Übersetzungen für belasteren

Suchbegriff:

belasteren

  hat 4 Bedeutungen, 2 Synonymgruppen & 12 Synonyme

Niederländisch Niederländisch

belasteren (reputatie, persoon, algemeen, blasfemeren)

Französisch belasteren Niederländisch » Französisch Neues Wort vorschlagen

ternir (v) (reputatie)

ternir (v) (persoon)

dénigrer (v) (persoon)

dénigrer (v) (algemeen)

dénigrer (v) (blasfemeren)

calomnier (v) (persoon)

calomnier (v) (blasfemeren)

calomnier (v) (algemeen)

médire (v) (persoon)

médire (v) (algemeen)

médire (v) (blasfemeren)

diffamer (v) (persoon)

diffamer (v) (blasfemeren)

diffamer (v) (algemeen)

dire du mal de (v) (persoon)

dire du mal de (v) (algemeen)

dire du mal de (v) (blasfemeren)

salir (v) (reputatie)

salir (v) (persoon)

entacher (v) (reputatie)

entacher (v) (persoon)

souiller (v) (reputatie)

souiller (v) (persoon)

blasphémer (v) (blasfemeren)

blasphémer (v) (algemeen)

blasphémer (v) (persoon)

discréditer (v) (blasfemeren)

discréditer (v) (algemeen)

discréditer (v) (persoon)

noircir (v) (persoon)

noircir (v) (reputatie)

déconsidérer (v) (algemeen)

déconsidérer (v) (persoon)

déconsidérer (v) (blasfemeren)

Italienisch belasteren Niederländisch » Italienisch Neues Wort vorschlagen

bestemmiare (v) (blasfemeren)

bestemmiare (v) (algemeen)

bestemmiare (v) (persoon)

calunniare (v) (algemeen)

calunniare (v) (persoon)

calunniare (v) (blasfemeren)

contaminare (v) (reputatie)

contaminare (v) (persoon)

denigrare (v) (persoon)

denigrare (v) (algemeen)

denigrare (v) (blasfemeren)

diffamare (v) (algemeen)

diffamare (v) (persoon)

diffamare (v) (blasfemeren)

guastare (v) (reputatie)

guastare (v) (persoon)

infamare (v) (algemeen)

infamare (v) (persoon)

infamare (v) (blasfemeren)

infangare (v) (reputatie)

infangare (v) (persoon)

insudiciare (v) (persoon)

insudiciare (v) (reputatie)

macchiare (v) [m.] (reputatie)

macchiare (v) [m.] (persoon)

rovinare (v) (reputatie)

rovinare (v) (persoon)

screditare (v) (algemeen)

screditare (v) (persoon)

screditare (v) (blasfemeren)

sporcare (v) [m.] (persoon)

sporcare (v) [m.] (reputatie)

svilire (v) (persoon)

svilire (v) (algemeen)

svilire (v) (blasfemeren)

Englisch belasteren Niederländisch » Englisch Neues Wort vorschlagen

traduce (formal) (v) (algemeen)

taint (v) (reputatie)

contaminate (v) (reputatie)

defile (v) (reputatie)

denigrate (v) (persoon)

defame (v) (persoon)

vilify (formal) (v) (persoon)

disparage (v) (persoon)

blacken (v) (persoon)

sully (formal) (v) (persoon)

besmirch (formal) (v) (persoon)

malign (v) (persoon)

slander (v) (persoon)

libel (v) (persoon)

calumniate (formal) (v) (persoon)

drag through the mud (v) (persoon)

scandalize (v) (persoon)

badmouth (v) (persoon)

blaspheme (v) (blasfemeren)

calumniate (v) (blasfemeren)

Deutsch belasteren Niederländisch » Deutsch Neues Wort vorschlagen

verleumden (v) (algemeen)

diffamieren (v) (algemeen)

besudeln (v) (reputatie)

beflecken (v) (reputatie)

anschwärzen (v) (persoon)

verleumden (v) (persoon)

verunglimpfen (v) (persoon)

besudeln (v) (persoon)

beschmutzen (v) (persoon)

beschmieren (v) (persoon)

schlecht machen (v) (persoon)

diffamieren (v) (persoon)

lästern (v) (blasfemeren)

schmähen (v) (blasfemeren)

beschimpfen (v) (blasfemeren)

verleumden (v) (blasfemeren)

Spanisch belasteren Niederländisch » Spanisch Neues Wort vorschlagen

afectar (v) (reputatie)

afectar (v) (persoon)

arruinar (v) (reputatie)

arruinar (v) (persoon)

blasfemar (v) (blasfemeren)

blasfemar (v) (algemeen)

blasfemar (v) (persoon)

calumniar (v) (persoon)

calumniar (v) (blasfemeren)

calumniar (v) (algemeen)

denigrar (v) (persoon)

denigrar (v) (algemeen)

denigrar (v) (blasfemeren)

desacreditar (v) (algemeen)

desacreditar (v) (persoon)

desacreditar (v) (blasfemeren)

deshonrar (v) (algemeen)

deshonrar (v) (persoon)

deshonrar (v) (blasfemeren)

desprestigiar (v) (persoon)

desprestigiar (v) (reputatie)

difamar (v) (persoon)

difamar (v) (algemeen)

