Übersetzungen für begrenzen
begrenzen
hat 4 Bedeutungen, 4 Synonymgruppen & 11 SynonymeNiederländisch Niederländisch
begrenzen (landmeetkunde, afbakenen, beperken, grens)
Französisch
begrenzen Niederländisch » Französisch
Neues Wort vorschlagen
tracer les lignes de (v) (landmeetkunde)
tracer les lignes de (v) (afbakenen)
tracer les limites de (v) (landmeetkunde)
tracer les limites de (v) (afbakenen)
délimiter
(v)
(landmeetkunde)
délimiter
(v)
(afbakenen)
délimiter
(v)
(beperken)
délimiter
(v)
(grens)
borner
(v)
(landmeetkunde)
borner
(v)
(afbakenen)
borner
(v)
(beperken)
jalonner
(v)
(landmeetkunde)
jalonner
(v)
(afbakenen)
tracer
(v)
(landmeetkunde)
tracer
(v)
(afbakenen)
limiter
(v)
(landmeetkunde)
limiter
(v)
(afbakenen)
limiter
(v)
(beperken)
confiner
(v)
(beperken)
confiner
(v)
(afbakenen)
définir
(v)
(grens)
restreindre
(v)
(beperken)
restreindre
(v)
(afbakenen)
border
(v)
(grens)
Italienisch
begrenzen Niederländisch » Italienisch
Neues Wort vorschlagen
definire
(v)
(grens)
delimitare
(v)
(grens)
delimitare
(v)
(landmeetkunde)
delimitare
(v)
(afbakenen)
delimitare
(v)
(beperken)
demarcare (v) (landmeetkunde)
demarcare (v) (afbakenen)
fiancheggiare
(v)
(grens)
limitare
(v)
(beperken)
limitare
(v)
(afbakenen)
limitare
(v)
(landmeetkunde)
restringere
(v)
(beperken)
restringere
(v)
(afbakenen)
segnare
(v)
(landmeetkunde)
segnare
(v)
(afbakenen)
tracciare
(v)
(landmeetkunde)
tracciare
(v)
(afbakenen)
Englisch
begrenzen Niederländisch » Englisch
Neues Wort vorschlagen
Deutsch
begrenzen Niederländisch » Deutsch
Neues Wort vorschlagen
definieren (v) (grens)
festlegen (v) (grens)
flankieren (v) (grens)
demarkieren (v) (landmeetkunde)
abgrenzen (v) (landmeetkunde)
begrenzen (v) (beperken)
beschränken (v) (beperken)
beschränken auf (v) (beperken)
abgrenzen (v) (afbakenen)
begrenzen (v) (afbakenen)
abzäunen (v) (afbakenen)
Spanisch
begrenzen Niederländisch » Spanisch
Neues Wort vorschlagen
bordear
(v)
(grens)
confinar
(v)
(beperken)
confinar
(v)
(afbakenen)
definir
(v)
(grens)
delimitar
(v)
(landmeetkunde)
delimitar
(v)
(afbakenen)
delimitar
(v)
(beperken)
delinear
(v)
(landmeetkunde)
delinear
(v)
(afbakenen)
demarcar
(v)
(landmeetkunde)
demarcar
(v)
(afbakenen)
deslindar
(v)
(landmeetkunde)
deslindar
(v)
(afbakenen)
deslindar
(v)
(beperken)
determinar
(v)
(grens)
limitar (v) (beperken)
limitar (v) (afbakenen)
restringir
(v)
(beperken)
restringir
(v)
(afbakenen)
trazar
(v)
(landmeetkunde)
trazar
(v)
(afbakenen)
Schwedisch
begrenzen Niederländisch » Schwedisch
Neues Wort vorschlagen
staka ut (v) (landmeetkunde)
staka ut (v) (afbakenen)
märka ut (v) (landmeetkunde)
märka ut (v) (afbakenen)
avgränsa (v) (grens)
avgränsa (v) (landmeetkunde)
avgränsa (v) (beperken)
avgränsa (v) (afbakenen)
begränsa (v) (grens)
begränsa (v) (landmeetkunde)
begränsa (v) (beperken)
begränsa (v) (afbakenen)
inskränka (v) (beperken)
inskränka (v) (afbakenen)
flankera (v) (grens)
begränsa på sidan (v) (grens)
Portugiesisch
begrenzen Niederländisch » Portugiesisch
Neues Wort vorschlagen
demarcar (v) (grens)
demarcar (v) (landmeetkunde)
demarcar (v) (afbakenen)
delimitar (v) (grens)
delimitar (v) (landmeetkunde)
delimitar (v) (afbakenen)
delimitar (v) (beperken)
marcar (v) (landmeetkunde)
marcar (v) (afbakenen)
limitar (v) (beperken)
limitar (v) (afbakenen)
limitar (v) (landmeetkunde)
restringir (v) (beperken)
restringir (v) (afbakenen)
confinar (v) (beperken)
confinar (v) (afbakenen)
ladear (v) (grens)
Verbformen von begrenzen
| - | - | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | begrenzend | und | begrensd |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | begrens | begrenst | begrenst | begrenzen | begrenzen | begrenzen |
| Imperfect | begrensde | begrensde | begrensde | begrensden | begrensden | begrensden |
| Toekomende tijd I | zal begrenzen | zult begrenzen | zal begrenzen | zullen begrenzen | zullen begrenzen | zullen begrenzen |
| Conditionalis I | zou begrenzen | zou begrenzen | zou begrenzen | zouden begrenzen | zouden begrenzen | zouden begrenzen |
| Perfectum | heb begrensd | hebt begrensd | heeft begrensd | hebben begrensd | hebben begrensd | hebben begrensd |
| Voltooid verleden tijd | had begrensd | had begrensd | had begrensd | hadden begrensd | hadden begrensd | hadden begrensd |
| Toekomende tijd II | zal begrensd hebben | zult begrensd hebben | zal begrensd hebben | zullen begrensd hebben | zullen begrensd hebben | zullen begrensd hebben |
| Conditionalis II | zou hebben begrensd | zou hebben begrensd | zou hebben begrensd | zouden hebben begrensd | zouden hebben begrensd | zouden hebben begrensd |
| Imperatief | - | begrens | - | - | begrenst | - |
