Übersetzungen für belemmeren

Suchbegriff:

belemmeren

  hat 4 Bedeutungen, 5 Synonymgruppen & 28 Synonyme

Niederländisch Niederländisch

belemmeren (hinderen, plan, obstakel, activiteit)

Französisch belemmeren Niederländisch » Französisch Neues Wort vorschlagen

obstruction (n) [f.] (hinderen)

encrassement (n) [m.] (hinderen)

colmatage (n) [m.] (hinderen)

empâtement (n) [m.] (hinderen)

déjouer (v) (plan)

gêner (v) (obstakel)

gêner (v) (activiteit)

gêner (v) (plan)

entraver (v) (obstakel)

entraver (v) (activiteit)

entraver (v) (plan)

déranger (v) (obstakel)

déranger (v) (activiteit)

frustrer (v) (plan)

Italienisch belemmeren Niederländisch » Italienisch Neues Wort vorschlagen

deludere (v) (plan)

disturbare (v) (obstakel)

disturbare (v) (activiteit)

frustrare (v) (plan)

impedire (v) (plan)

ingorgo (n) [m.] (hinderen)

intasamento (n) [m.] (hinderen)

intralciare (v) (obstakel)

intralciare (v) (activiteit)

intralciare (v) (plan)

ostacolare (v) (obstakel)

ostacolare (v) (activiteit)

ostacolare (v) (plan)

ostruzione (n) [f.] (hinderen)

Englisch belemmeren Niederländisch » Englisch Neues Wort vorschlagen

clogging (n) (hinderen)

hindering (n) (hinderen)

obstructing (n) (hinderen)

stopping up (n) (hinderen)

jamming (n) (hinderen)

hamper (v) (obstakel)

thwart (v) (plan)

impede (v) (plan)

obstruct (v) (plan)

hinder (v) (activiteit)

obstruct (v) (activiteit)

hamper (v) (activiteit)

interfere with (v) (activiteit)

Deutsch belemmeren Niederländisch » Deutsch Neues Wort vorschlagen

Blockierung (n) [f.] (hinderen)

Behinderung (n) [f.] (hinderen)

Aufschüttung (n) [f.] (hinderen)

Aufschlämmung (n) [f.] (hinderen)

beeinträchtigen (v) (obstakel)

behindern (v) (obstakel)

vereiteln (v) (plan)

verhindern (v) (plan)

hindern (v) (activiteit)

beeinträchtigen (v) (activiteit)

Spanisch belemmeren Niederländisch » Spanisch Neues Wort vorschlagen

atasco (n) [m.] (hinderen)

bloqueo (n) [m.] (hinderen)

desbaratar (v) (plan)

estorbar (v) (activiteit)

frustrar (v) (plan)

impedir (v) (plan)

interferir con (v) (obstakel)

interferir con (v) (activiteit)

obstaculizar (v) (obstakel)

obstaculizar (v) (activiteit)

obstaculizar (v) (plan)

obstrucción (n) [f.] (hinderen)

Schwedisch belemmeren Niederländisch » Schwedisch Neues Wort vorschlagen

störa (v) (obstakel)

störa (v) (activiteit)

hejda (v) (plan)

hejda (v) (activiteit)

hindra (v) (obstakel)

hindra (v) (plan)

hindra (v) (activiteit)

tillintetgöra (v) (plan)

kullkasta (v) (plan)

stå i vägen (v) (activiteit)

omintetgöra (v) (plan)

gäcka (v) (plan)

stäcka (v) (plan)

Portugiesisch belemmeren Niederländisch » Portugiesisch Neues Wort vorschlagen

impedir (v) (plan)

impedir (v) (obstakel)

impedir (v) (activiteit)

obstruir (v) (plan)

obstruir (v) (activiteit)

obstrução (n) [f.] (hinderen)

barrar (v) (plan)

estragar (v) (plan)

bloqueio (n) [m.] (hinderen)

retenção (n) [f.] (hinderen)

perturbar (v) (obstakel)

perturbar (v) (activiteit)

dificultar (v) (obstakel)

dificultar (v) (activiteit)

interferir em (v) (obstakel)

interferir em (v) (activiteit)

embaraçar (v) (activiteit)

estorvar (v) (activiteit)

atrapalhar (v) (plan)

meter-se no caminho de (v) (plan)

entravar (v) (plan)

     

Verbformen von belemmeren

- -
Tegenwoordig en verleden deelwoord belemmerend und belemmerd
  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens belemmer belemmert belemmert belemmeren belemmeren belemmeren
Imperfect belemmerde belemmerde belemmerde belemmerden belemmerden belemmerden
Toekomende tijd I zal belemmeren zult belemmeren zal belemmeren zullen belemmeren zullen belemmeren zullen belemmeren
Conditionalis I zou belemmeren zou belemmeren zou belemmeren zouden belemmeren zouden belemmeren zouden belemmeren
Perfectum heb belemmerd hebt belemmerd heeft belemmerd hebben belemmerd hebben belemmerd hebben belemmerd
Voltooid verleden tijd had belemmerd had belemmerd had belemmerd hadden belemmerd hadden belemmerd hadden belemmerd
Toekomende tijd II zal belemmerd hebben zult belemmerd hebben zal belemmerd hebben zullen belemmerd hebben zullen belemmerd hebben zullen belemmerd hebben
Conditionalis II zou hebben belemmerd zou hebben belemmerd zou hebben belemmerd zouden hebben belemmerd zouden hebben belemmerd zouden hebben belemmerd
Imperatief - belemmer - - belemmert -
belemmeren - Niederländisch Wörterbuch | Übersetzung - belemmeren übersetzen