Übersetzungen für beleven
beleven
hat Eine Bedeutung, 2 Synonymgruppen & 5 SynonymeNiederländisch Niederländisch
beleven (geestelijke gewaarwording)
Französisch
beleven Niederländisch » Französisch
Neues Wort vorschlagen
sentir
(v)
(geestelijke gewaarwording)
éprouver
(v)
(geestelijke gewaarwording)
ressentir
(v)
(geestelijke gewaarwording)
avoir conscience de (v) (geestelijke gewaarwording)
Italienisch
beleven Niederländisch » Italienisch
Neues Wort vorschlagen
essere cosciente di (v) (geestelijke gewaarwording)
provare
(v)
(geestelijke gewaarwording)
sentire
(v)
(geestelijke gewaarwording)
Englisch
beleven Niederländisch » Englisch
Neues Wort vorschlagen
feel
(v)
(geestelijke gewaarwording)
experience
(v)
(geestelijke gewaarwording)
Deutsch
beleven Niederländisch » Deutsch
Neues Wort vorschlagen
Spanisch
beleven Niederländisch » Spanisch
Neues Wort vorschlagen
estar consciente de (v) (geestelijke gewaarwording)
experimentar
(v)
(geestelijke gewaarwording)
sentir (v) (geestelijke gewaarwording)
Schwedisch
beleven Niederländisch » Schwedisch
Neues Wort vorschlagen
inse (v) (geestelijke gewaarwording)
känna (v) (geestelijke gewaarwording)
erfara (v) (geestelijke gewaarwording)
vara medveten om (v) (geestelijke gewaarwording)
Portugiesisch
beleven Niederländisch » Portugiesisch
Neues Wort vorschlagen
sentir (v) (geestelijke gewaarwording)
experimentar (v) (geestelijke gewaarwording)
ter a sensação (v) (geestelijke gewaarwording)
estar consciente de (v) (geestelijke gewaarwording)
Verbformen von beleven
| - | - | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | belevend | und | beleefd |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | beleef | beleeft | beleeft | beleven | beleven | beleven |
| Imperfect | beleefde | beleefde | beleefde | beleefden | beleefden | beleefden |
| Toekomende tijd I | zal beleven | zult beleven | zal beleven | zullen beleven | zullen beleven | zullen beleven |
| Conditionalis I | zou beleven | zou beleven | zou beleven | zouden beleven | zouden beleven | zouden beleven |
| Perfectum | heb beleefd | hebt beleefd | heeft beleefd | hebben beleefd | hebben beleefd | hebben beleefd |
| Voltooid verleden tijd | had beleefd | had beleefd | had beleefd | hadden beleefd | hadden beleefd | hadden beleefd |
| Toekomende tijd II | zal beleefd hebben | zult beleefd hebben | zal beleefd hebben | zullen beleefd hebben | zullen beleefd hebben | zullen beleefd hebben |
| Conditionalis II | zou hebben beleefd | zou hebben beleefd | zou hebben beleefd | zouden hebben beleefd | zouden hebben beleefd | zouden hebben beleefd |
| Imperatief | - | beleef | - | - | beleeft | - |
