Übersetzungen für bengelen

Suchbegriff:

bengelen

  hat Eine Bedeutung, 2 Synonymgruppen & 4 Synonyme

Niederländisch Niederländisch

bengelen (algemeen)

Französisch bengelen Niederländisch » Französisch Neues Wort vorschlagen

balancer (v) (algemeen)

Italienisch bengelen Niederländisch » Italienisch Neues Wort vorschlagen

dondolare (v) (algemeen)

Englisch bengelen Niederländisch » Englisch Neues Wort vorschlagen

dangle (v) (algemeen)

Deutsch bengelen Niederländisch » Deutsch Neues Wort vorschlagen

baumeln (v) (algemeen)

Spanisch bengelen Niederländisch » Spanisch Neues Wort vorschlagen

colgar (v) (algemeen)

pender (v) (algemeen)

Schwedisch bengelen Niederländisch » Schwedisch Neues Wort vorschlagen

dingla (v) (algemeen)

Portugiesisch bengelen Niederländisch » Portugiesisch Neues Wort vorschlagen

pender (v) (algemeen)

     

Verbformen von bengelen

- -
Tegenwoordig en verleden deelwoord bengelend und gebengeld
  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens bengel bengelt bengelt bengelen bengelen bengelen
Imperfect bengelde bengelde bengelde bengelden bengelden bengelden
Toekomende tijd I zal bengelen zult bengelen zal bengelen zullen bengelen zullen bengelen zullen bengelen
Conditionalis I zou bengelen zou bengelen zou bengelen zouden bengelen zouden bengelen zouden bengelen
Perfectum heb gebengeld hebt gebengeld heeft gebengeld hebben gebengeld hebben gebengeld hebben gebengeld
Voltooid verleden tijd had gebengeld had gebengeld had gebengeld hadden gebengeld hadden gebengeld hadden gebengeld
Toekomende tijd II zal gebengeld hebben zult gebengeld hebben zal gebengeld hebben zullen gebengeld hebben zullen gebengeld hebben zullen gebengeld hebben
Conditionalis II zou hebben gebengeld zou hebben gebengeld zou hebben gebengeld zouden hebben gebengeld zouden hebben gebengeld zouden hebben gebengeld
Imperatief - bengel - - bengelt -
bengelen - Niederländisch Wörterbuch | Übersetzung - bengelen übersetzen