difamar (v) (blasfemeren)

ensuciar (v) (persoon)

ensuciar (v) (reputatie)

ensuciarse (v) (reputatie)

ensuciarse (v) (persoon)

hablar mal de (v) (persoon)

hablar mal de (v) (algemeen)

hablar mal de (v) (blasfemeren)

humillar (v) (persoon)

humillar (v) (algemeen)

humillar (v) (blasfemeren)

injuriar (v) (persoon)

injuriar (v) (algemeen)

injuriar (v) (blasfemeren)

macular (v) (persoon)

macular (v) (reputatie)

manchar (v) (reputatie)

manchar (v) (persoon)

mancharse (v) (reputatie)

mancharse (v) (persoon)

mancillar (v) (reputatie)

mancillar (v) (persoon)

ofender (v) (persoon)

ofender (v) (algemeen)

ofender (v) (blasfemeren)

Schwedisch belasteren Niederländisch » Schwedisch Neues Wort vorschlagen

ärekränka (v) (algemeen)

ärekränka (v) (persoon)

ärekränka (v) (blasfemeren)

förtala (v) (algemeen)

förtala (v) (persoon)

förtala (v) (blasfemeren)

nedsvärta (v) (algemeen)

nedsvärta (v) (persoon)

nedsvärta (v) (blasfemeren)

tala illa om (v) (algemeen)

tala illa om (v) (persoon)

tala illa om (v) (blasfemeren)

svärta ned (v) (algemeen)

svärta ned (v) (persoon)

svärta ned (v) (blasfemeren)

smäda (v) (algemeen)

smäda (v) (persoon)

smäda (v) (blasfemeren)

smutskasta (v) (algemeen)

smutskasta (v) (persoon)

smutskasta (v) (blasfemeren)

fläcka (v) (reputatie)

fläcka (v) (persoon)

besudla (v) (reputatie)

besudla (v) (persoon)

skymfa (v) (algemeen)

skymfa (v) (persoon)

skymfa (v) (blasfemeren)

nedvärdera (v) (algemeen)

nedvärdera (v) (persoon)

nedvärdera (v) (blasfemeren)

häda (v) (algemeen)

häda (v) (persoon)

häda (v) (blasfemeren)

skamfila (v) (reputatie)

skamfila (v) (persoon)

vanära (v) (reputatie)

vanära (v) (persoon)

svärta (v) (reputatie)

svärta (v) (persoon)

smutsa (v) (reputatie)

smutsa (v) (persoon)

baktala (v) (algemeen)

baktala (v) (persoon)

baktala (v) (blasfemeren)

beljuga (v) (algemeen)

beljuga (v) (persoon)

beljuga (v) (blasfemeren)

misskreditera (v) (algemeen)

misskreditera (v) (persoon)

misskreditera (v) (blasfemeren)

Portugiesisch belasteren Niederländisch » Portugiesisch Neues Wort vorschlagen

denegrir (v) (persoon)

denegrir (v) (algemeen)

denegrir (v) (blasfemeren)

difamar (v) (algemeen)

difamar (v) (persoon)

difamar (v) (blasfemeren)

sujar a imagem de (v) (persoon)

sujar a imagem de (v) (algemeen)

sujar a imagem de (v) (blasfemeren)

caluniar (v) (algemeen)

caluniar (v) (persoon)

caluniar (v) (blasfemeren)

falar mal de (v) (algemeen)

falar mal de (v) (persoon)

falar mal de (v) (blasfemeren)

jogar na lama (v) (algemeen)

jogar na lama (v) (persoon)

jogar na lama (v) (blasfemeren)

desacreditar (v) (algemeen)

desacreditar (v) (persoon)

desacreditar (v) (blasfemeren)

manchar (v) (reputatie)

manchar (v) (persoon)

sujar (v) (persoon)

sujar (v) (reputatie)

blasfemar (v) (blasfemeren)

blasfemar (v) (algemeen)

blasfemar (v) (persoon)

macular (v) (reputatie)

macular (v) (persoon)

vilificar (v) (algemeen)

vilificar (v) (persoon)

vilificar (v) (blasfemeren)

     

Verbformen von belasteren

- -
Tegenwoordig en verleden deelwoord belasterend und belasterd
  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens belaster belastert belastert belasteren belasteren belasteren
Imperfect belasterde belasterde belasterde belasterden belasterden belasterden
Toekomende tijd I zal belasteren zult belasteren zal belasteren zullen belasteren zullen belasteren zullen belasteren
Conditionalis I zou belasteren zou belasteren zou belasteren zouden belasteren zouden belasteren zouden belasteren
Perfectum heb belasterd hebt belasterd heeft belasterd hebben belasterd hebben belasterd hebben belasterd
Voltooid verleden tijd had belasterd had belasterd had belasterd hadden belasterd hadden belasterd hadden belasterd
Toekomende tijd II zal belasterd hebben zult belasterd hebben zal belasterd hebben zullen belasterd hebben zullen belasterd hebben zullen belasterd hebben
Conditionalis II zou hebben belasterd zou hebben belasterd zou hebben belasterd zouden hebben belasterd zouden hebben belasterd zouden hebben belasterd
Imperatief - belaster - - belastert -
belasteren - Niederländisch Wörterbuch | Übersetzung - belasteren übersetzen