Übersetzungen für bemerken
bemerken
hat 5 Bedeutungen, 2 Synonymgruppen & 10 SynonymeNiederländisch Niederländisch
bemerken (gevoel, observeren, opmerken, gevaar, aandacht)
Französisch
bemerken Niederländisch » Französisch
Neues Wort vorschlagen
sentir
(v)
(gevoel)
sentir
(v)
(observeren)
sentir
(v)
(opmerken)
sentir
(v)
(gevaar)
observer
(v)
(gevoel)
observer
(v)
(observeren)
observer
(v)
(opmerken)
flairer
(v)
(gevaar)
noter
(v)
(opmerken)
noter
(v)
(observeren)
noter
(v)
(gevoel)
se rendre compte de
(v)
(gevoel)
se rendre compte de
(v)
(observeren)
se rendre compte de
(v)
(opmerken)
remarquer
(v)
(gevoel)
remarquer
(v)
(observeren)
remarquer
(v)
(opmerken)
détecter
(v)
(gevaar)
Italienisch
bemerken Niederländisch » Italienisch
Neues Wort vorschlagen
avvertire
(v)
(gevoel)
avvertire
(v)
(opmerken)
avvertire
(v)
(observeren)
avvertire
(v)
(gevaar)
badare a (v) (gevoel)
badare a (v) (opmerken)
badare a (v) (observeren)
fare attenzione a (v) (gevoel)
fare attenzione a (v) (opmerken)
fare attenzione a (v) (observeren)
fiutare
(v)
(gevaar)
notare
(v)
(gevoel)
notare
(v)
(opmerken)
notare
(v)
(observeren)
osservare
(v)
(gevoel)
osservare
(v)
(observeren)
osservare
(v)
(opmerken)
percepire
(v)
(gevoel)
percepire
(v)
(opmerken)
percepire
(v)
(observeren)
rendersi conto di (v) (gevoel)
rendersi conto di (v) (opmerken)
rendersi conto di (v) (observeren)
sentire
(v)
(gevoel)
sentire
(v)
(opmerken)
sentire
(v)
(observeren)
sentire
(v)
(gevaar)
subodorare (v) (gevaar)
Englisch
bemerken Niederländisch » Englisch
Neues Wort vorschlagen
Deutsch
bemerken Niederländisch » Deutsch
Neues Wort vorschlagen
merken (v) (gevoel)
bemerken (v) (gevoel)
sich einer Sache bewusst werden (v) (gevoel)
spüren (v) (gevaar)
verspüren (v) (gevaar)
wittern (v) (gevaar)
Notiz nehmen von (v) (aandacht)
beachten (v) (aandacht)
merken (v) (opmerken)
beobachten (v) (opmerken)
beobachten (v) (observeren)
observieren (v) (observeren)
bemerken (v) (observeren)
Spanisch
bemerken Niederländisch » Spanisch
Neues Wort vorschlagen
advertir
(v)
(gevoel)
advertir
(v)
(observeren)
advertir
(v)
(opmerken)
darse cuenta de (v) (gevoel)
darse cuenta de (v) (observeren)
darse cuenta de (v) (opmerken)
detectar
(v)
(gevaar)
notar (v) (gevoel)
notar (v) (observeren)
notar (v) (opmerken)
observar (v) (gevoel)
observar (v) (observeren)
observar (v) (opmerken)
oler (v) (gevaar)
olfatear (v) (gevaar)
sentir (v) (gevoel)
sentir (v) (observeren)
sentir (v) (opmerken)
sentir (v) (gevaar)
Schwedisch
bemerken Niederländisch » Schwedisch
Neues Wort vorschlagen
märka (v) (gevoel)
märka (v) (opmerken)
märka (v) (observeren)
beakta (v) (gevoel)
beakta (v) (opmerken)
beakta (v) (observeren)
lägga märke till (v) (gevoel)
lägga märke till (v) (opmerken)
lägga märke till (v) (observeren)
observera (v) (gevoel)
observera (v) (opmerken)
observera (v) (observeren)
känna (v) (gevoel)
känna (v) (gevaar)
känna (v) (opmerken)
känna (v) (observeren)
ha på känn (v) (gevoel)
ha på känn (v) (gevaar)
ha på känn (v) (opmerken)
ha på känn (v) (observeren)
känna på sig (v) (gevoel)
känna på sig (v) (gevaar)
känna på sig (v) (opmerken)
känna på sig (v) (observeren)
iaktta (v) (gevoel)
iaktta (v) (opmerken)
iaktta (v) (observeren)
notera (v) (gevoel)
notera (v) (opmerken)
notera (v) (observeren)
vädra (v) (gevaar)
Portugiesisch
bemerken Niederländisch » Portugiesisch
Neues Wort vorschlagen
pressentir (v) (gevaar)
sentir (v) (gevoel)
sentir (v) (opmerken)
sentir (v) (observeren)
sentir (v) (gevaar)
observar (v) (gevoel)
observar (v) (observeren)
observar (v) (opmerken)
notar (v) (gevoel)
notar (v) (observeren)
notar (v) (opmerken)
dar-se conta de (v) (gevoel)
dar-se conta de (v) (opmerken)
dar-se conta de (v) (observeren)
reparar (v) (opmerken)
reparar (v) (observeren)
reparar (v) (gevoel)
tomar consciência de (v) (gevoel)
tomar consciência de (v) (opmerken)
tomar consciência de (v) (observeren)
detectar (v) (gevaar)
sentir no ar (v) (gevaar)
Verbformen von bemerken
| - | - | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | bemerkend | und | bemerkt |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | bemerk | bemerkt | bemerkt | bemerken | bemerken | bemerken |
| Imperfect | bemerkte | bemerkte | bemerkte | bemerkten | bemerkten | bemerkten |
| Toekomende tijd I | zal bemerken | zult bemerken | zal bemerken | zullen bemerken | zullen bemerken | zullen bemerken |
| Conditionalis I | zou bemerken | zou bemerken | zou bemerken | zouden bemerken | zouden bemerken | zouden bemerken |
| Perfectum | heb bemerkt | hebt bemerkt | heeft bemerkt | hebben bemerkt | hebben bemerkt | hebben bemerkt |
| Voltooid verleden tijd | had bemerkt | had bemerkt | had bemerkt | hadden bemerkt | hadden bemerkt | hadden bemerkt |
| Toekomende tijd II | zal bemerkt hebben | zult bemerkt hebben | zal bemerkt hebben | zullen bemerkt hebben | zullen bemerkt hebben | zullen bemerkt hebben |
| Conditionalis II | zou hebben bemerkt | zou hebben bemerkt | zou hebben bemerkt | zouden hebben bemerkt | zouden hebben bemerkt | zouden hebben bemerkt |
| Imperatief | - | bemerk | - | - | bemerkt | - |
