou hebben berispt | zouden hebben berispt | zouden hebben berispt | zouden hebben berispt |
| Imperatief | - | berisp | - | - | berispt | - |
