Übersetzungen für benoemen
benoemen
hat 2 Bedeutungen, 5 Synonymgruppen & 16 SynonymeNiederländisch Niederländisch
benoemen (bedrijf, administratie)
Französisch
benoemen Niederländisch » Französisch
Neues Wort vorschlagen
Italienisch
benoemen Niederländisch » Italienisch
Neues Wort vorschlagen
assegnare
(v)
(administratie)
assegnare
(v)
(bedrijf)
denominare
(v)
(administratie)
denominare
(v)
(bedrijf)
designare
(v)
(administratie)
designare
(v)
(bedrijf)
destinare
(v)
(administratie)
destinare
(v)
(bedrijf)
nominare
(v)
(administratie)
nominare
(v)
(bedrijf)
Englisch
benoemen Niederländisch » Englisch
Neues Wort vorschlagen
Deutsch
benoemen Niederländisch » Deutsch
Neues Wort vorschlagen
benennen (v) (administratie)
ernennen (v) (administratie)
ernennen (v) (bedrijf)
anstellen (v) (bedrijf)
zur Wahl vorschlagen (v) (bedrijf)
Spanisch
benoemen Niederländisch » Spanisch
Neues Wort vorschlagen
Schwedisch
benoemen Niederländisch » Schwedisch
Neues Wort vorschlagen
Verbformen von benoemen
| - | - | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | benoemend | und | benoemd |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | benoem | benoemt | benoemt | benoemen | benoemen | benoemen |
| Imperfect | benoemde | benoemde | benoemde | benoemden | benoemden | benoemden |
| Toekomende tijd I | zal benoemen | zult benoemen | zal benoemen | zullen benoemen | zullen benoemen | zullen benoemen |
| Conditionalis I | zou benoemen | zou benoemen | zou benoemen | zouden benoemen | zouden benoemen | zouden benoemen |
| Perfectum | heb benoemd | hebt benoemd | heeft benoemd | hebben benoemd | hebben benoemd | hebben benoemd |
| Voltooid verleden tijd | had benoemd | had benoemd | had benoemd | hadden benoemd | hadden benoemd | hadden benoemd |
| Toekomende tijd II | zal benoemd hebben | zult benoemd hebben | zal benoemd hebben | zullen benoemd hebben | zullen benoemd hebben | zullen benoemd hebben |
| Conditionalis II | zou hebben benoemd | zou hebben benoemd | zou hebben benoemd | zouden hebben benoemd | zouden hebben benoemd | zouden hebben benoemd |
| Imperatief | - | benoem | - | - | benoemt | - |
